
La Roque-sur-Cèze Dorp op een rots boven een rivier
De plek op de rots boven de rivier is niet gekozen voor het schilderachtige plaatje maar puur omdat het goed te verdedigen is. In de twaalfde eeuw werd er een kasteel gebouwd waar omheen het dorp ontstond. De kerk, of beter de kapel van het kasteel, is redelijk goed bewaard gebleven.
Naast het kasteel heeft La Roque-sur-Cèze nog een bijzondere brug. Deze is genoemd naar Karel Martel maar stamt niet uit de tijd van deze Karolinger. De brug is gebouwd in de veertiende eeuw. Tot slot ligt er bij het dorp nog een prachtige waterval, de Cascades du Sautadet.
Video van La Roque-sur-Cèze
E-Magazine
Evenementen in La Roque-sur-Cèze
Kaart van La Roque-sur-Cèze en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van La Roque-sur-Cèze
La Garde Guérin: burchtdorp in de Cevennen
De verdedigingsmuur van het dorp zijn nog altijd goed te herkennen en de meest zichtbare zijn de overblijfselen van de burcht waarvan een toren en nog wat andere gebouwen overeind staan. Aangezien het dorp op een strategische plaats is gebouwd heb je een prachtig uitzicht op de omgeving die redelijk spectaculair is. Een bordje bij de burcht wijst je de weg naar een plek met nog mooier uitzicht op 15 minuten lopen.
Sainte-Enimie: dorp aan de Tarn met een legende
Van deze kloosters staan nu nog een paar gebouwen en die zijn te bezoeken. Het complex werd tijdens de Franse Revolutie flink beschadigd maar er is nog voldoende te zien. Naast de resten van de kloosters is het dorpje zelf ook leuk om te wandelen.
Het dorp daarbij is goed ingericht voor het toerisme zo zijn er verschillende campings, restaurants en hotels. Je kan hier dus prima terecht voor eten of een slaapplek. De rivier kan worden bevaren met een kano, een activiteit waar wij dol op zijn. Maar je kan er ook uitstekend wandelen, klimmen, fietsen en gewoon lekker zwemmen.
Castelnou: mooi dorp in Catalonië
Lagrasse: prachtig dorp met abdij en brug
Tijdens de renaissance van de twaalfde eeuw kent Lagrasse zijn eerste echte bloeiperiode. De tol die werd geheven op de brug zorgde samen met de abdij Sainte-Marie l’Orbieu ervoor dat het dorp zich ontwikkelde. Er kwamen steeds meer mensen wonen en de bouw van de markthal duidt op de economische functie die Lagrasse in de omgeving had. In de veertiende eeuw maakten de Honderdjarige oorlog en de uitbraak van de pest hier een einde aan.
Toch weet het dorp zich dankzij de ontwikkeling van de lakenhandel te herstellen waarna een nieuwe bloeiperiode ontstaat. Ook hier komt een einde aan en weer zijn het externe factoren de oorzaak van de neergang. De Franse Revolutie zorgt ervoor dat de Abdij wordt opgeheven en dat het gebouw wordt verkocht aan de hoogste bieder. Dat blijkt de doodsteek van voor het dorp dat in de negentiende eeuw bijna compleet leegloopt. Het is uiteindelijke het toerisme in de twintigste eeuw dat ervoor zorgt dat Lagrasse zich voor de derde keer weet te herrijzen.
Minerve: dorp met natuurlijke tunnels
De gebeurtenissen van achthonderd jaar geleden heeft een grote invloed gehad op de cultuur van de Languedoc dat eigenlijk nooit de macht uit het noorden heeft willen accepteren. Ook nu nog is Parijs hier heel ver weg. Letterlijk want Amsterdam ligt dichterbij de Franse hoofdstad dan Minerve.
Nadat 1209 Beziers en Carcassone in handen van de kruisvaarders gekomen vonden de heren het wel goed. De buit was binnen en ze marcheerden weer naar het noorden. De weerstand was echter nog niet gebroken en een klein leger onder leiding van de Simon de Monfort bleef achter om de laatste puntjes op de i te zetten.
