
Saint-Suliac Oud vissersdorp in Bretagne
Het dorp en de omgeving nodigen uit tot een wandeling. ’s Avonds is de haven een prima plek om te genieten van de zee en het licht dat speelt op het water van de rivier de Rance. Ook het vogelreservaat dat dichtbij ligt is het prachtig bij zonsondergang.
Vanaf Saint-Suliac vertrekt ook een boot waarmee je de rivier kan verkennen. Maar je kan deze ook goed bekijken met de auto of met de fiets.
In het dorp staat de kerk uit de dertiende eeuw waarbij opvalt dat hij ommuurd is. Ooit was het gebouw de uitvalbasis van een bende die de omgeving onveilig maakte. Deze bende bouwde de kerk om tot een vesting. Helaas voor de rovers hield dat de burgers van het nabij gelegen Saint Malo niet tegen die een einde maakte aan hun activiteiten.
De kerk zelf heeft een aardig portaal waar vier beelden nog origineel zijn. Binnen is het graf van Saint Suliac te vinden. Deze lokale heilige greep in toen een enorme slang een monnik en een aantal jonge meisjes had opgegeten. Dat vond Suliac niet goed en beval het monster in de grond te verwijderen die dat ook plots deed. Zo ging die dingen lang geleden.
Naast het klooster zijn er ook menhirs en een soort van getijdenmolen te bekijken.
Video van Saint-Suliac
E-Magazine
Evenementen in Saint-Suliac
Kaart van Saint-Suliac en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van Saint-Suliac
Vouvant: vestingsdorp met priorij in de Vendeé
Onze lieve vrouwe kerk
Naast een grote burcht kreeg het dorp eigenlijk direct een priorij met een kerk. Van die eerste is slechts één toren over, de La tour Mélusine. De kerk heeft de tijd doorstaan en staat er nog. Hij is opvallend groot voor het dorp en is gebouwd in de twaalfde eeuw in de Romaanse stijl. In de vijftiende eeuw is de kerk flink verbouwd en heeft toen zijn imposante portaal gekregen. Boven de deuren zijn voorstellingen van het laatste avondmaal en de hemelvaart te zien. Goed onthouden want het maakt indruk op je reisgenoten als je dat kan vertellen als je er staat. In de zestiende eeuw viel Vouvant in handen van de Hugonoten die de priorij die bij de kerk hoorde met de grond gelijk maakten.
Vouvant trekt sinds de vorige eeuw een flink aantal kunstenaars. Er zijn in het dorp daarom ook een flink aantal galeries te vinden en er worden in de zomer tal van schilderscursussen georganiseerd voor wie zelf achter de ezel wil staan.
Mont Saint-Michel: topattractie van Normandië *****

Door de aanleg van een dam in de twintigste eeuw staat het eiland bijna altijd in een zee van dikke slip. Door het slopen van de dam, de aanleg van een brug en het omleggen van een riviertje is het de bedoeling dat het eiland weer vaker door water wordt omringd.
Geen eiland meer
Kennelijk is dat besef ook bij de Fransen de afgelopen jaren gegroeid. Daarbij speelde nog een ander probleem waardoor dit UNESCO monument zijn unieke karakter kwijt zou raken; de dijk naar het eiland zorgde er mede voor dat de zee rondom de Mont Saint Michel verzandde waardoor het water zich alleen bij springtij zich liet zien. De Mont Saint Michel was op de meeste dagen geen eiland meer en zou bij niets doen zou het over een jaar of vijftig helemaal zijn ‘vast gegroeid’ aan het land.
Na vijftien jaar studie en planning staken de Fransen in 2003 de handen uit de mouwen. Eerst werd er een nieuwe fraaie brug gebouwd van hout en beton. Daarna werd de dijk gesloopt en een begin gemaakt met het halen van een deel van het slib in de baai. Dit doen ze slim want door de monding van een riviertje om te leggen zal het slib vanzelf worden afgevoerd. Met dit laatste waren ze tijdens ons bezoek nog bezig.
Bij deze hele verbouwing is er ook nagedacht over de toegankelijkheid en het beheren van massa’s toeristen die elke dag de Mont Saint Michel bezoeken.

