
Sainte-Agnès *****Dorp met uitzicht op de Middellandse Zee
Sainte-Agnès is gebouwd op de steile kalkrots op 666 meter hoog en daarmee is het hoogste dorp aan de kust. De weg vanuit Menton slingert via verschillende haarspelbochten en een col omhoog naar het dorp en is een attractie op zich. Snel gaat het hier nooit en dat moet je ook niet willen. Het is niet leuk voor de passagiers en bovendien zie je helemaal niets als je hier te snel rijdt.
De echte route begint op een enigszins vreemde plek onder het viaduct van de snelweg tussen Nice en Italië. Wij hadden vroegen ons even af of dit wel goed ging maar door braaf de routeplanner te volgen kwam het goed. De weg begint gelijk te klimmen. Eerst langs prachtige huizen maar naar mate je hoger neemt de natuur het over. Terwijl je naar boven slingert wordt je zo nu en dan getrakteerd op het prachtige uitzicht op de Middellandse Zee.
Vanuit het dorp heb je dan ook een uitzonderlijk mooi panorama over Menton en de Cap Martin. Het mooie uitzicht en de grens met Italië wijzen op een strategische ligging en dat is militairen niet ontgaan. Vanzelfsprekend heeft Sainte-Agnès een oud kasteel, je bent in een Frans dorp of niet. Deze is alleen te voet te bereiken via een half verharde weg die bij het kerkhof begint. Het is niet echt een lange tocht door de stijging en de staat van het pad is het niet aan te raden voor mensen die slecht ter been zijn.
De tocht is de moeite waard want naast een prachtig uitzicht met oriëntatietafel voert dit pad ook langs een mooie middeleeuwse tuin. Vlak voor het kasteel zit iemand in een klein hokje maar we hoefde niets te betalen om naar binnen te mogen. Voor toeristen was het gratis werd ons gezegd waarna ik vroeg wie ze hier nog meer verwachtte. Daar moest ze hartelijk om lachen.
Het kasteel bleek een veel groter complex dan ik had gedacht. Het strekt zich uit over de gehele top van de berg met op het bovenste punt een dikke donjon. Naast de tuin is het kasteel een slechte staat, het is feitelijk een ruïne waar je half klauterend je weg naar het donjon vindt.
Het dorpje zelf heeft heerlijke steegjes en kleine straatjes waar je lekker kan verdwalen óf zoals in ons geval, genieten van de koele schaduw. Bezoek ook even de plaatselijke Office du Tourisme ze een klein museum hebben ingericht over de streek. Wij werden daar ontvangen door een Vlaamse mevrouw die zowaar deze site kende. Dat voelde als een hele eer waarna ik natuurlijk een praatje maakte die uiteindelijk werd onderbroken door mijn familieleden die buiten langer een half uur stonden te wachten. “Zo is wel genoeg pap!” en daar hadden ze ook wel een beetje gelijk in.
Fort Maginot de Sainte-Agnès
In de meeste dorpen in Frankrijk stopt de militaire geschiedenis in de middeleeuwen maar in Sainte Agnès is dat niet het geval. Het schilderachtige dorp kreeg namelijk tussen de twee wereldoorlogen in nog een belangrijke rol bij de Franse plannen voor het verdedigen van het land.
Wat was het geval? De Eerste Wereldoorlog was wel verloren door Duitsland maar het had zijn kracht niet verloren en dat was Frankrijk niet ontgaan. De vrede die werd opgelegd voelden voor de Duitsers hard en oneerlijk maar eigenlijk viel dat mee. Duitsland had nog steeds een snel groeiende bevolking en de Duitse industrie was na Amerika de sterkste van de wereld. Frankrijk zag dit met lede ogen aan en besefte zich heel goed dat het buurland een grote bedreiging vormde zeker op het moment dat de VS en Engeland zich terugtrokken van het Europese vaste land. Frankrijk werd aan alle kanten voorbij gelopen door Duitsland en daar moest een antwoord komen.
Om Duitsland het hoofd te kunnen bieden bouwde Frankrijk in de jaren dertig van de twintigste eeuw de grootste en duurste verdedigingslinie ooit. Net als een middeleeuwse stad zou Frankrijk door een muur moeten worden beschermd. Dit project staat bekend als de Maginotlinie waar de enorme bunkers in de Elzas en in Lotharingen beroemd om zijn. Fort Hackenberg nabij Luxemburg is het grootste en bekendste voorbeeld van de enorme forten die Frankrijk in die tijd bouwde.
Nooit gebruikt
Minder bekend is dat de Fransen ook hun zuidoost grens wilden beschermen. Italië was in de Eerste Wereldoorlog wel een bondgenoot maar Frankrijk was er niet zeker van of dit bij een nieuw conflict weer het geval zou zijn. Een juiste inschatting bleek later. Om de grens te beschermen werden er op tal van plaatsen in de Alpen grote bunkers gebouwd. Niet zo groot als in het noorden, maar even goed nog van een redelijk formaat.
Om de kustlijn en de grens bij Menton te verdedigen werd er in Sainte-Agnès een bunker gebouwd met groot geschut. En dit bouwsel staat er nog steeds want het is net als zowat de hele Maginotlinie nooit gebruikt. De Duitsers trokken namelijk met tanks in het noorden om de hele verdediging heen en de Italianen verklaarden Frankrijk pas de oorlog toen Duitsland de klus al bijna had geklaard. De bunker is te bezoeken en voor iedereen met interesse voor de geschiedenis van de twintigste eeuw is dat een must.
Video van Sainte-Agnès
Beelden van Sainte-Agnès
E-Magazine
Evenementen in Sainte-Agnès
Kaart van Sainte-Agnès en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van Sainte-Agnès
Hunspach: vakwerkhuizen en de Maginotlinie