Minerve was zijn eerste prooi en na een belegering van de vijf weken viel de stad waarna De Monfort alle 180 aanwezige katharen liet doden. Daarmee was de kous nog niet af want de oorlog zou nog negen jaar de Languedoc teisteren.
Nog steeds wordt de herinnering aan deze gebeurtenissen in het dorp levend gehouden. De katharen werden terechtgesteld op het plein voor het gemeentehuis en is duidelijk aangegeven. Ook het kasteel waar de katharen zich hadden verschanst staat in het teken van de strijd in het begin van de dertiende eeuw.
Naast de indrukwekkende geschiedenis heeft Minerve nog twee indrukwekkende attracties. De water van de rivieren heeft zich namelijk door het zandsteen gegeten en heeft zo twee natuurlijke tunnels gevormd. Deze kan je goed te bekijken door langs de oever van de rivier te lopen en dat moet indrukwekkend zijn.
Olargues: dorp met prachtige oude brug
Axat: ontspannen in de Pyreneeën

In Axat hebben ze er zoveel mogelijk manieren bedacht om blauwe plekken op te lopen; rotsklimmen, abseilen, canyoningen, hydrospeeden, raften en mountainbiken.
Qua voorzieningen: er is een kruidenierswinkeltje dat in staat is je geruime tijd in leven te houden. Maar na dag twee had ik echt méér nodig.
‘Waar is de dichtstbijzijnde supermarkt?’ vroeg ik een Nederlandse reisleidster op de camping.
‘Na de uitgang rechtsaf,’ zei ze behulpzaam. ‘Na twaalf minuten zie je hem aan je linkerhand. Kan niet missen.’
Dus toog ik, op teenslippers, rechtsaf. Na twintig minuten begon ik me enige zorgen te maken. Rechts de rivier, links een rotswand en verderop zo te zien méér rivier en rotswand. Na drie kwartier maakte ik moedeloos rechtsomkeert. Dat betekende: ook drie kwartier terug. Op slippers. Waar mijn tenen nog niet aan gewend waren.
Terug op de camping strompelde ik naar de reisleidster, die geschrokken naar mijn voeten keek. ‘Wat is er met jóu gebeurd?’
Ik keek haar strak aan. ‘Twaalf minuten verderop, zei je…’
Ontzet sloeg ze haar hand voor haar mond. ‘Met de áuto ja!’
Cirque de Navacelles: dorp in keteldal ****
De reden voor deze rust ligt waarschijnlijk in het feit dat het gebied niet heel toegankelijk is. De weg door de Gorges is op sommige plekke erg smal en net breed genoeg voor één auto en dat zorgt bij tegemoetkomend verkeer voor lastige situaties. Gelukkig is er bijna geen verkeer en heb je er niet zo veel last van. Al had ik het aan stok met een Parijzenaar die mij geen voorrang wilde geven.

De rivier de Vis heeft heerlijk helder water. Het is wel heel koud, ook op een snikhete zomerdag is het even schrikken als je erin stapt.
De mooiste plek in de kloof is ongetwijfeld de Cirque de Navacelles. Dit is een indrukwekkend dal van driehonderd meter diep dat in drie fases is ontstaan. Drie miljoen jaar geleden lag hier een gletsjer die een onderdeel was van de ijskap die op het Centraal Massief lag. Nadat de gletsjer zich had teruggetrokken bleef er een keteldal over zoals die bijvoorbeeld ook in de Cantal te vinden zijn.
Rivier
In de tweede fase werd het dal een onderdeel van de loop van de rivier de Vis. Een prachtige naam voor een watertje natuurlijk. Het water van de rivier liep eerst door soort haarspeldbocht in het dal. In het midden ontstond zo een schiereiland dat aan drie kanten door de rivier werd ingesloten. Ongeveer tienduizend jaar geleden veranderde de situatie toen het water besloot niet meer de bocht te gebruiken maar gewoon rechtdoor te gaan. Zo ontstond er een eiland in de rivier dat na verloop van tijd geen eiland meer was toen de rivier verder uitsleet, dieper werd en de oorspronkelijke bocht niet meer door het water werd gebruikt. De oorspronkelijke loop van de Vis droogte op en liet slip achter.
