Germigny-des-Prés ***
Uniek Karolingische kerkje

Karolingische gebouwen zijn er niet zo veel in Frankrijk maar in Germigny-des-Prés bij de Loire staat een zeer bijzondere kerkje dat ooit onderdeel vormde van de villa van één van de topadviseurs van Karel de Grote zelf. Dichterbij de grote keizer kan je bijna niet komen, in Frankrijk althans.

Als ik door Frankrijk rij dan zijn er een aantal borden waarop ik onmiddellijk reageer. Zo ga ik altijd kijken bij een Gorges en ook Romeinse bezienswaardigheden wil ik zien. Een ander bord waarop ik aan sla is er één met Carolingien erop. Die zijn er namelijk niet zo veel in Frankrijk

Carolingien betekent natuurlijk Karolingisch en dat verwijst naar grofweg de negende eeuw. Als ik een bord tegen kom waar iets Karolingisch wordt aangekondigd dan ga ik er altijd heen. En dat is precies wat er gebeurde toen wij op weg waren naar de Pont Canal de Briare over de Loire. Ik had het bord nog niet gezien of ik was er al voorbij gereden; een Karolingisch kerk stond gewoon midden in het dorp vlak naast de doorgaande weg. Deze had ik even niet zien aankomen.

Waarom is dit zo bijzonder? Omdat de tijd waar dit kerkje is gebouwd er bijna geen gebouwen meer over zijn. Hoe zit dit? wel nu vanaf ongeveer 450 tot 770 na Christus was het best chaotisch in West-Europa. De Romeinse steden verdwenen, er waren grote groepen migranten uit het oosten en het centrale gezag was ver te zoeken.

Germigny-des-Prés

Rating:

3 van 5 sterren (?)

Zeker zien:

- Mozaïek
- Achterkant

Locatie:

open in maps

Locatie:

Open in maps

Karel de Grote maakte zo rond 800 een einde aan deze chaos. Dit deed hij door in West-Europa één rijk te maken en dat bracht rust in de tent. Hij zorgde dat de migratie uit het oosten minder werd en voor interne vrede waardoor de economie zich kon herstellen. Dit alles bleek tijdelijke aard want na ongeveer tachtig jaar was het alweer voorbij maar dat wisten ze op dat moment natuurlijk niet.

Rol van de kerk

Karel was naast een goed militair ook een prima organisator en om zijn rijk te besturen gebruikte hij graag de kerk. De kerk was zo’n beetje de enige nog werkende organisatie en wat is er makkelijk om die naast geestelijke ook bestuurlijke macht te geven. Je hoeft alleen je vrienden op de belangrijkste bisschopszetels te zetten en besturen maar met dat Rijk.

Interieur van het kerkje in Germigny-des-Prés

Het oudste gedeelte van het kerkje is klein en doet denken aan een kerk in zuidoost Europa. De kerk ziet er zeer goed uit en je zou denken dat de boel vorig jaar is opgeleverd in plaats van 806 na Christus.

Bijkomend voordeel; priesters, en dat zijn bisschoppen uiteindelijk, mochten geen vrouw hebben en dus ook geen kinderen, officieel dan want niets menselijk was ook deze bisschoppen vreemd. Hierdoor zijn er ook geen officiële erfgenamen waardoor Karel, en later de Keizer, altijd zijn favoriet als bisschop kon benoemen.

Een prima systeem maar met een klein weeffoutje dat later aan het licht kwam toen de Paus vond dat hij alleen bisschoppen mocht benoemen. Dat heeft nog een hoop ellende tussen de Keizer en de Paus veroorzaakt maar daar had Karel geen last van.

Deze staatskundige indeling is ook nu nog te zien in West-Europa en wel in gebouwen. Zoals een machtig man betaamt hield Karel er een stevige bouwlus op na. Door de chaos in de eeuwen daarvoor lag de bouwsector op zijn gat, er is feitelijk geen enkel gebouw van steen gebouwd, maar met Karel was er een nieuwe en machtige opdrachtgever gekomen.

De vastgoedprojecten van Karel bestonden naast militaire objecten vooral uit kerken en paleizen en het liefst een combinatie van daarvan. De meest bekende voorbeelden zijn de paltskapel ,tegenwoordig Dom, in Aken (ga daar eens kijken!) en in Nederland het Valkhof in Nijmegen.

