Tag Archief van: loopgraven

Romagne *****
Uniek museum over de Eerste Wereldoorlog

Een tiental kilometer boven Verdun staat midden in het dorpje Romagne-sous-Montfaucon een bijzonder museum. Hier kan je in een grote schuur naast de kerk midden in het dorp een indrukwekkende verzameling spullen uit de Eerste Wereldoorlog bekijken, voelen en ruiken.

Met een unieke manier van tentoonstellen zorgt dit museum ervoor dat je de Eerste Wereldoorlog vanaf een ander perspectief gaat zien en daarmee eigenlijk alle oorlogen. En als je dat daarbij ook nog emotioneel wordt geraakt dan doe je iets als museum heel erg goed.

Het museum in het noorden van Frankrijk stond al een tijd op mijn lijstje. De Eerste Wereldoorlog heeft al een paar jaar mijn interesse en ik had al een paar unieke plekken in Frankrijk en België bezocht toen er op de school van mijn kinderen een gastles werd aangekondigd over de Eerste Wereldoorlog waarbij ook ouders welkom waren. Natuurlijk was ik daarbij.

Romagne

Rating:

5 van 5 sterren (?)

Zeker zien:

- Museum Romagne 14-18
- Militaire begraafplaatsen
- Jean-Paul de Vries

Locatie:

open in maps

Locatie:

Open in maps

Het bleek een ‘collegetour’ te zijn onder leiding van de BN-er Diederik van Vleuten met als onderwerp een het museum van Jean-Paul de Vries in Romagne. Ik had een heerlijke avond waarbij een Duitse pothelm door het publiek rondging terwijl de eigenaar van het museum zijn verhaal vertelde. Ik moest er een keer heen en daar was mijn vriendin het helemaal mee eens.

‘Ik doe het museum wel open voor jullie’

Twee jaar later kwam er het van en reden wij rond half één ‘middags Romagne-sous-Montfaucon binnen. Het museum is makkelijk te vinden maar leek gesloten. We parkeerden de auto achter het gebouw en liepen, rekening houdend met een teleurstelling, naar de ingang. Deze bleek dicht maar na een minuut hoorden we geluiden van binnen komen waarna een vrolijke jongeman de deur open deed en aan ons vroeg of we voor het museum kwam. Dat kwamen we. “Dan doe ik het voor jullie open”, terwijl hij een enorme hond die ons vriendelijk aankeek in bedwang hield. “Ik moet hem even opsluiten”, verklaarde hij in Nederlands, “Anders neemt hij de benen.”

Museum Romagne 14-18 in Noord-Frankrijk

Terwijl hij dat deed liepen wij achter hem aan het museum binnen. De eerste ruimte lijkt meer op een rommelige bar van een hippe strandtent in Bretagne dan een restaurant van een museum. De muren hangen vol met spullen uit de oorlog en de tafels staan rommelig door elkaar. In een hoek staat een toren van vier kratten Jupiler. Hier is het duidelijk vaak druk en gezellig en daar hou ik van.

De jongeman heeft inmiddels de hond opgesloten en opent een deur van de ruimte waar de tentoonstelling is. Hoewel hij zeer goed Nederlands spreekt valt het mij op dat hij de lidwoorden niet feilloos gebruikt en vraag ik hem of hij hier of in Nederland is geboren. Hij vertelt hier te zijn geboren en ik besef mij dan nog niet dat ik met de zoon van de eigenaar heb te maken.

Verschillende niveaus

De tentoonstelling bevindt zich in de grote loods naast de bar en is ingedeeld in verschillende niveaus. Hier staat een interessant open houten bouwwerk met veel trappetjes, balkons en vides. We worden helemaal naar boven geleid waar een kleine ruimte is met een televisie waar we worden verzocht om eerst een video te bekijken voordat we de collectie bekijken. Dat doen we braaf en dat geeft de jongen de tijd om zijn vader te waarschuwen, de entree mogen we later wel betalen.