Het resultaat van dit hele proces is een bijzonder fraai dal van ruim driehonderd meter diep met op de bodem Navacelles. Dit dorpje ligt op het voormalige eiland met aan de ene kant de rivier aan de andere drie kanten een brede strook gras waar vroeger het water liep. Vanaf boven is het al een vreemd gezicht, maar eenmaal beneden is het een bizar gezicht, zeker met de enorme rotswanden op de achtergrond.
Woestijn

Ruïne in Cirque de Navacelles
De Cirque de Navacelles is op twee manieren te bereiken; vanaf het zuiden over de D130 vanuit Saint Maurice Navacelles en vanaf het noorden over de D713 over het kalkplateau van Blandas. Die laatste route kunnen wij aanraden. Tijdens ons bezoek was het behoorlijk warm en deed het plateau aan als een rotswoestijn zodat je het idee hebt dat je in de opnames van Breaking Bad rijdt. Het passeren van een oude camper maakte het plaatje compleet.
Na een paar scherpe bochten sta je ineens voor een de afgrond van de kloof en dat geeft een onvergetelijk uitzicht. Het is dan ook aan te raden om hier even te parkeren en te genieten van het ‘Les Belvédères de Blandas. De parkeerplaats staat goed aangegeven voordat de kloof kan zien. Nadat je hebt genoten van het uitzicht kan je kiezen om de D713 te volgen en zo rustig in het dal af te zakken. Dat is prima, maar er is ook een andere route die je via een flink aantal haarspeldbochten in één keer naar het dorp brengt. Bij mooi weer is deze weg zeker aan te raden, bij slecht weer zou ik de andere weg kiezen.
Eenmaal op de bodem van het dal parkeer je je de auto, of motor, op de grasvlakte van de voormalige rivierbedding. Het dorpje zelf ligt aan je rechterhand en is zeer compact als een burcht gebouwd. De rivier ligt iets buiten de kern en produceert voordurend het heerlijke geluid van stomend water. Ik kreeg bij het verlaten van de auto direct een gevoel dat dit een bijzondere plek is. Nu zijn er wel mythische verhalen dat dit dal de hoefafdruk zou zijn van een enorm paard, maar dat lijkt toch wel erg onwaarschijnlijk.
Het gevoel heeft te maken van de ruimte en het decor van deze plek. De wanden van het dal zijn erg hoog en vormen als het ware een gigantisch stadion rondom Navacelles. De rivier zorgt ervoor dat het groener en koeler is in vergelijking met de droge woestenij in de omgeving en tot slot geeft je de grasvlakte van de voormalige rivierloop je het gevoel dat je in een park staat.
Zwemmen in de Vis
Het water van de rivier trekt onmiddellijk en je loopt vanzelf richting het water. Hier wachtte ons nog een aantal verrassingen. Ten eerste is er een uitgebreid botanische tuin waar je heerlijk kan wandelen. Ten tweede bleek de rivier een populaire zwembestemming te zijn. Vlak naast het dorp zijn een aantal kleine watervallen en stroomversnellingen en die volgens de Fransen veilig genoeg zijn om er te zwemmen.

Bij warm weer is het heerlijk zwemmen in het koele water van de rivier de Vis.
Genoeg waterpret dus maar helaas niet voor ons want wij hadden onze zwemspullen niet bij ons al hadden we hier ons zeker een halve dag vermaakt in het water. Voor ons was het lunchtijd en hebben ons stokbrood met Rustique en Jambon de Bayonne in de schaduw langs het water op een prachtige plek opgegeten.
Cirque de Navacelles is een unieke plek waar je als je je zwemspullen bij je hebt prima een dag kan vermaken. Langs de rivier zijn tal van wandelroutes uitgezet waar wij helaas geen tijd meer voor hadden. Een bezoek aan het dal kan je trouwens prima combineren met het Tempeliersdorp La Couvertoirade of Saint-Guilhem-le-Désert die dicht in de buurt liggen.
