
Pont du Gard ****Indrukwekkend Romeins bouwwerk in de Provence
Een bezoek aan deze burg over de Gardon is een ‘must’ en om met het groene boekje te spreken: ‘De reis waard’. De Pont staat op de lijst van de UNESCO en is dus werelderfgoed, maar dat is wel meer in Frankrijk.
Waarom is dit ding ooit gebouwd? Zoals iedereen met een beetje kennis van de oudheid weet waren de Romeinen harde werkers maar hielden ze wel van luxe. Eén van de belangrijkste luxeartikelen in die tijd was schoon en fris water. Dat gebruikten ze niet alleen om te drinken en te koken, maar ook om de zwembaden in badhuizen te vullen, land te besproeien en fonteinen te laten spuiten.
Hiervoor is een enorm hoeveelheid water gebruikt, zeker als je bedenkt dat het Rijk veel steden met meer dan 10.000 inwoners telde. De waterbronnen in de buurt van zo’n stad waren vaak niet in staat in de behoefte aan water te voorzien.
Van de culturen uit de oudheid gelden de Romeinen als de beste organisatoren en ingenieurs. De Pont du Gard laat deze twee eigenschappen heel goed zien want als een bouwwerk na tweeduizend jaar nog in goede conditie is, dan kan je wel spreken van kwaliteit. Helemaal als je bedenkt dat het niet is gemaakt voor de sier, maar om te functioneren. Utiliteitsbouw uit de oudheid dat verrassend snel is neergezet.

Het aquaduct vormt een prachtige eenheid met het landschap.
Het huidige Nîmes, dat in de Romeinse tijd als Nemausus door het leven ging, was zo’n grote stad. Het telde in de eerste eeuw voor Christus tussen de 20.000 en 25.000 inwoners en later zelfs het dubbele. Om de stad van voldoende water te voorzien werd er een kanaal van bijna vijftig kilometer aangelegd vanaf de bron Source d’Eure. Het begin van het kanaal is trouwens nog te bezichtigen, maar wij zijn er niet geweest.
Het kanaal zelf moet een meesterlijk stukje ingenieurswerk zijn geweest. Het water begon zijn weg op 71,5 meter boven zeeniveau en kwam in Nîmes aan op een hoogte van zestig meter. Snelle rekenaars weten dat het gemiddeld verval slechts 24 centimeter per kilometer was, precies genoeg om het water rustig kabbelend aan te laten komen. Om tot dit resultaat te komen moesten de Romeinen het water door bergen en dalen laten lopen. En dat deden ze.
Tunnels en aquaducten
Grote delen van het kanaal liepen door tunnels en er werden verschillende aquaducten gebouwd om het water over dalen te transporteren. De Pont du Gard was de grootste van het traject en zelfs de hoogste van het hele rijk. Aardig detail is dat het hele kanaal was afgesloten met een dak, dat vonden ze wel zo fris toen. Het hele project werd in minder dan dertien jaar gebouwd en was in 52 na Christus klaar. Bijna tweeduizend jaar later duurde de aanleg van de HSL in Nederland bijna even lang. Natuurlijk is die langer, technisch lastiger en kon geen gebruik worden gemaakt van slaven, maar toch laat het zien hoe goed er toen gepland en gebouwd werd.
De Pont du Gard is dus slechts een klein onderdeel van een veel groter project. Hiervan zijn nu nog meer resten te vinden zoals de eerder genoemde inlaat bij de bron, een aantal tunnels en het bassin in Nîmes waar het kanaal eindigde. Vanuit deze waterbak werd het water via kleinere kanalen verdeelt over de stad. Het kanaal bracht 35.000 kubieke meter water per dag naar de stad en daarmee van je 14 Olympische zwembaden vullen.
Even genoeg getallen en cijfers, al ontkom je daar niet aan bij een verhaal over dit bouwwerk. De Pont du Gard is een populaire attractie en het kan ’s zomers een drukke bedoeling zijn. Hierop zijn de Fransen echter prima op voorbereid. Aan beide kanten van de rivier zijn een grote parkeerplaatsen waar je de auto kwijt kan. De linkeroever is de beste want dan loop je direct bij de expositieruimte binnen. Deze hadden wij eerst links laten liggen want ik wil altijd direct naar de ‘real thing’. Op de terugweg zijn we daar toch even binnengelopen en de tentoonstelling bleek interessant. Helaas was de spanningsboog van onze kinderen niet lang genoeg om het helemaal goed te bekijken.
Bogen

