
Chateau de Carrouges ***Charmant kasteel in Normandië
Het kasteel ligt in een vallei en op een strategisch onlogische plek. Dit komt omdat het huidige kasteel is gebouwd in een tijd dat kastelen hun militaire doel hadden verloren. Het oorspronkelijke kasteel lag veel hoger maar deze werd aan het begin van veertiende eeuw vernietigd.
Bij de herbouw kozen de heer van Carrouges een andere plek, onderin het dal op de oever van het plaatselijke riviertje de Udon. Ondanks de slotgracht is het huidige kasteel dus nooit bedoeld als verdedigingswerk maar als een woon/ werk gebouw voor de plaatselijke heer.
Deze heer, of beter één daarvan, heeft een opmerkelijk historisch feitje op zijn naam staan. Jean IV van Corrouges leefde tijdens de honderdjarige oorlog en was een generatiegenoot van Coucy. Hij sneuvelde tijdens de slag om Nicopolis waar ook Coucy aanwezig was.
Maar daar houden de gelijkenissen wel op. Hoewel beide niet van hoge adel waren had Coucy een grote invloed op de Franse koning en internationale contacten had, had Carrouges dat totaal niet. Desondanks is van deze plaatselijke held een Hollywood film gemaakt en van Coucy niet.
Film
De film heet ‘The last Duel’ uit 2021 en geeft daarmee ook direct het historische feitje bloot. Deze Jean IV vecht namelijk het laatste officiële ’trial by combat’ duel uit in Frankrijk. Zoals de naam doet vermoeden wordt rechtgesproken doormiddel van een duel, in dit geval tot dat één van de deelnemers het loodje legt. Hoe het zo is gekomen en hoe het afloopt kan je zien in de film die ondanks de grote namen, een beetje tegenvalt. Al is de laatste scene wel heel overtuigend. Kijk hem dus wel af.
Hoewel in het kasteel wordt verwezen naar de film is deze hier niet opgenomen. Historisch is dat ook correct omdat het huidige kasteel later werd gebouwd.

De weg naar het kasteel gezien vanaf het dorpje.
Dorp
Ik kan het aanraden om het kasteel te benaderen vanuit het dorp. Dit ligt iets hoger en hier stond het oorspronkelijke kasteel dat in de veertiende eeuw is verwoest. Van dit gebouw is nog weinig te zien maar de weg naar het huidige kasteel is fantastisch.
Vanaf de parkeerplaats kom je eerst een poortgebouw tegen, dat zo groot is dat je bijna kan spreken van een kasteel. Deze elegante constructie is gebouwd in de zestiende eeuw door de bisschop van Lisieux die het kasteel in bezit had. Naast het poortgebouw breidt hij het kasteel zelf ook uit tot ongeveer het huidige formaat.

Het poortgebouw is uitbundig en enorm. Het is daarbij ook nog eens mooi.
Eenmaal door de poort en Carrouges wist mij direct te betoveren met zijn charme. Ondanks dat het kasteel oorspronkelijk niet is gebouwd als verdedigingswerk heeft het wel een slotgracht met brug die in principe ook nog kan worden opgetrokken. Zo hou je boze boeren en burgers wel even van je af.
Het is moeilijk te verklaren waarom het kasteel zo aantrekkelijk is want als je het sec beschouwd heeft het geen enkel element dat het uniek maakt. Het is denk ik het formaat en de verhoudingen dat het zo aantrekkelijk maakt.

Het kasteel zelf is vrij somber ontworpen. Het heeft een slotgracht maar die is er voor de show en dat is dan ook goed gelukt.
Daarnaast ligt het ook prachtig en heeft het een mooie tuin. Die zijn voor het grootste deel van in de zeventiende en achttiende eeuw gemaakt.
Steek de eerder genoemde burg over en je bevindt je in een mooie binnenplaats. Hoewel er op de begane grond enkele vertrekken openbaar zijn moet je een kaartje kopen als de mooiste ruimtes van het kasteel wilt zien. En dat is aan te raden want er is veel moois.
De mooiste kamers bevinden zich in de vleugel uit de zestiende eeuw al is de inrichting niet uit die tijd. Het kasteel is lang in handen geweest van de familie Le Veneur. Gedurende de zeventiende, achttiende, negentiende en een deel van de twintigste eeuw was dit een plek waar machtige en beroemde personen te gast waren. Ook speelde de familie een grote rol bij de Franse kolonisatie van Amerika.