Het gebied is tegenwoordig goed te bereiken via de A75 via Millau en het is goed te doen als dagje vanaf de kust bij Montpellier. Het is weer wat anders dan op het strand liggen of als de winkels in Montpellier lopen.
Pont du Gard: indrukwekkend Romeins bouwwerk in de Provence ****
Van de culturen uit de oudheid gelden de Romeinen als de beste organisatoren en ingenieurs. De Pont du Gard laat deze twee eigenschappen heel goed zien want als een bouwwerk na tweeduizend jaar nog in goede conditie is, dan kan je wel spreken van kwaliteit. Helemaal als je bedenkt dat het niet is gemaakt voor de sier, maar om te functioneren. Utiliteitsbouw uit de oudheid dat verrassend snel is neergezet.

Het aquaduct vormt een prachtige eenheid met het landschap.
Het huidige Nîmes, dat in de Romeinse tijd als Nemausus door het leven ging, was zo’n grote stad. Het telde in de eerste eeuw voor Christus tussen de 20.000 en 25.000 inwoners en later zelfs het dubbele. Om de stad van voldoende water te voorzien werd er een kanaal van bijna vijftig kilometer aangelegd vanaf de bron Source d’Eure. Het begin van het kanaal is trouwens nog te bezichtigen, maar wij zijn er niet geweest.
Het kanaal zelf moet een meesterlijk stukje ingenieurswerk zijn geweest. Het water begon zijn weg op 71,5 meter boven zeeniveau en kwam in Nîmes aan op een hoogte van zestig meter. Snelle rekenaars weten dat het gemiddeld verval slechts 24 centimeter per kilometer was, precies genoeg om het water rustig kabbelend aan te laten komen. Om tot dit resultaat te komen moesten de Romeinen het water door bergen en dalen laten lopen. En dat deden ze.
Tunnels en aquaducten
Grote delen van het kanaal liepen door tunnels en er werden verschillende aquaducten gebouwd om het water over dalen te transporteren. De Pont du Gard was de grootste van het traject en zelfs de hoogste van het hele rijk. Aardig detail is dat het hele kanaal was afgesloten met een dak, dat vonden ze wel zo fris toen. Het hele project werd in minder dan dertien jaar gebouwd en was in 52 na Christus klaar. Bijna tweeduizend jaar later duurde de aanleg van de HSL in Nederland bijna even lang. Natuurlijk is die langer, technisch lastiger en kon geen gebruik worden gemaakt van slaven, maar toch laat het zien hoe goed er toen gepland en gebouwd werd.
De Pont du Gard is dus slechts een klein onderdeel van een veel groter project. Hiervan zijn nu nog meer resten te vinden zoals de eerder genoemde inlaat bij de bron, een aantal tunnels en het bassin in Nîmes waar het kanaal eindigde. Vanuit deze waterbak werd het water via kleinere kanalen verdeelt over de stad. Het kanaal bracht 35.000 kubieke meter water per dag naar de stad en daarmee van je 14 Olympische zwembaden vullen.
Even genoeg getallen en cijfers, al ontkom je daar niet aan bij een verhaal over dit bouwwerk. De Pont du Gard is een populaire attractie en het kan ’s zomers een drukke bedoeling zijn. Hierop zijn de Fransen echter prima op voorbereid. Aan beide kanten van de rivier zijn een grote parkeerplaatsen waar je de auto kwijt kan. De linkeroever is de beste want dan loop je direct bij de expositieruimte binnen. Deze hadden wij eerst links laten liggen want ik wil altijd direct naar de ‘real thing’. Op de terugweg zijn we daar toch even binnengelopen en de tentoonstelling bleek interessant. Helaas was de spanningsboog van onze kinderen niet lang genoeg om het helemaal goed te bekijken.