Theodulf van Orléans

En nu terug naar Germigny-des-Prés. Hier staat namelijk ook een kerk uit deze tijd en net zoals bij het Valkhof en Aken was dit een onderdeel van een paleis, of in dit geval een villa die nog uit de Romeinse tijd stamde. Maar in tegenstelling tot Nijmegen en Aken was niet Karel de Grote hier de bewoner maar de Bisschop van Orléans, een man genaamd Theodulf.

Hoewel hij de geschiedenis zou in gaan als Theodulf van Orléans was hij geboren in Spanje waar hij vluchtte voor de Moren die het Iberisch schiereiland veroverden. Hij sloot zich aan bij een klooster waar hij zich inzette voor de scholing van het volk. Hij probeerde de kerk over te halen om een schoolsysteem te ontwikkelen en toen Karel de Grote dit te horen kreeg werd hij uitgenodigd aan het hof van de vorst. Het klikte kennelijk tussen Theodulf en Karel waardoor hij zich ontwikkelde tot één van de belangrijkste adviseurs en vertrouwelingen van de Keizer.

Het vertrouwen van Karel in de man was kennelijk groot omdat hij hem benoemde tot bisschop van Orléans en werd hij tevens abt van Fleury. Dit betekende dat hij naast geestelijke ook wereldlijke macht kreeg. Hij was echter meer een man van de kerk waarvoor hij zich bleef inzetten en tal van scholen stichtte in heel Frankrijk.

Net als zijn meester ging hij ook als bouwmeester aan de gang. Hij betrok in Germigny-des-Prés een leegstaande Romeinse villa en liet in zijn achtertuin een kerk bouwen. Van de villa is na een bezoek van de Noormannen niet veel meer over maar het kerkje is buitengewoon goed bewaard gebleven en dat is uniek want van de Karolingische kerken zijn er maar een handvol bewaard gebleven.

In tegenstelling tot de meeste kerken, de katholieke althans, is deze kerk niet in een kruis gebouwd. In de achtste en negende eeuw was dat ook niet de gewoonte. De bouwmeesters lieten zich vooral inspireren door de kerken in het Romeinse Rijk dat nog bestond; Byzantium met als hoofdstad Constantinopel.

Daar staat de Hagia Sophia en dat was de grootste kerk van de wereld op dat moment. In deze kerk staat het altaar in het midden en zitten de gelovigen er omheen. Deze vorm, centraalbouw genoemd, komt in West-Europa niet veel voor maar in Oost-Europa juist wel. Zo heeft de kerk aan het Rode Plein in Moskou ook zo’n plattegrond.

De Dom in Aken een soortgelijk ontwerp en heeft de San Vitale in Ravenna als voorbeeld die op haar beurt weer op de Haga Sophia is geïnspireerd. Dat Theowulf zijn kerk liet bouwen in de stijl van de Dom in Aken is natuurlijk geen toeval; daarmee volgde hij zijn grote baas en het beleid.

Om het verhaal van centraalbouw af te maken; deze vorm kwam tijdens de Reformatie weer in de mode en je vind in Nederland ook tal protestanten kerken met deze opzet. Dit heeft een religieuze oorzaak omdat de protestanten de bijbel in het midden van de dienst zetten. De nieuwe kerk in Den Haag en Groningen zijn daar goede voorbeelden van maar er zijn er veel meer.

Nadat ik het kerkje voorbij was gereden was ik wel oplettend genoeg de parkeerplaats niet te missen. En dus liepen we terug naar iets wat mogelijk heel bijzonder is. De voorkant van de huidige kerk is duidelijk later gebouwd maar daarachter zag ik tot mijn vreugde inderdaad een gebouw dat de vorm had van de Dom in Aken.

De apsis van het kerkje in apsis Germigny-des-Prés

De apsis heeft een prachtig mozaïek uit de negende eeuw dat opvallend goed bewaard is gebleven.

Oratorium

Dit kerkje is echter een stuk kleiner maar zag er heel erg goed uit. Iets te goed was mijn eerste indruk want de buitenkant zag helemaal niet uit als een gebouw dat er al twaalf eeuwen staat. Ik noem het wel een kerkje maar eigenlijk is het een oratorium. Officieel een privéplaats om te bidden maar dat wel gewijd is door de kerkelijke instanties. Aangezien de eigenaar zelf deze instantie was, moet het inwijden een koud kunstje zijn geweest.