Eén van de vele elegante salons, het is toch meer dan een kamer. Boven de haard hangt een schilderij van Lodewijk XIV.
Zo logeerde Catharina dei Medici hier en hebben hier ook koningen gelogeerd. De adellijke familie hield er in de achttiende eeuw vooruitstrevende ideeën op na en had connecties met grote denkers uit die tijd zoals Jean-Jacques Rousseau.
De familie bleef tijdens de Franse Revolutie de guillotine bespaard en speelde een militaire rol tijdens het keizerrijk onder Napoleon. Ook in de negentiende eeuw bleef het kasteel in de handen van de Le Veneurs en werd het uiteindelijk pas in 1936 aan de staat verkocht.
In de vier eeuwen dat het kasteel in bezit was van één familie kende natuurlijk verschillende stijlen en het bijzondere aan Carrouges is dat je dit kan zien aan het interieur. Als je er een beetje oog voor hebt loop je door verschillende eeuwen heen; van renaissance tot aan de restauratie aan het begin van de negentiende eeuw; het is hier allemaal te zien in meubels, haarden en schilderijen.
Natuurpark
Helaas waren wij er op een regenachtige dag, maar ook de tuinen zijn prachtig en nodigen uit tot een fijne wandeling. Wie van wandelen door de natuur houdt is trouwens hier op de goed plek want in een boerderij die oorspronkelijk ook bij het domein hoorde, is het informatiecentrum gevestigd voor het plaatselijk natuurgebied; Parc naturel régional Normandie-Maine.
Video van Chateau de Carrouges
Beelden van Chateau de Carrouges
E-Magazine Cotentin
In bezit een ereader of tablet? Download dan het E-Magazine over de Cotentin. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.

Kaart van Chateau de Carrouges en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van Chateau de Carrouges
Romeinse Villa Rustica van Montmaurin
Romeinse villa’s
Minder dramatisch maar historisch even interessant zijn Romeinse villa’s. Daar zijn er nog al wat van in Frankrijk hoewel ze zijn niet allemaal goed bewaard zijn gebleven. Een bijzonder fraai exemplaar staat even te zuidwesten van Toulouse aan de voet van Pyreneeën in het dorp Montmaurin. Deze villa is gebouwd in de eerste eeuw na Christus en is gebruikt tot in de vijfde eeuw en de opgravingen zijn nu te bezoeken.
Archeologie wordt voor mij pas leuk als ik er iets van af weet, als je het kan plaatsen en tot een zekere hoogte mijn fantasie de gaten kan opvullen. Natuurlijk is een onverwacht bezoek ook leuk maar ik geniet toch het meest van een archeologische opgraving als ik het een beetje kan plaatsen. Anders bestaat het gevaar dat je naar een berg stenen met een half zuiltje staat te kijken en je niets anders ziet dan een bergje stenen met een half zuiltje.
Centre des monuments nationaux
Deze villa is niet alleen behoorlijk groot maar ook redelijk goed bewaard gebleven. Het staat niet voor niets op de lijst van het ‘Centre des monuments nationaux’. Dat is een redelijk exclusieve lijst met de 90 belangrijkste monumenten in Frankrijk en waar bijvoorbeeld ook de Mont-Saint-Michel en Arc de Triomphe opstaan. Een chique clubje dus.