Bogen

Het water liep door een overdekt kanaal op de bovenste verdieping
Het aquaduct zelf in indrukwekkend. Het is 49 meter hoog en heeft drie etages die worden gedragen door rijen met bogen die naar boven kleiner worden. De bogen zijn gemaakt van enorme blokken kalksteen die uit een plaatselijke steengroeve zo’n 700 meter verderop werden gehaald. Opvallend detail is dat er nauwelijks beton of cement is gebruikt. De blokken zijn zo uitgehakt dat ze perfect in elkaar passen, de zwaartekracht zorgt ervoor dat het geheel op zijn plek blijft. De blokken werden genummerd en op sommige zijn aanwijzingen zoals ‘Deze kant linksvoor’ te vinden. Maar dan in het Latijn natuurlijk; ‘fronte sinistra’.
De blokken werden omhoog gehesen door kranen die werden aangedreven door grote trendmolens. Dit soort werktuigen werden tot het einde van de negentiende eeuw nog in West Europa gebruikt om grote blokken steen op te takelen. Het water stroomde op het hoogste niveau op de brug dat geheel overdekt is. Je kan deze verdieping bezoeken onder leiding van een gids.
Het kanaal is zo gemaakt dat het water zo min mogelijk weerstand ondervond. In tegenstelling tot de bogen is de bodem van de waterweg gemaakt van beton dat was bedekt met tegels. De wanden waren gemetseld en ingesmeerd met een mengsel van gebluste kalk, olijfolie, varkensvet en het sap van onrijpe vijgen. Dit zorgde voor een glad oppervlak dat weinig onderhoud nodig had.

De weg op de onderste galerij is in de achttiende eeuw toegevoegd.
Na de derde eeuw werd het hele watersysteem steeds minder onderhouden waardoor het langzaam maar zeker in verval raakte. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de politieke instabiele situatie waarin het Rijk zich bevond. Terwijl het land door invallen van allerlei stammen werd aangevallen, werd het watersysteem op zijn beurt aangevallen door planten en vuil. Langzaam maar zeker vulde het kanaal zich met een laag vuil. In de twintigste eeuw wisten geleerden door deze laag te analyseren te bewijzen dat het hele systeem waarschijnlijk tot de negende eeuw Nîmes van water te voorzien.
De kwaliteit van het werk van de Romeinse bouwers was echter zo goed dat het hele gevaarte gedurende de volgende eeuwen gewoon is blijven staan. Toch is de Pont du Gard niet helemaal meer zoals het oorspronkelijk is gebouwd. Ten eerste verdieping telt nog maar 35 bogen, dat waren er oorspronkelijk 47. Maar er is ook wat bijgekomen want de brug op de eerste verdieping is er in de achttiende eeuw aangebouwd. De weg die hier loopt was tot het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw nog in gebruik en kon je er met de auto overheen rijden. Het is zelfs een doorgaande weg geweest en was een belangrijke regionale verbinding.

Uitzicht vanaf de brug over de rivier de Gardon, rechts een podium voor een concert.
Nu kan je er lekker over wandelen en dankzij de burg kan je de Pont du Gard heel goed bekijken. Maar het best kan je het bouwwerk bekijken van een afstandje als de zon aan het begin van de avond er een beetje onderdoor schijnt. Het afsluiten van verkeer en de bouw van het informatiecentrum heeft er voor gezorgd dat het Romeinse monument een populaire toeristenbestemming is geworden. In 2001 bezochten in totaal 1,2 miljoen mensen de Pont du Gard.
Wie na een bezoek aan de brug nog energie over heeft, kan een flinke wandeltocht maken langs het tracé van het kanaal. Kaas, stockbrood en wijn mee voor een picknick in de vrije natuur met een goede dosis geschiedenis op de achtergrond, er zijn slechtere dingen in het leven.Door de unieke combinatie van oude techniek en natuurschoon maakt de Pont du Gard ook een prachtige achtergrond voor allerlei concerten. Met name in de zomermaanden worden hier veel muziekvoorstellingen gegeven van redelijk goede artiesten. Toen wij het aquaduct bezochten was er die avond ook een optreden en werd de soundcheck uitgevoerd. Lijkt mij een prima plek om van een goed concert te genieten.

