Ook binnen ziet het kerkje er nog prima uit, of eigenlijk weer. Het gebouw heeft namelijk een behoorlijke geschiedenis van plunderingen, invasies en branden achter de rug maar daar is nu helemaal niets van te zien. Het lijkt er meer op dat de aannemer de boel een paar maanden geleden heeft opgeleverd. Het deel waar je binnenkort doet je denken aan een gewone kerk maar dit deel stamt uit de vijftiende en zestiende eeuw en is ook het begin van de negentiende eeuw nog eens flink onder handen genomen. Hoewel best mooi, is het niet bijzonder en daarbij is het in de negentiende eeuw net iets te grondig onder handen genomen; het is kapot gerestaureerd.

Het gaat om het achterste deel van de kerk. Waar je een koor verwacht is hier een vierkante ruimte met koepels als plafond. Loop je er eenmaal in en je waant je in zuidoost Europa. Ongetwijfeld het meest indrukwekkende deel is het koor met op het plafond van de absiss een prachtig mozaïek, origineel uit de negende eeuw.

Het bestaat uit meer dan 130.000 stukjes glas en iedereen die de basiscursus kunstgeschiedenis heeft gevolgd ziet direct de Byzantijnse invloeden. En dat klopt want waarschijnlijk is dit mozaïek ook gemaakt door een kunstenaar uit die streek.

Het mozaïek laat vier engelen zien bij de Ark des Verbond. Wat ze daar precies mee doen is mij niet duidelijk maar de Latijnse tekst eronder roept op tot gebed waarbij wel wordt aangeraden om daarbij de onovertroffen Theodulf te vergeten. Dat doet een beetje vreemd aan om in je privékerk zo’n oproep over jezelf te plaatsen. De man was misschien toch niet zo nederig óf hij ging ervan uit dat toch niemand het kon lezen. Waar hij wel eens gelijk in zou hebben al denk ik dat het opperwezen het wel zou opmerken, maar goed.

Achterkant van het kerkje van Germigny-des-Pres in Frankrijk

Aan de achterkant van de kerk is duidelijk van een andere stijl als de voorkant.

Het mozaïek is buitengewoon goed bewaard gebleven en dat komt omdat het eeuwenlang bedekt is geweest met een dikke pleisterlaag. Pas in de negentiende eeuw kwam het er weer onder vandaan en gelukkig zijn ze er verder ook vanaf gebleven. Het is prachtig en het is een belevenis als je zoiets oud van zo dichtbij kan zien.

Na het bezoek van de binnenkant is het de moeite waard om even om het gebouw heen te lopen. Aan de achterkant zie je namelijk veel beter hoe het oude deel is gebouwd.

Germigny-des-Prés was voor mij onbekend tot ik er doorheen reed maar wat een kunsthistorische traktatie! Als je in de buurt bent zou ik hier zeker even stoppen. Het kost je maximaal een uurtje maar dat is dit stukje West-Europese geschiedenis zeker waard.

Video van Germigny-des-Prés

E-Magazine

In bezit een ereader of tablet? Download dan één van de E-Magazine. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.

Kaart van Germigny-des-Prés en omgeving


Les plus beaux villages de France
weergeven op een grotere kaart

Tuinen van het kasteel van Chantilly ****

Maar indrukwekkend is het nog altijd. Wij rijden door het dorp waar je via een oude poort naar het kasteel rijdt. Achter de poort, waarvan ik niet helemaal zeker weet of deze wel zo oud is, rij je over een weg van kasseien die op de route van Parijs – Roubaix niet zouden misstaan. Dit wegdek is het perfecte wapen tegen snelheidsduivels want als je harder rijdt dan 30 kilometer per uur trillen de vullingen uit je kiezen. Waarschijnlijk heb je er minder last van in een Citroën DS of CX.

De grote stallen van het kasteel.

De grote stallen van het kasteel met daarnaast de poort waar je doorheen rijdt als je het kasteel nadert. De bekende renbaan ligt ervoor.

Dit mag de pret echter niet drukken want de weg glooit naar beneden met aan je rechterhand een renbaan en aan de linkerkant een bos. Na een paar honderd meter houden de bomen rechts op en heb je een prachtig uitzicht op het kasteel dat midden in een meertje ligt. Het is een verbluffende opening van ons bezoek en ik heb er zin.

James Bond

Liefhebbers van James Bond herkennen het kasteel direct als de locatie waar ongeveer een groot deel van ‘A view to a kill’ afspeelt. Nadat je de ingang van het kasteel bent gepasseerd kom je bij de parkeerplaats. Deze is betaald en dat doe je direct met je pinpas.