Het water liep door een overdekt kanaal op de bovenste verdieping
Het aquaduct zelf in indrukwekkend. Het is 49 meter hoog en heeft drie etages die worden gedragen door rijen met bogen die naar boven kleiner worden. De bogen zijn gemaakt van enorme blokken kalksteen die uit een plaatselijke steengroeve zo’n 700 meter verderop werden gehaald. Opvallend detail is dat er nauwelijks beton of cement is gebruikt. De blokken zijn zo uitgehakt dat ze perfect in elkaar passen, de zwaartekracht zorgt ervoor dat het geheel op zijn plek blijft. De blokken werden genummerd en op sommige zijn aanwijzingen zoals ‘Deze kant linksvoor’ te vinden. Maar dan in het Latijn natuurlijk; ‘fronte sinistra’.
De blokken werden omhoog gehesen door kranen die werden aangedreven door grote trendmolens. Dit soort werktuigen werden tot het einde van de negentiende eeuw nog in West Europa gebruikt om grote blokken steen op te takelen. Het water stroomde op het hoogste niveau op de brug dat geheel overdekt is. Je kan deze verdieping bezoeken onder leiding van een gids.
Het kanaal is zo gemaakt dat het water zo min mogelijk weerstand ondervond. In tegenstelling tot de bogen is de bodem van de waterweg gemaakt van beton dat was bedekt met tegels. De wanden waren gemetseld en ingesmeerd met een mengsel van gebluste kalk, olijfolie, varkensvet en het sap van onrijpe vijgen. Dit zorgde voor een glad oppervlak dat weinig onderhoud nodig had.

De weg op de onderste galerij is in de achttiende eeuw toegevoegd.
Na de derde eeuw werd het hele watersysteem steeds minder onderhouden waardoor het langzaam maar zeker in verval raakte. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de politieke instabiele situatie waarin het Rijk zich bevond. Terwijl het land door invallen van allerlei stammen werd aangevallen, werd het watersysteem op zijn beurt aangevallen door planten en vuil. Langzaam maar zeker vulde het kanaal zich met een laag vuil. In de twintigste eeuw wisten geleerden door deze laag te analyseren te bewijzen dat het hele systeem waarschijnlijk tot de negende eeuw Nîmes van water te voorzien.
De kwaliteit van het werk van de Romeinse bouwers was echter zo goed dat het hele gevaarte gedurende de volgende eeuwen gewoon is blijven staan. Toch is de Pont du Gard niet helemaal meer zoals het oorspronkelijk is gebouwd. Ten eerste verdieping telt nog maar 35 bogen, dat waren er oorspronkelijk 47. Maar er is ook wat bijgekomen want de brug op de eerste verdieping is er in de achttiende eeuw aangebouwd. De weg die hier loopt was tot het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw nog in gebruik en kon je er met de auto overheen rijden. Het is zelfs een doorgaande weg geweest en was een belangrijke regionale verbinding.

Uitzicht vanaf de brug over de rivier de Gardon, rechts een podium voor een concert.
Nu kan je er lekker over wandelen en dankzij de burg kan je de Pont du Gard heel goed bekijken. Maar het best kan je het bouwwerk bekijken van een afstandje als de zon aan het begin van de avond er een beetje onderdoor schijnt. Het afsluiten van verkeer en de bouw van het informatiecentrum heeft er voor gezorgd dat het Romeinse monument een populaire toeristenbestemming is geworden. In 2001 bezochten in totaal 1,2 miljoen mensen de Pont du Gard.
Wie na een bezoek aan de brug nog energie over heeft, kan een flinke wandeltocht maken langs het tracé van het kanaal. Kaas, stockbrood en wijn mee voor een picknick in de vrije natuur met een goede dosis geschiedenis op de achtergrond, er zijn slechtere dingen in het leven.Door de unieke combinatie van oude techniek en natuurschoon maakt de Pont du Gard ook een prachtige achtergrond voor allerlei concerten. Met name in de zomermaanden worden hier veel muziekvoorstellingen gegeven van redelijk goede artiesten. Toen wij het aquaduct bezochten was er die avond ook een optreden en werd de soundcheck uitgevoerd. Lijkt mij een prima plek om van een goed concert te genieten.
Video van Pont du Gard
Beelden van Pont du Gard
E-Magazine
Kaart van Pont du Gard en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van Pont du Gard
Mosset: fraai dorp in het woeste landschap van de Pyreneeën **