Het busstation bij het parkeerterrein waar elke vijf minuten een bus vertrekt. De bussen zijn net als een trein voorzien van twee ‘voorkanten’ zodat ze niet hoeven te keren.
En dat hebben ze goed gedaan. Er werd besloten dat de nieuwe brug alleen toegankelijk is voor voetgangers en pendelbussen, volgens de bordjes komen zelfs fietsers er niet op. De pendelbussen rijden elke vijf minuten vanaf een enorm parkeerterrein dat een kilometer of drie in landinwaarts ligt. Je betaalt voor je parkeerplaats waarna je de ‘gratis’bus neemt naar het eiland. Het hele systeem loopt zeer soepel en je staat binnen een kwartier na aankomst voor de poort van de Mont Saint Michel.
De toeristische attractie zelf is bijna tachtig meter hoog en ongeveer 195 meter in omtrek. Het grootste deel van het eiland wordt ingenomen door de abdij zich uitstrekt over verschillende niveaus. Volgens mij is het het enige klooster van Frankrijk dat zich over meerdere verdiepingen uitstrekt en één van de weinige kerken die boven elkaar zijn gebouwd. Het hele complex is in honderden jaren gebouwd en is architectonisch zeer interessant.
Drukte ontwijken
De abdij is op twee manieren te bereiken, via de hoofdpoort loop je door het dorpje naar boven via de Grande Rue. Deze naam is wel een beetje ambitieus want het is nogal krap, maar wel mooi. Dit is duidelijk de populaire route en als het druk is, en dat is het vaak, kan je hier over de hoofden lopen. Wil je de meute ontwijken, dan ga voor de hoofdpoort linksaf en loop je langs de rotsen naar een kleine ingang. Deze geeft toegang tot steil dat eindigt voor de ingang van het klooster.

De nauwe straatjes van Le Mont kunnen behoorlijk druk zijn.
Wij bezochten het klooster begin mei en omdat de Fransen in die tijd nogal wat vrije dagen hebben, Frankrijk is kampioen vrije dagen, was het behoorlijk druk voor de kassa en stond er een wachtrij van ongeveer dertig minuten. Omdat je toch in een mooie omgeving staat is dat niet zo heel erg, je moet jezelf op zo’n moment vermaken. Dat lukte niet iedereen want vlak voor ons stond een Nederlands gezin met drie kinderen. De lange rij bleek voor dit stel een ware test voor hun huwelijk en dat bleek daar maar net tegen bestand. In het begin was het gekibbel wel vermakelijk maar met de kassa in zicht was de pret verdrongen door plaatsvervangende schaamte en had ik de neiging om mijn diensten als mediator aan te bieden.
Bezoek abdij
Eenmaal binnen in het klooster kom je na het beklimmen van een wederom steile trap kom je op een soort van overloop met aan de linkerkant een prachtig uitzicht op het dorpje beneden. Het verhaal gaat dat na de Franse Revolutie toen de abdij dienst deed als strafinrichting, een gevangene hier naar beneden is gesprongen. De naam van het plein herinnert nog aan deze gebeurtenis.
Hierna kom je op het plein voor de ingang van de eerste kerk. Dit is een bijzondere plek en ik vond het één van hoogtepunten van ons bezoek. Aan de ene kant staat de kerk en aan de andere kant heb je een wijds uitzicht over het wad. Wie hoogtevrees heeft, zoals de auteur van dit artikel, moet wel even slikken bij de rand van het terras want het is een behoorlijke hoogte.
Vikingen