Hoezo is een Romeinse villa dan belangrijk en waarom is juist het exemplaar in Montmaurin interessant? Het korte antwoord is dat villa’s de ruggengraat vormden van de Romeinse economie. Hoewel Rome een tijdje meer dan een miljoen inwoners had was deze stad de uitzondering. De meeste mensen woonde op het platteland en het geld werd dan vooral verdiend met landbouw en dat gebeurde in de villa’s.
De villa in Montmaurin was één van de grootste van de Gallië omvatte naast verschillende gebouwen ook bijna 1000 hectare aan landbouwgrond en er woonde meer dan vijfhonderd mensen.
De eigenaar van deze villa was dan ook een rijk man, zo rijk dat één van de bezitters het tot Keizer heeft geschopt. Helaas voor hem ook weer niet rijk genoeg om dat lang te zijn want de regeerperiode heeft waarschijnlijk maar een paar maanden geduurd.
Villa rustica
Het woord villa schept hier wat verwarring want je denkt al snel aan een luxe onderkomen voor een rijke familie. Dat klopt ook want ook dit soort villa’s hadden de Romeinen maar die noemden ze een villa urbana en, zoals de naam al doet vermoeden, zijn die vooral in een stad te vinden.
De villa rustica stond daarentegen op het platteland. Dit was ook het onderkomen van een rijke familie maar het was veel meer. Het was tevens een agrarisch bedrijf waar naast de eigenaar en zijn familie ook de knechten met hun aanhang woonden. Daarbij beschikte de familie natuurlijk over de nodige slaven die het land bewerkten en voor het vee zorgden. Een villa rustica was eigenlijk een samenleving in het klein die hier meer dan vijfhonderd mensen omvatte. In de middeleeuwen was dit een flink dorp en ook nu nog zijn er dorpen in Frankrijk die minder zielen tellen.
Gallo-Romeins?
De Fransen noemen de Romeinse tijd steevast Gallo-Romeins. Hoewel hier ongetwijfeld ook nationalistische motieven een rol spelen is hier historisch wel wat voor te zeggen. Ten eerste was Gallië helemaal geen eenheid maar een gebied met losse staatjes die een gemeenschappelijke Keltische cultuur deelden. Daarbij moet je de Romeinse bezetting niet zien als bijvoorbeeld de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Nadat een gebied was onderworpen gooiden de Romeinen het liefst op een akkoord met de bestuurlijke elite van de overwonnen stammen. Die bleven dan gewoon zitten en konden onder bepaalde voorwaarden hun gang gaan. Deze oude bestuurslaag werd snel geïntegreerd in het Romeinse Rijk en de leden kregen vaak snel het Romeins burgerschap. Aan de andere kant gaven de Romeinen de bevolking voldoende ruimte voor hun eigen cultuur zolang die niet botste met de belangen van Rome. Er is dus wel iets te zeggen voor de term Gallo-Romeinse cultuur.
Zelfvoorzienende unit
Een Romeinse villa was voor een groot deel zelfvoorzienend en naast de landbouwactiviteiten waren er ook tal van ambachten te vinden. Er was een een smid, een weverij en een atelier van een steenhouwer om aan de plaatselijke vraag te voldoen. Zeker op de grotere complexen, en de villa in Montmaurin is een hele grote, hadden al deze activiteiten hun eigen gebouwen.
Het surplus dat door het agrarisch bedrijf werd geproduceerd werd opgeslagen in grote schuren om uiteindelijk op de markt te worden verkocht. De villa’s vormden zo de spil van de economie in het westelijk deel van het rijk.