De ingang van het Fort Schoenenbourg
Na de Eerste Wereldoorlog bouwde Frankrijk langs de grens met Duitsland een enorme verdedigingsgordel met tientallen bunkers. Eén van de grootste bunkers in deze Maginotlinie staat vlakbij Hunspach.
De Ouvrage d’artillerie de Schoenenbourg kreeg in juni 1940 de volle laag van het Duitse leger maar het was zo goed gebouwd dat het stand hield. Helaas reden de sluwe Duitsers met tanks om de hele linie heen en konden daarna gewoon doorrijden tot aan de kanaalkust. Frankrijk gooide na zes weken de handdoek in de ring en gaf Duitsland zo de grootste overwinning in zijn geschiedenis. Voor de streek rondom Hunspach had deze nederlaag in 1940 grote gevolgen. De Elzas werd weer onderdeel van Duitsland en zo moesten de mannen bijvoorbeeld dienst nemen in het Duitse leger.
De bunker bij het dorp is in het weekend geopend voor publiek en omvat onder andere een geschutskoepel, keuken en een drie kilometer lange gang waar een treintje reed. In de winter is het dicht. Het hele complex lijkt erg om de Hackenberg in Lotharingen.
Fort Hackenberg: het grootste fort van de Maginotlinie *****
Geschiedenis Fort Hackenberg

Eén van de gepantserde koepels in het fort Hackenberg met uitzicht op Luxemburg en Duitsland.
Dit waren hoofdzakelijk mannen in de leeftijd tussen 18 en 45 jaar waarmee feitelijk een complete mannelijke generatie was verdwenen. In veel dorpen en steden was hierdoor geen huwbare man meer te vinden en er zijn zelfs streken die actief in het buitenland naar mannen zochten om zo de huwelijksmarkt weer een beetje in evenwicht te brengen. Zo probeerde de streek rond de rivier De Lot Nederlandse mannen te lokken met aantrekkelijke subsidies.
Om een nieuwe slachtpartij te voorkomen besloot Frankrijk langs de Duitse grens een serie bunkers en forten te bouwen om een aanval van Duitsland te kunnen afslaan. Het ambitieuze plan had tot doel om van Frankrijk één groot fort te maken. Naast de grens met Duitsland werden ook in het zuiden langs de grens met Italië fortificaties gebouwd. Hoewel Italië in de Eerste Wereldoorlog zich uiteindelijk aansloot bij Frankrijk en Engeland, werd het blijkbaar toch als een onbetrouwbaar volk gezien. Deze argwaan bleek in 1940 ook terecht, al verklaarde Italië Frankrijk pas de oorlog pas toen de Duitsers het klusje al geklaard hadden.
Tot slot omvatte het plan ook versterkingen langs de Belgische grens om een Duitse aanval via de Ardennen tegen te houden. Helaas is van dit gedeelte van het plan vanwege geldgebrek weinig terecht gekomen. Dat de Duitsers in 1940 net als in 1914 juist deze route namen en binnen zes weken Frankrijk versloegen maakte de rest van het plan achteraf nutteloos. Dit lag niet aan de Hackenberg want het regiment dat hier was gelegerd is het laatste die zich overgaf.
Het fort Hackenberg is de grootste van de Maginotlinie en bevindt zich twintig kilometer ten oosten van Thionville, de eerste stad in Frankrijk nadat je hebt getankt in Luxemburg en niet ver van het Plus Beaux Village Rodemack. Het complex is prima bereikbaar via de D918 en dan de D60 richting Vackering. De weg loopt door een prachtig glooiend landschap waardoor je afvraagt waarom je deze streek altijd links laat liggen op weg naar het zuiden.