Mosset is gebouwd op een berg en ligt prachtig in het landschap.
Slaapdorp
Toch is Mosset nog vooral een slaapdorp. Verwacht hier geen ruime keuze in restaurants en leuke winkeltjes. Het is veel minder toeristisch als bijvoorbeeld Villefranche de Conflent dat hier niet ver vandaan ligt. Maar er is wel een bakker en eten kan je er ook. Er is ook één echte toeristische attractie en dat is de ‘Tour de parfums’. Zoals de naam al doet vermoeden is dit een museum over geuren en smaken. Het ligt een beetje aan de rand van het dorp bij de parkeerplaats in een modern gebouw dat er maar weinig aantrekkelijk uitziet.

Steegje met trap in Mosset, Frankrijk
Volgens de folders moet het een geweldige ervaring zijn met moderne interactieve zaken. Wij besloten het links te laten liggen en het dorp in te lopen. Vanaf de parkeerplaats loop je zo het plein met de kerk op. Dat is niet echt groot en aangezien de doorlopende weg hier overheen gaat is het niet echt één van de mooiste pleintjes in Frankrijk.
De ingang van de kerk is anders dan je gewend bent. Hier vind je geen driedubbel portaal of een opvallend timpaan met een laatste oordeel en zelfs geen dubbele deuren. Dat vonden de inwoners van Mosset blijkbaar maar overdreven en dus kom je de kerk binnen via een kleine deur, wel met een flinke luifel en wat bloempotten ernaast. Over begroeiing gesproken, op het dak van de toren groeit een flinke boom die fier boven het dorp uitsteekt. Je ziet hem al van verre en als ik de pastoor was zou ik daar toch iets aan doen. Kennelijk is de pastoor een natuurliefhebber of gewoon te oud om de toren nog te beklimmen en het uit de kluiten gegroeid stuk onkruid te verwijderen.
De geestelijkheid van Mosset was bij ons bezoek toch niet zo actief want wij kwamen de kerk niet binnen, die was gesloten. Dat is wel jammer want in het gebedshuis zijn mooie stukjes houtsnijkunst te bewonderen. Als de binnenkant van de kerk in dezelfde staat is als de buitenkant is het helemaal interessant. Een beetje versleten kerk heeft wel wat.
Tijdens een wandeling door Mosset is het leuk om je ogen goed te kost te geven. Veel huizen hebben mooie kleine details. Zo is er een huis met een uitgehakte stenen beer dat herinnert aan de tijd dat er in de streek nog beren woonden. Oplettende lezertjes weten dat ook nu weer beren zijn losgelaten in de Pyreneeën maar die zijn ver weg hoog in de bergen. Je hoeft dus niet bang te zijn om te eindigen als lunch van zo’n harige jongen.
Het uitzetten van deze wilde beesten heeft geleidt tot behoorlijke discussie in deze streek want de inwoners worden hier over het algemeen niet zo blij van. Het zijn zeker mooie beesten, maar als er beren hier in de polder worden losgelaten zou ik er ook mijn bedenkingen over hebben en mijn dochter niet meer naar het hockeyveld laten fietsen. Al ben ik hier geen kunstgrasvelden tegengekomen, daarvoor moet je in Spanje zijn.