Het plein voor de ingang van de kerk is bijzonder door de verhoudingen en het uitzicht op de baai.
Het portaal van de kerk doet een beetje Italiaans aan maar het interieur is dat allerminst. Het schip is typische Romaans terwijl het koor juist Gotisch is. Deze bende van stijlen is voor ons bijzonder aantrekkelijk te meer omdat het hele bouwwerk met uitzonderlijk vakmanschap is gebouwd. Het plafond is compleet van hout en heeft een vorm van een omgekeerd schip. Dit zie je wel meer in Normandische kerken en is een verwijzing naar de Vikingen die meesters waren in het bouwen van houten boten. De Vikingen, die na de tiende eeuw de dienst uitmaakten in Normandië en later ook in Engeland, waren trouwens grote sponsoren van de kerk en hebben ook bij de bouw van de Mont Saint Michel een grote rol gespeeld.
Eenmaal binnen vergeet je al snel dat je zo hoog zit en dat alle bouwmaterialen omhoog zijn gesleept. Een enorme prestatie van die Middeleeuwers waar een groot rad verder in het complex nog aan herinnert. De kerk is op een oudere kerk gebouwd die nu als crypte dienst doet. Daar kom je later maar eerst moet je door de kloostergang die tot één van de fraaiste van Frankrijk hoort. Vanuit het hof heb je een prachtig uitzicht op de toren van de kerk waar Sint Michel op de punt staat.
De kloostergang staat op zijn beurt weer op een complex van zalen en galerijen waar je via trappetjes en gangetjes doorheen wordt geleid. Deze tocht lijkt oneindig en de ene mooie ruimte wordt afgewisseld door de andere waardoor je hier snel de draad kwijt raakt. Indrukwekkend is het oude Karolingische kerkje waarop de huidige kerk is gebouwd. Het is nu de crypte die in de elfde eeuw flink is verbouwd door er enorme dikke zuilen te plaatsen die de kerk dragen.
Kloostertuin

De schitterende kloostergang heeft net als veel gebouwen op de Mont Saint Michel een houten plafond. Deze doet denken aan een omgekeerde boot.
Uiteindelijk eindigt het bezoek in het kloostertuin waar je een beetje kan bijkomen. Dit is niet de slechtste plek om even uit te rusten omdat zo’n beetje iedereen direct naar de uitgang doorloopt om zich in de drukt op de Grande Rue te storten is het juist hier betrekkelijk rustig. Eenmaal buiten leidt de drukke hoofdstraat je terug naar de hoofdpoort waar je de bus terug kan nemen naar het parkeerterrein.
Ondanks de drukte is deze straat wel de moeite waard om even goed te bekijken. Er is hier zowaar nog een museum te vinden in het huis van Bertrand du Guesclin, de held van de Fransen uit de Honderdjarige Oorlog en in drie boeken van Thea Beckman die ik mij jeugd eindeloos heb gelezen. Tijdens zijn vele veldtochten tegen de Engelsen woonde zijn vrouw in Mont Saint Michel dat nooit in handen van de vijand zou komen. Wij zijn hier niet naar binnen gegaan omdat we gewoon weg te moe waren. Wat we ook gemist hebben is een wandeling over de vestingmuren, wat jammer is want dat schijnt de moeite waard te zijn.
Moet je er nu heen?

Het wad rondom de Mont Saint Michel leent zich uitstekend voor wandel- en paardentochten.
De Mont Saint Michel staat in de groene gids aangemerkt als ‘de reis waard’ maar is hij dat ook? Het is zeker bijzondere plek maar het is er wel heel erg druk. Zelfs in de meivakantie was het in de nauwe straatjes bijna niet te doen om als gezin bij elkaar te blijven. Je zou er goed aan doen om kinderen onder de acht met een GPS chip uit te rusten om ze weer terug te vinden. De hoeveelheid mensen maakt het moeilijk, maar niet onmogelijk om de schoonheid van de Mont Saint Michel te zien. Eigenlijk is het allermooiste van deze topattractie het silhouette van het eiland en die zie je alleen van een afstand, als je er eenmaal bent zie je die niet meer.
Om terug te komen op de vraag of je de Mont Saint Michel moet bezoek; het eiland is zeker een bezoek waard maar als je in de buurt bent zou ik ’s avonds eens een bezoekje brengen. Na een uur of vijf beginnen de meeste toeristen te vertrekken en dan kan je nog net het klooster bezoeken want de kassa is tot 18.00 uur open. Daarna kan je lekker wat gaan eten in één van de restaurants om vervolgens de zonsondergang te bekijken op één van de vele terrassen.
Ondanks de drukte hoort de Mont Saint Michel absoluut op de bucketlist van elke Frankrijkganger. Gaan dus!
Barfleur: pittoresk vissersdorp in Normandië **