De huidige ingang werd vroeger gebruikt door treinen die goederen en munitie aanvoerden.
Om een beetje in oorlogstemming te komen staat er bij de oprit een Amerikaanse tank geparkeerd. Dat kwam mij historisch niet correct over want wat doet een Amerikaanse tank bij een Franse bunker die is gebouwd om Duitsers tegen te houden? Ik bleek niet voldoende geïnformeerd want de enige keer dat dit complex echt in de vuurlinie lag was in 1944 toen de Amerikanen de Duitsers eruit hebben gejaagd. Daarbij hebben ze eerst de boel beschoten met tanks, type M10 Tank Destroyer. Deze machine is gemaakt om andere tanks te vernietigen en de aanval maakte ook geen indruk op de Duisters waarna het de Amerikanen tenslotte met zwaarder geschut toch lukten om de boel te veroveren.
Treinspoor
De ingang van de bunker bevindt zich in een berg. Van het hele complex is weinig te zien want die is in de hoogste heuvel van de omgeving gebouwd en dat is best verstandig voor een militair gebouw. Op het parkeerplaatsje verzamelen zich de toeristen die wachten op de rondleiding die in het Frans, Engels en Duits worden gegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met de verhoudingen uit de eerste helft van de vorige eeuw want de Franse en Engelse rondleiding gaan gezamenlijk, de Duitstalige mogen pas twintig minuten later de bunker in. De ingang ademt de sympathieke sfeer van vrijwilligers. De koffie komt uit een apparaat dat je thuis tien jaar geleden al hebt weggegooid en je kan er een oud croissantje kopen. Het smaakt prima.
De toegang tot het museum is één van de twee originele ingangen en nog geheel intact. Twee grote stalen deuren sluiten een poort waar een complete trein doorheen kan. Eenmaal binnen sta je in een brede tunnel waar de bevoorradingstrein werd gelost en de munitie en andere voorraden op het smalspoortreintje werden geladen. De tunnel doet nu dienst als opslagruimte voor oorlogsvoertuigen. Deze blijken afkomstig uit het Franse leger dat onlangs wegens bezuinigingen een aantal depots heeft moeten ontruimen. ‘Of wij interesse hadden’, vertelt de vrijwilliger, ‘Nou, dat hadden we wel want het was een waar walhalla met allerlei voertuigen van zowel Gallieerden als Duitse makelij.’

Een Renault TFS tank uit de eerste wereldoorlog. Dit was de eerste Franse tank met radio waardoor de inzittende niet meer met postduiven hoefde te communiceren.
Mijn jongetjeshart slaat op dat moment over want er staat veel dat ik onmiddellijk herken uit mijn jeugd waarin ik graag plastic tankjes van Italeri, Tamiya of Revell in elkaar mocht lijmen. Dat eindigde altijd in een teleurstelling want het resultaat was meestal een scheef voertuigje met overal klodders lijm en vingerafdrukken in de verf. Ik had er het geduld gewoon niet voor. Onze buurjongens waren er veel beter in en gebruikte mijn mislukkelingen als kapotgeschoten voertuigen in een prachtig diorama’s.
Ik haal mijn hart op en bewonder de oude voertuigen waar mijn vrouw werkelijk niets van snapt. In een nis ontdek ik een Bren Carrier en neem ik de tijd om deze te bekijken. Bijzonder is een Franse tank uit de Eerste Wereldoorlog. Een tank is misschien wel een beetje veel gezegd want veel meer dan een gepantserde brommer op houten blokjes is het niet. Het is een wonder dat die Fransen die oorlog hebben gewonnen.
Franse keuken
In de verte klinkt in de tunnel enorme herrie die wordt gemaakt door de elektrische trein die ons later naar één van de verre uithoeken van het complex zal brengen. Dat moet het hoogtepunt van het bezoek worden maar wij bezoeken eerst de verblijven van de officieren en soldaten. In totaal was er in fort Hackenberg plaats voor 1.200 manschappen die over de veiligheid van de republiek waakten. Dat deden ze redelijk in stijl want de onderkomens zien er comfortabel uit, zeker als je dit vergelijkt met loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Zoals je verwacht bij Fransen zijn ook de keukens dik in orde en nog in uitstekende staat. Even de pannen wassen en je kan er zo koken voor duizend man.