Muur van de oude burcht van het dorpje Mosset in Frankrijk
Tegenover de kerk beginnen de nauwe straatjes en steegjes waar je heerlijk kan verdwalen. De huizen staan dicht bij elkaar en zijn gebouwd van natuursteen. Deze bouwproducten zijn niet allemaal direct uit de natuur gehaald want sommige ‘bricoleurs’ gebruikte de stenen van het kasteel als provisorische bouwmarkt. Als je goed kijkt kan je de stukken steen die ooit kasteel waren nog herkennen in de huizen.
Het labyrint van steegjes en trappen leidt je uiteindelijk naar het kasteel van Mosset. Stel je hier niet te veel van voor trouwens, want veel meer dan een oude toren en een muur is het niet, de rest is nu huis geworden. Een aantal informatiebordjes vertelt wat meer over de geschiedenis van deze ruïne. Mooi uitzicht heb je hier wel, net als op het terras van de herberg maar die is beneden.
Fort Hackenberg: het grootste fort van de Maginotlinie *****
Geschiedenis Fort Hackenberg

Eén van de gepantserde koepels in het fort Hackenberg met uitzicht op Luxemburg en Duitsland.
Dit waren hoofdzakelijk mannen in de leeftijd tussen 18 en 45 jaar waarmee feitelijk een complete mannelijke generatie was verdwenen. In veel dorpen en steden was hierdoor geen huwbare man meer te vinden en er zijn zelfs streken die actief in het buitenland naar mannen zochten om zo de huwelijksmarkt weer een beetje in evenwicht te brengen. Zo probeerde de streek rond de rivier De Lot Nederlandse mannen te lokken met aantrekkelijke subsidies.
Om een nieuwe slachtpartij te voorkomen besloot Frankrijk langs de Duitse grens een serie bunkers en forten te bouwen om een aanval van Duitsland te kunnen afslaan. Het ambitieuze plan had tot doel om van Frankrijk één groot fort te maken. Naast de grens met Duitsland werden ook in het zuiden langs de grens met Italië fortificaties gebouwd. Hoewel Italië in de Eerste Wereldoorlog zich uiteindelijk aansloot bij Frankrijk en Engeland, werd het blijkbaar toch als een onbetrouwbaar volk gezien. Deze argwaan bleek in 1940 ook terecht, al verklaarde Italië Frankrijk pas de oorlog pas toen de Duitsers het klusje al geklaard hadden.
Tot slot omvatte het plan ook versterkingen langs de Belgische grens om een Duitse aanval via de Ardennen tegen te houden. Helaas is van dit gedeelte van het plan vanwege geldgebrek weinig terecht gekomen. Dat de Duitsers in 1940 net als in 1914 juist deze route namen en binnen zes weken Frankrijk versloegen maakte de rest van het plan achteraf nutteloos. Dit lag niet aan de Hackenberg want het regiment dat hier was gelegerd is het laatste die zich overgaf.
Het fort Hackenberg is de grootste van de Maginotlinie en bevindt zich twintig kilometer ten oosten van Thionville, de eerste stad in Frankrijk nadat je hebt getankt in Luxemburg en niet ver van het Plus Beaux Village Rodemack. Het complex is prima bereikbaar via de D918 en dan de D60 richting Vackering. De weg loopt door een prachtig glooiend landschap waardoor je afvraagt waarom je deze streek altijd links laat liggen op weg naar het zuiden.

De huidige ingang werd vroeger gebruikt door treinen die goederen en munitie aanvoerden.
Om een beetje in oorlogstemming te komen staat er bij de oprit een Amerikaanse tank geparkeerd. Dat kwam mij historisch niet correct over want wat doet een Amerikaanse tank bij een Franse bunker die is gebouwd om Duitsers tegen te houden? Ik bleek niet voldoende geïnformeerd want de enige keer dat dit complex echt in de vuurlinie lag was in 1944 toen de Amerikanen de Duitsers eruit hebben gejaagd. Daarbij hebben ze eerst de boel beschoten met tanks, type M10 Tank Destroyer. Deze machine is gemaakt om andere tanks te vernietigen en de aanval maakte ook geen indruk op de Duisters waarna het de Amerikanen tenslotte met zwaarder geschut toch lukten om de boel te veroveren.
Treinspoor
De ingang van de bunker bevindt zich in een berg. Van het hele complex is weinig te zien want die is in de hoogste heuvel van de omgeving gebouwd en dat is best verstandig voor een militair gebouw. Op het parkeerplaatsje verzamelen zich de toeristen die wachten op de rondleiding die in het Frans, Engels en Duits worden gegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met de verhoudingen uit de eerste helft van de vorige eeuw want de Franse en Engelse rondleiding gaan gezamenlijk, de Duitstalige mogen pas twintig minuten later de bunker in. De ingang ademt de sympathieke sfeer van vrijwilligers. De koffie komt uit een apparaat dat je thuis tien jaar geleden al hebt weggegooid en je kan er een oud croissantje kopen. Het smaakt prima.
De toegang tot het museum is één van de twee originele ingangen en nog geheel intact. Twee grote stalen deuren sluiten een poort waar een complete trein doorheen kan. Eenmaal binnen sta je in een brede tunnel waar de bevoorradingstrein werd gelost en de munitie en andere voorraden op het smalspoortreintje werden geladen. De tunnel doet nu dienst als opslagruimte voor oorlogsvoertuigen. Deze blijken afkomstig uit het Franse leger dat onlangs wegens bezuinigingen een aantal depots heeft moeten ontruimen. ‘Of wij interesse hadden’, vertelt de vrijwilliger, ‘Nou, dat hadden we wel want het was een waar walhalla met allerlei voertuigen van zowel Gallieerden als Duitse makelij.’