Het haventje van Barfleur is druk met vissers die mosselen en vis aan land brengen.
Vikingen
De geschiedenis van Barfleur gaat terug naar de diepe Middeleeuwen. De naam herinnert aan de Vikingen die Normandië van de koning van Frankrijk als leen kregen. Barfleur is een verbastering van de oud-Noorse woorden van kreek en hoek. Vikingen waren natuurlijk zeevaarders en maakten van Barfleur één van hun belangrijkste havens.
In de elfde eeuw speelde de haven een belangrijke rol bij de bevoorrading van het leger van Willem de Veroveraar dat het kanaal overtrok om Engeland te veroveren. De Engelsen roepen nog steeds dat dit de laatste keer was dat het eiland werd veroverd door een leger van het Europese vaste land. Dat valt te betwijfelen want de Nederlandse stadhouder Willem III landde in 1688 ook in Engeland om zich een paar maanden later zich tot koning van Engeland te laten kronen. Volgens de Engelsen kwam hij op uitnodiging, daarbij wordt maar even voorbij gegaan aan het feit dat hij ruim twintigduizend soldaten bij zich had.
Aan het einde van Middeleeuwen tijdens de Honderdjarige oorlog de haven verwoest en daarmee verloor Barfleur zijn dominante positie. De kerk staat op een natuurlijke pier en het is nauwelijks voor te stellen dat hij in de Middeleeuwen in het centrum van het dorp stond. Het dorp was sowieso de grote haven kwijtgeraakt want de zee rukt langzaam maar zeker op.
Eb en vloed

De kerk Saint Nicolas heeft een gedwongen bouw en doet denken aan een vesting
De zee is hier rondom Contentin bijzonder. In tegenstelling tot onze Noordzee is het water niet troebel zodat je hier mooi kan duiken. Daarbij is het wel oppassen want het verschil tussen eb en vloed is vrij groot. Bij laag water loopt de huidige haventje bijna helemaal leeg zodat de bootjes droogvallen. Dat doet weer denken aan onze Waddenzee.
Het eerder genoemde kerkje is anders dan je gewend bent. Hij is gewijd aan Sinterklaas, een vrij populaire heilige in havensteden omdat hij ooit een storm zou hebben weggebeden. De plattegrond is vierkanter dan je gewend, de buitenkant is vrij plomp en niet echt elegant. Het ontbreken van een torenspits en de dikke muren geeft de kerk bijna het uiterlijk van een burcht. Binnen is het donker en somber maar er staan mooie houten beelden en zijn aardige glas-in-loodramen te zien.
Naast de kerk bevindt zich de Office du Tourisme waar een smalle steeg loopt die achter de kerk loopt. Dit pad brengt je naar een klein terras waar je een prachtig uitzicht hebt over de zee en de kust met de Phare de Gatteville, de tweede hoogste vuurtoren van Frankrijk. Deze kan je beklimmen, maar dat hebben wij maar even niet gedaan.
Naast de Office du Toerisme staat een aardig gebouw van de reddingsdienst met een lange helling naar het water. Deze plek zorgde bij ons nog voor een aardige familiecrisis omdat onze kinderen hadden bedacht dat hun nieuwe schoenen waterdicht zouden zijn en besloten dit even in het zeewater te testen. Dit tot ongenoegen van de ouders. Toch is het leuk om even af te dalen van de helling want tussen de rotsen heb je een mooi uitzicht op de ingang van het haventje. Om de eerder genoemde Willem de Veroveraar te herdenken hebben de dorpelingen een soort van enorme medaille op een rots geplakt, en die kan je onderaan de helling ook goed zien. Wel even oppassen op natte voeten, daar krijg je boze ouders van.

Het spreekt voor zich dat je hier uitstekend vis kan eten in één van de restaurants die je in de haven vindt. Daarbij heb je grote kans dat je je diner aan land gebracht ziet worden want in het vissershaventje is het een komen en gaan van bootjes. Het dorp staat bekend om zijn ‘blondes’, een mossel die langs de kust wordt gevangen op natuurlijke bedden. Daarnaast kan je hier ook natuurlijk ook uitstekend oesters eten.









Rogier Swagerman