Dat gaat fout bij ons; het paaltje geeft een piep als ik mijn pas invoer maar het boompje blijft halsstarrig naar beneden. Ook de tolwegbadge weet de slagboom niet over te halen om open te gaan. Na tien keer proberen begint er een behoorlijk file achter mij op te bouwen en de medewerkster achter het knopje waar ik ondertussen contact mee heb, weet het na tien minuten ook niet meer. Nederlandse Banken worden over het algemeen toch geaccepteerd drukt ze op mijn hart. Ik mag gratis naar binnen.

Het kasteel van Chantilly

Het kasteel omvat een museum en vormt het decor voor de Bondfilm ‘A view to a kill’

Het is warm en we besluiten voldoende water mee te nemen. Tussen het parkeerplaats en de ingang is een grote laan met aan beide kanten grasvelden met bomen. Het is hier een gezellige drukte van mensen die in de schaduw van de bomen genieten van versnaperingen uit de foodtrucks die naast het grasveld staan opgesteld.

We laten deze gezelligheid voor wat het is en lopen door naar de ingang van het kasteel. De kassa bevindt zich in één van de twee poortwachtershuizen waar ik moet oppassen om mijn hoofd niet te stoten. De mevrouw achter de kassa vraagt of ik degene was die de parkeerplaats niet op kwam. Ik twijfel even tussen schaamte en de angst om alsnog te moeten betalen maar geef het uiteindelijk toch toe. Ze moet lachen en biedt haar excuses aan. Ik hoef voor het parkeren niet te betalen, ook in tweede instantie niet en hoewel dit bijna niet scheelt in de totale kosten van de dag voelt het ergens toch wel lekker. Heb ik die Fransen toch een poot uitgedraaid!

Musée Conté

Aangezien het al over twaalven is en we inschatten dat een bezoek aan het museum minstens een halve dag kost, besluiten we alleen de tuin te bekijken. Hier kom ik graag nog een keer terug om het museum en het kasteel goed te bekijken. De collectie van het Musée Condé is namelijk ronduit indrukwekkend met maar liefst 1.500 Middeleeuwse manuscripten waaronder het beroemde Très Riches Heures du Duc de Berry. Dit getijdenboek uit de late middeleeuwen is versierd met 66 miniaturen waarvan de één nog mooier is dan de ander. Het is gemaakt door de gebroeders Van Limburg en is één van de mooiste voorwerpen uit de Middeleeuwen.

Het stond op de kaft van het bronnenboek dat ik gebruikte tijdens mijn studie en hoewel Middeleeuwen heel interessant zijn kan ik je verklappen dat het één van de moeilijkste tentamens is waar ik een aantal keren over heb moeten doen. Ik haatte dat boek maar werd toch altijd blij van het plaatje aan de voorkant.

Daarnaast heeft het museum een uitgebreide collectie schilderijen van meesters als Raphael en Fra Angelico. Met toch een klein beetje pijn in mijn hart besef ik mij we dat deze schatten vandaag niet gaan zien. Gelukkig belooft de tuin veel goed te maken en dat viel zeker niet tegen.

De ingang van het kasteel van Cantilly.

De ingang van het kasteel is indrukwekkend. Op de achtergrond het ruiterbeeld van de voormalige bewoner van dit optrekje.

De opgang naar het kasteel is indrukwekkend. De ruimte is enorm en hoewel het druk is vallen de mensen helemaal weg. Echt heel mooi is het hier niet maar indrukwekkend zeker. Tot onze opluchting slaat ongeveer 85 procent van de mensen linksaf richting het kasteel en de stallen.

Wij gaan rechtdoor richting een ruiterstandbeeld en lopen een beetje ophoog. De voormalige eigenaar van dit stukje ontroerend goed heeft zich laten vereeuwigen zittend op een paard in de stijl van Marcus Aurelius. Dit soort beelden zijn zo’n beetje overal in Europa te vinden van grote leiders en meestal zijn dat niet echt democratische figuren. Wij hebben er één van Maurits in Den Haag bij het binnenhof. Als bewoner van zo’n pand moet je ook niet te bescheiden opstellen denk ik.

Het uitzicht is ook niet slecht bij het standbeeld, ga er dus even staan en geven je ogen de kost. Aan de ene kant kijk je zo op het kasteel wat iets later ligt, aan de andere kant heb je uitzicht op de strenge Franse tuinen. Het kasteel is in verhouding eigenlijk helemaal niet zo groot, de tuin kan de vergelijking met Versailles wel aan. Natuurlijk is daar alles nog een maatje groter en indrukwekkender maar ook hier is het wijds, indrukwekkend en bovendien smaakvol.