Een Renault TFS tank uit de eerste wereldoorlog. Dit was de eerste Franse tank met radio waardoor de inzittende niet meer met postduiven hoefde te communiceren.
Mijn jongetjeshart slaat op dat moment over want er staat veel dat ik onmiddellijk herken uit mijn jeugd waarin ik graag plastic tankjes van Italeri, Tamiya of Revell in elkaar mocht lijmen. Dat eindigde altijd in een teleurstelling want het resultaat was meestal een scheef voertuigje met overal klodders lijm en vingerafdrukken in de verf. Ik had er het geduld gewoon niet voor. Onze buurjongens waren er veel beter in en gebruikte mijn mislukkelingen als kapotgeschoten voertuigen in een prachtig diorama’s.
Ik haal mijn hart op en bewonder de oude voertuigen waar mijn vrouw werkelijk niets van snapt. In een nis ontdek ik een Bren Carrier en neem ik de tijd om deze te bekijken. Bijzonder is een Franse tank uit de Eerste Wereldoorlog. Een tank is misschien wel een beetje veel gezegd want veel meer dan een gepantserde brommer op houten blokjes is het niet. Het is een wonder dat die Fransen die oorlog hebben gewonnen.
Franse keuken
In de verte klinkt in de tunnel enorme herrie die wordt gemaakt door de elektrische trein die ons later naar één van de verre uithoeken van het complex zal brengen. Dat moet het hoogtepunt van het bezoek worden maar wij bezoeken eerst de verblijven van de officieren en soldaten. In totaal was er in fort Hackenberg plaats voor 1.200 manschappen die over de veiligheid van de republiek waakten. Dat deden ze redelijk in stijl want de onderkomens zien er comfortabel uit, zeker als je dit vergelijkt met loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Zoals je verwacht bij Fransen zijn ook de keukens dik in orde en nog in uitstekende staat. Even de pannen wassen en je kan er zo koken voor duizend man.

De elektriciteit van het hele complex werd verzorgd door vier grote generatoren. Eén daarvan doet het nog, inclusief een zeer trotse machinist.
Het complex is ontworpen met het idee dat het zonder bevoorrading zeker drie maanden kan uithouden. Om dit mogelijk te maken zijn er veel ruimtes om voorraden te stallen, maar ook een ziekenhuis met een operatietafel die nog helemaal in oude staat is inclusief alle apparatuur. Het is alsof je in een tijdcapsule bent gestapt en in 1940 bent uitgestapt.
Om niet afhankelijk te zijn van elektriciteit van buiten staan er vier grote generatoren. En nog altijd zorgt één van deze generatoren voor de stroom in het complex. De machine doet stampend zijn werk waarnaast een gepensioneerde vrijwilliger trots staat te glunderen. Ik stel hem de vraag of de machine nog origineel is waarna hij een heel verhaal begint te vertellen. Door het lawaai van de generator versta ik er niets van maar begrijp dat het allemaal nog is zoals het gebouwd is. Hierna begint hij aan allerlei handels te trekken en begint het apparaat nog meer herrie te maken. De man kijkt nog trotser dan eerst en ik vind het prachtig.
Door dit oponthoud ben ik wel mijn groep kwijt geraakt en moet ik mijn best doen om ze weer terug te vinden in de vele gangen en kamers. De machinist roept mij nog iets na, maar dat versta ik niet. Even bekruipt mij het idee dat ik ben verdwaald in dit ondergrondse labyrint maar na tien minuten trek een deur open en vind ik de mijn groep terug in de wapenkamer.
Een uiterst correcte naam voor deze ruimte want hier vind je genoeg geweren, pistolen en mitrailleurs om de regering van een Caribisch eiland in een paar uur omver te werpen. Daarnaast nog een uitgebreide collectie helmen, petten en uniformen. Helaas kan ik dit moois niet allemaal bekijken want in de verte zie ik mijn groep de kamer verlaten en moet ik flink doorstappen om ze in te halen.