Bij een Romeinse villa hoort een zuil van marmer. Deze is wel bijzonder fraai en waarschijnlijk gemaakt in de vierde eeuw.
Naast de woon- en werkfuncties was er ook ruimte voor cultuur en ontspanning. Elke Romein had wel een huisaltaar waar de huis- en familiegoden werden vereerd. Had je wat meer geld dan werd hiervoor een aparte kamer ingericht. Kon je het echt breed laten hangen dan liet je een apart gebouw maken en dat noemen we een tempel.
Tot slot natuurlijk ook tijd voor ontspanning en ook daar was ruimte voor binnen de muren van de villa. Wie Asterix heeft gelezen ziet dan direct een stel Romeinen in een bad zitten en dat klopt ook. Romeinen waren dol op baden een een beetje villa had een flinke badruimte of zelfs een eigen badhuis.
Als je al deze gebouwen en functies bij elkaar optelt dan krijg je meer een beeld van een dorp. Dat is ook juist want er bestonden betrekkelijk weinig dorpen in het Gallië na het begin van de jaartelling. Natuurlijk waren er wel nederzetting op strategische plekken zoals havens en legerplaatsen maar dorpen als een eenheid met inwoners en alles waren er niet zo veel. En daar is ook wel een reden voor.
De Franse dorpen die wij nu zo mooi op de top van een berg of op een andere goed verdedigbare ontstonden pas nadat het Romeinse Rijk in de westen uit elkaar was gevallen. Je bouwt een dorp namelijk niet voor de lol op een berg. Buiten dat je alle bouwmaterialen naar boven moet sjouwen zonder bestelbusjes is de top van een berg een redelijke onhandige plek als de koeien of schapen in de wei beneden staan. Ook voor de handel is een dorp in een dal veel makkelijker.
Veiligheid van een dorp
Waarom dan een dorp bouwen? De reden is veiligheid. Nadat in de vierde eeuw met het gezag van Rome ook de interne vrede (Pax Romana) verdwijnt wordt het platteland geregeld geteisterd door rovend gespuis. Om zich te kunnen verdedigen tegen dit tuig trekken de inwoners van het platteland zich terug op strategische plekken te verdedigen zijn. De villa’s worden onbewoond achtergelaten omdat die vrijwel allemaal moeilijk te verdedigen zijn. De pittoreske straatjes, de mooie pleintjes en de kleine huizen in die Franse dorpen zijn dus ontstaan als antwoord op grof geweld.
Haut-Garonne
En als je zover hebt gelezen als hier dan weet je voldoende om een bezoek aan de de villa aan de voet van de Pyreneeën extra interessant te maken. De Haut-Garonne is niet echt een toeristische streek. De bergen trekken natuurlijk veel wandelaars en fietsers maar de streek daarvoor zie je eigenlijk nooit toeristen. Wij waren hier dan ook enigszins toevallig beland waarbij het zwembad bij de gîte de een belangrijke rol had.
Bij het bezoek aan de plaatselijke bakker waren mij de bordjes ‘Villa Gallo-Romain’ al snel opgevallen en natuurlijk was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ik weet niet of dit komt doordat ik in mijn jeugd veel Asterix heb gelezen maar ik vind Romeinen erg interessant. Hoewel Grieken misschien nog interessanter zijn gaan we in Frankrijk graag naar Romeinse opgravingen kijken.
Hier dus ook en nadat we hadden ontbeten stonden we om 10 uur voor de poort van de Villa Rustica. Om binnen te komen betaal je een opvallend lage prijs waarbij je ook nog eens hartelijk wordt ontvangen. De reden was duidelijk; er was helemaal niemand op het terrein.
Rijtje zuilen
Wie ooit een Romeinse villa heeft bezocht weet wat je kan verwachten. Een rijtje met zuilen, een paar halve muurtjes en als het even meezit een mozaïekvloer. Hoe je het went of keer dat is hier eigenlijk ook het geval al wil dat niet zeggen dat het niet interessant is.
Verwacht hier geen Romeinse gebouwen met het dak er nog op maar een goed onderhouden opgraving waar je met een beetje kennis en voorstellingsvermogen een aangename middag kan beleven. De muren die er staan geven een goed beeld waar de gebouwen hebben gestaan en de bordjes geven aan welke functie die hadden. Als je een beetje je best doet dat kan je de dynamiek die hier ooit was goed voorstellen.
Daarbij is het complex redelijk groot. Natuurlijk is het geen stad maar het heeft inderdaad de omvang van een dorp. Het had grofweg dezelfde economische en culturele functies maar wel een totaal andere opbouw. De centrale plek was niet een plein met een kerk maar de woning van de eigenaar met daarom heen de gebouwen met verschillende functies.
Badhuis
Daarbij zijn de functies van sommige gebouwen nog altijd goed te zien. De leukste vond ik het bad. Hier zie je goed welke technieken de Romeinen gebruikten om zo comfortabel mogelijk een bad te nemen. Daarbij komt het juist goed uit dat het gebouw een halve ruïne is want je kan goed zien hoe de baden en de ruimtes werden verwarmd. Het is verbluffend hoe modern de techniek is die werd gebruikt voor het nemen van een bad. Iets waar wat we tweeduizend jaar later nog steeds als een luxe ervaren en dat is bijzonder om te zien.
Na een uurtje of wat werd het ons te warm. Daarbij hadden begonnen onze kinderen wel erg te verlangen naar het zwembad bij onze gîte en daar gaven we ze gezien de warme dag helemaal gelijk in. Het bijbehorende museum besloten we later op de dag te bezoeken maar dat kwam er niet van, net als het zwembad trouwens. Onderweg naar de gîte reden we namelijk door de prachtige kloof van de plaatselijke rivier de Save. We besloten daar te gaan picknicken en hebben ons daar de hele dag verder vermaakt.
De Villa Rustica in Montmaurin is een leuk uitje als je in de buurt bent. Hoewel het een aangenaam landschap is om doorheen te rijden zou ik niet aanraden om hiervoor langer dan een uur in de auto te gaan zitten. Of je moet echt een fan zijn van alles wat Romeins is, dan is het wel een must.

Rogier Swagerman