Water van de rivier Nonette

Net zoals in Versailles is er werk gemaakt van de tuin waarbij water een hoofdrol speelt. Dat is al te zien op het pleintje bij het ruiterstandbeeld. Een grote ronde vijver met daarachter een strak waterbassin met daarachter weer het riviertje de Nonette. In tegenstelling tot Versailles was hier al een riviertje en hoefde die niet worden omgelegd.

Het meertje waar de rivier het kanaal instroomt bij het kasteel van Chantilly, Frankrijk

Het plaatselijke riviertje was te klein en is daarom gekanaliseerd. In de verte zie je een brug waar het riviertje het kanaal instroomt. Rechts is de waterval van het water uit het bassin.

Het formaat van de Nonette voldeed echter niet en dus werd het gekanaliseerd zodat deze nu lekker breed is. Het lijkt dan ook helemaal niet meer op een rivier en het deel bij het kasteel gaat dan ook door het leven als ‘Grand Canal’, en ja net zoals in Versailles.

Achter het kasteel is er een Engelse landschapstuin en de indrukwekkende achttiende-eeuwse stallen, aan de linkerkant een park met een Engelse Chinese tuin. De Franse tuin én het park zijn ontworpen door André le Nôtre die ook de tuin van het Vaux-le-Vicomte én Versailles tekenende.

Hoewel de hete zomerzon ons richting de schaduw brandt blijven toch even staan om het panorama in ons op te nemen. We hebben niet zo veel zin in drukte en besluiten de Chinees-Engelse tuin te bekijken. Om deze te bereiken loop je een heel stuk door de Franse tuin die aan beide kanten wordt afgesloten door een laan van bomen.

Deze lanen hebben de namen Allée des Penseurs en Allée des Philosophes. Hoogdravende namen die hier niet helemaal onterecht zijn gekozen. De kasteelheer in de zeventiende eeuw die de tuin liet aanleggen ontving op het kasteel talloze schrijvers, filosofen en andere intellectuelen. Dit is ook de man op het paard bij het kasteel. Hij vergaarde zijn rijkdom met de invoering van het papiergeld. Dat is een handig attribuut voor de economie maar zo te zien is hij daarbij zichzelf ook niet vergeten.

Chinees Engelse tuin

Nu hou ik best van tuinen maar ik ben ook geen echte kenner. Ik weet een beetje de basics en hoewel ik wel het idee had dat er Aziatische invloeden zijn in dit deel van het park kan ik niet goed uitleggen waarom dit nu precies een Chinese tuin is. Maar het kan natuurlijk zijn dat dit een idee is hoe een Chinese tuin er volgens een Europeaan uit de zeventiende eeuw uit zou zien. Hoe dan ook het is fraaie fraaie tuin met mooie planten en leuke kanaaltjes of sloten.

Achter de Chinees Engelse tuin lopen we een dorpje in, een hameau om precies te zijn. Het omvat een aantal vakwerkhuisjes waarvan er één is ingericht als restaurant. De lunch was net klaar en de Fransen zaten nog gezellig na te tafelen; dat levert altijd mooie geuren en geluiden op.

De hameau in de tuin van het kasteel van Chantilly

In de tuin is een klein dorpje met een restaurant en het toilet. Vlakbij is een mooie speeltuin.

Achter het dorpje is er een groot grasveld met hier en daar een indrukwekkend boom. Hier is een redelijk grote speeltuin en een prachtig uitzicht over de Grand Canal en een meertje waar het kanaal begint. Een ideale plek voor een picknick en daarom staan hier en daar ook tafels voor dit doel. Hier eten wij ook onze baguette en camembert, geen drank want daarvoor is het veel te warm.

Het meer wordt gevuld door het riviertje én een waterval die in verbinding staat met een groot rond waterbassin. Al met al een prachtig voorbeeld van waterbouwtechniek uit de zeventiende en achttiende eeuw gecombineerd met zwanen, eenden en meerkoeten.

Doolhof

Achter de ronde bassin is verder niets meer te zien maar het is nog wel leuk om te melden dat naast de speeltuin er ook een doolhof is. Terwijl we er doorheen lopen hebben we een discussie over de Griekse goden en helden waardoor we niet goed opletten. We moeten nog echt ons best doen om de ingang weer te vinden maar dat lukt uiteindelijk. Opvallend is dat hoewel de parkeerplaats van het kasteel zo goed als vol stond en hier (bijna) niemand is.