De elektriciteit van het hele complex werd verzorgd door vier grote generatoren. Eén daarvan doet het nog, inclusief een zeer trotse machinist.
Het complex is ontworpen met het idee dat het zonder bevoorrading zeker drie maanden kan uithouden. Om dit mogelijk te maken zijn er veel ruimtes om voorraden te stallen, maar ook een ziekenhuis met een operatietafel die nog helemaal in oude staat is inclusief alle apparatuur. Het is alsof je in een tijdcapsule bent gestapt en in 1940 bent uitgestapt.
Om niet afhankelijk te zijn van elektriciteit van buiten staan er vier grote generatoren. En nog altijd zorgt één van deze generatoren voor de stroom in het complex. De machine doet stampend zijn werk waarnaast een gepensioneerde vrijwilliger trots staat te glunderen. Ik stel hem de vraag of de machine nog origineel is waarna hij een heel verhaal begint te vertellen. Door het lawaai van de generator versta ik er niets van maar begrijp dat het allemaal nog is zoals het gebouwd is. Hierna begint hij aan allerlei handels te trekken en begint het apparaat nog meer herrie te maken. De man kijkt nog trotser dan eerst en ik vind het prachtig.
Door dit oponthoud ben ik wel mijn groep kwijt geraakt en moet ik mijn best doen om ze weer terug te vinden in de vele gangen en kamers. De machinist roept mij nog iets na, maar dat versta ik niet. Even bekruipt mij het idee dat ik ben verdwaald in dit ondergrondse labyrint maar na tien minuten trek een deur open en vind ik de mijn groep terug in de wapenkamer.
Een uiterst correcte naam voor deze ruimte want hier vind je genoeg geweren, pistolen en mitrailleurs om de regering van een Caribisch eiland in een paar uur omver te werpen. Daarnaast nog een uitgebreide collectie helmen, petten en uniformen. Helaas kan ik dit moois niet allemaal bekijken want in de verte zie ik mijn groep de kamer verlaten en moet ik flink doorstappen om ze in te halen.

Het treintje in de bunker maakt een enorm lawaai en brengt je naar een geschutskoepel.
Na de wapenkamer komen we weer in de treintunnel waar we moeten wachten. Na een paar minuten draait een treintje met veel lawaai de hoek om en kunnen we instappen. De rit is lawaaiig, oncomfortabel, historisch verantwoord en erg leuk. Na twee kilometer pure pret mogen we uitstappen en beklimmen we een lange wenteltrap, de minder valide mogen met de munitielift.
Geschutskoepel
Boven staan we in een ronde kamer met een enorme machine in het midden. Deze opstelling dient om het 135 millimeter geschut die zich vlak boven de kamer in een draaiende koepel bevindt in een razend tempo van munitie te voorzien. Dat dit mechanisme goed werkt kunnen de Amerikanen die de Hackenberg in 1944 benaderde over meepraten. Zij kregen in 90 seconden maar liefst 99 granaten om hun oren en moesten tijdelijk de aftocht blazen.
Verbazingwekkend genoeg werkt het hele mechanisme nog. De vrijwilligers laten dit maar al te graag zien waarbij alleen het afschieten van de granaten ontbreekt. Dat laatste vinden mijn zoon en ik jammer, maar wel begrijpelijk. Na deze demonstratie van militaire technologie uit de jaren dertig gaan we door een deur en staan we ineens in het prachtige landschap van Lotharingen. De gids legt uit dat de plaats van het fort uitstekend gekozen want wat voor ons een prachtig uitzicht is over het landschap, is voor een militair een uitstekende strategische plek waar je de grens met Duitsland en Luxemburg goed in de gaten kan houden.

De schade die de Amerikaanse kanonnen in 1944 de bunker toebrachten is nog duidelijk te zien.
Op deze plek is buiten de bunker is goed te zien met welk geweld de Amerikanen met een 155 millimeter geschut de Duitsers onder vuur namen. Een deel van de betonnen muren zijn compleet weggeschoten. Na een kwartiertje genoten te hebben van het uitzicht begint de binnenste van de bunker plotseling heftig te brommen waarna de koepel omhoog komt zodat het geschut zichtbaar wordt. Even daarna begint de koepel te draaien en is het ons duidelijke dat de Duitse rondleiding is inmiddels in de kamer onder ons aangekomen en een demonstratie krijgt van het nog werkende oorlogstuig. Ook buiten is het indrukwekkend om te zien het duurste defensie project van Frankrijk van voor 1940 in werking te zien. Toch jammer dat het niet veel kon doen tegen de Wehrmacht.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog behield het hele complex zijn militaire functie. Nu niet om de Duitsers tegen te houden maar om een Russische aanval tegen te houden. Die zouden tenslotte ook uit het oosten komen. Toen Frankrijk besloot een Atoombom te bouwen werden de dure forten door het Franse leger afgestoten waardoor de Hackenberg in 1970 zijn verdedigingsfunctie verloor. Tot 1975 deden de gangen en tunnels dienst als opslagruimte waarna de lokale bevolking rondleidingen begonnen te organiseren. Hieruit ontstond de l’Association Amfort Veckring en die nog altijd zorgt draagt voor de rondleidingen. Alleen in het weekend van 14.00 to 17.00 uur. Als je in de buurt bent ga dan zeker even kijken.