Het treintje in de bunker maakt een enorm lawaai en brengt je naar een geschutskoepel.
Na de wapenkamer komen we weer in de treintunnel waar we moeten wachten. Na een paar minuten draait een treintje met veel lawaai de hoek om en kunnen we instappen. De rit is lawaaiig, oncomfortabel, historisch verantwoord en erg leuk. Na twee kilometer pure pret mogen we uitstappen en beklimmen we een lange wenteltrap, de minder valide mogen met de munitielift.
Geschutskoepel
Boven staan we in een ronde kamer met een enorme machine in het midden. Deze opstelling dient om het 135 millimeter geschut die zich vlak boven de kamer in een draaiende koepel bevindt in een razend tempo van munitie te voorzien. Dat dit mechanisme goed werkt kunnen de Amerikanen die de Hackenberg in 1944 benaderde over meepraten. Zij kregen in 90 seconden maar liefst 99 granaten om hun oren en moesten tijdelijk de aftocht blazen.
Verbazingwekkend genoeg werkt het hele mechanisme nog. De vrijwilligers laten dit maar al te graag zien waarbij alleen het afschieten van de granaten ontbreekt. Dat laatste vinden mijn zoon en ik jammer, maar wel begrijpelijk. Na deze demonstratie van militaire technologie uit de jaren dertig gaan we door een deur en staan we ineens in het prachtige landschap van Lotharingen. De gids legt uit dat de plaats van het fort uitstekend gekozen want wat voor ons een prachtig uitzicht is over het landschap, is voor een militair een uitstekende strategische plek waar je de grens met Duitsland en Luxemburg goed in de gaten kan houden.

De schade die de Amerikaanse kanonnen in 1944 de bunker toebrachten is nog duidelijk te zien.
Op deze plek is buiten de bunker is goed te zien met welk geweld de Amerikanen met een 155 millimeter geschut de Duitsers onder vuur namen. Een deel van de betonnen muren zijn compleet weggeschoten. Na een kwartiertje genoten te hebben van het uitzicht begint de binnenste van de bunker plotseling heftig te brommen waarna de koepel omhoog komt zodat het geschut zichtbaar wordt. Even daarna begint de koepel te draaien en is het ons duidelijke dat de Duitse rondleiding is inmiddels in de kamer onder ons aangekomen en een demonstratie krijgt van het nog werkende oorlogstuig. Ook buiten is het indrukwekkend om te zien het duurste defensie project van Frankrijk van voor 1940 in werking te zien. Toch jammer dat het niet veel kon doen tegen de Wehrmacht.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog behield het hele complex zijn militaire functie. Nu niet om de Duitsers tegen te houden maar om een Russische aanval tegen te houden. Die zouden tenslotte ook uit het oosten komen. Toen Frankrijk besloot een Atoombom te bouwen werden de dure forten door het Franse leger afgestoten waardoor de Hackenberg in 1970 zijn verdedigingsfunctie verloor. Tot 1975 deden de gangen en tunnels dienst als opslagruimte waarna de lokale bevolking rondleidingen begonnen te organiseren. Hieruit ontstond de l’Association Amfort Veckring en die nog altijd zorgt draagt voor de rondleidingen. Alleen in het weekend van 14.00 to 17.00 uur. Als je in de buurt bent ga dan zeker even kijken.








Rogier Swagerman