Dit doolhof staat er nog niet zo lang en het is een herinnering aan het doolhof dat in de achttiende eeuw één van de grote attracties van het kasteel was. Dit labyrint bestaat niet meer en bevond zich in het deel dat naast de Chinees Engelse tuin staat.

Dit lijkt meer op een bos en omvat tal van andere ‘kamers’ met verschillende functies. Zo was er hier ook een levensgroot ganzenbord met een ‘echte’ gevangenis en een put. Ganzenbord was in die tijd kennelijk populair want er zijn meer levensgrote varianten van het spel te vinden in Frankrijk, bij voorbeeld in het dorp Collonges la Rouge. Midden in het park tussen de bomen kan je deze plek nog bekijken waar wordt uitgelegd waar alles stond maar van het origineel is helaas niets meer over.

Een Chinese poort in het park bij het kasteel van Chantilly

Midden in het park kom je vreemde dingen tegen zoals deze Chinees aandoende poort.

Dit deel van de tuin, ik noem het maar park want het staat helemaal vol met bomen, heeft nog flink wat verrassingen in petto. Zo kwamen we een klein dierenpark tegen waar kangoeroes werden gehouden, een aantal Chinese gebouwtjes, een prachtige oranjerie, een soort van lesgebouw en nog veel meer.

Hoewel we wel het ‘treintje’ tegenkwamen is dit deel van de tuin niet druk bezocht. We kwamen af en toe wat wandelaars en hier een daar een verdwaalde fietser maar dat was het dan ook. Gelukkig is er een goede wegbewijzenring want anders zou je hier echt verdwalen.

kangoeroes in het park van het kasteel van Chantilly

Helemaal achterin in het park leven kangoeroes. Waarom is niet helemaal duidelijk, maar ze zijn er.

De Revolutionairen zijn namelijk niet zo heel erg zuinig geweest op het kasteel en de tuinen na hun machtsovername aan het einde van de achttiende eeuw. Integendeel want het kasteel werd eerst gebruikt als gevangenis en werd later zo goed als met de grond gelijk gemaakt en dwars door de tuinen werd een weg aangelegd. De bijgebouwen en de grote stallen bleven wel staan.

Neostijl uit de negentiende eeuw

In de negentiende eeuw werd het kasteel weer opgebouwd in de neostijl die toen mode was. Indrukwekkend is het zeker maar echt heel mooi kan ik het niet vinden. Alleen de kapel is ouder. Dat geldt echter niet voor de tuin, die vind ik wel mooi. De Franse tuinen tussen de stallen en het kasteel werden vervangen door de Engelse landschapstuin.

Maar net als in de eeuwen ervoor werd de tuin ingericht om te ontspannen en ter vermaken. De negentiende eeuw was de tijd van Romantiek en dat levert een leuke en interessante tuin op. Grote open grasvelden met dikke bomen worden afgewisseld met heuvels en grote vijvers.

De Engelse landschapstuin van het kasteel van Chantilly

In de negentiende eeuw is de Engelse landschapstuin aangelegd vol met romantische details. Het koepeltje staat op het eiland van de liefde. Het kon niet op in die tijd.

In de heuvels werden ‘grotten’ gemaakt en in de vijver ligt een liefdeseiland met een laan die eindigt bij een prieeltje. Boven op een heuvel klettert het water naar beneden in een fontein en langs het Grand Canal staat een heuse Venustempel. In deze tuin is het allemaal dramatisch en kan het gevoel de vrije loop nemen. Het levert een prachtige tuin op waar je heerlijk kan zitten, ontspannen en genieten.

Al met al hadden we een uitstekende middag en hebben ons goed vermaakt in de enorme tuin. De verschillende karakters van de tuinen maakt het interessant waarbij we steeds weer werden verrast. Het meest verbazingwekkend waren ongetwijfeld de kangoeroes. Het is ook prima te doen met kinderen want ook voor die is er voldoende te beleven. Het is geen Parc Asterix maar daar kan je ze wel op voorbereiden.

We komen hier zeker nog eens terug want de collectie van het museum wil ik echt zien. Of ik dan ook het paardenmuseum in de stallen ga bezoeken weet ik nog niet. Ik heb daar niet zoveel mee maar misschien moet je dan juist gaan.