De video gaat over niet over de Eerste Wereldoorlog, niet over de impact van het conflict, niet over hoe deze is ontstaan en zelfs niet over het ellendige leven van de soldaten aan het front. Het gaat wel over hoe het museum is ontstaan en hoe Jean-Paul hier is gekomen. Toeval hierbij speelt een grote rol want in zijn jeugd overnachtte hij hier met zijn ouders op weg naar het zuiden. Het gezin had het naar zijn zin en zag die zomer nooit de Middellandse Zee. Jean-Paul trok die vakantie buiten het dorp een helm uit de modder en de rest is geschiedenis. Een mooi verhaal dat ook nog eens goed wordt verteld.

Bijzonder tentoongesteld

Veldflessen in het museum Romagne 14-18 in Noord-Frankrijk

De berg veldflessen is indrukwekkend en doet je inzien waar oorlog over gaat.

Na deze video gaan we de collectie bekijken. Hoewel je (bijna) alles mag oppakken en aanraken doen we dat niet. Als je in een museum bent ga een toch over op een modus waar je keurig met je handen op je rug de zaken staat te bekijken. Dat hoeft hier niet maar wij deden het toch. Je moet toch over een bepaalde grens heen en dat duurt even.

De collectie is op een wonderlijke manier tentoongesteld. De verzameling, bijna allemaal binnen vijf kilometer van het dorp gevonden, is ingedeeld op soort en functie. Zo is er een hele kast vol met medicijnenflesjes, een compleet ingerichte bar, een wand vol met spades, een berg met veldflessen en ga zo maar door.

Spullen meezeulen

Zo krijg je een goed idee welke spullen er door de soldaten werden gebruikt. Dat zie je natuurlijk wel meer op dit soort plekken. Zo heb ik mij verbaasd in Beaumont-Hamel over de spullen die een Britse soldaat mee moest nemen als hij ten aanval trok; vijftien kilo aan zooi waar hij niets aan had tijdens een gevecht. Ga daar maar eens een machinegeweer mee bestormen.

Daar, op het slagveld in Picardië, was een informatiecentrum waar ze een pop hadden aangekleed in volle wapenrusting en dat is best indrukwekkend maar je ziet er maar één. Hier zie je iets anders. Hier zie je pas hoeveel spullen je nodig hebt als je met een leger van soldaten ten strijde trekt en dat is indrukwekkend!

Granaathuls als vaasje

Het is een ongelooflijke berg meuk waarbij het opvalt dat de hoeveelheid wapens maar een klein deel is; een bosje geweren, een paar messen en een reeks pistolen en dat is het. Wel zijn er redelijke wat hulzen van granaten te zien en dat is logisch want die hou je over als hebt geschoten en dat deden ze in die tijd heel veel. Veel hulzen van granaten zijn bewerkt en zijn nu ware kunstwerkjes die kunnen dienen als een vaasje.

Bewerkte granaathulzen zijn nu vaasjes

Granatenhulzen zijn een geliefd voorwerp om kunst van te maken.

Dit had ik eens gezien in een gîte waar met twee van dit soort versierde hulzen en een portret van opa in uniform een soort van altaar was gemaakt. De beste man was gevallen bij een Franse aanval op de ‘Chemin des Dames’ niet zo heel ver van Romagne vandaan.

De vaasje fascineerde mij omdat het de mens in de oorlog laat zien; in groots mogelijke ellende is heeft de mens toch de neiging iets moois te maken. Er is na 1918 een hele industrie ontstaan die de hulzen bewerkte maar ook tijdens de oorlog waren de hulzen een gewillig object om ’trench art’ van te maken.

Waarom zou je dat als soldaat nu doen? Ten eerste omdat de metalen hulzen overbleven en de cilinders an sich wel mooie glimmende voorwerpen zijn. Daarbij waren er veel van, lieten zich makkelijk bewerken en was er bovendien voldoende gereedschappen voorhanden.

Maar bovenal werd er niet altijd maar gevochten tijdens de oorlog. Er gebeurde soms weken niets en moeten de soldaten zich behoorlijk hebben verveeld. De een leest dan een boek of schrijft er één, de ander legt een kaartje en weer een ander gaat iets maken. Dat is ook echt een kenmerk van een mens want al in de prehistorie bewerkte wij al onze speren. De behoefte om er iets moois van te maken is er altijd geweest. Ook al is het van een restproduct waarmee net geprobeerd is andere mensen te doden.

Lekker aanraken

Bij het bekijken van deze geweldige berg ‘gevonden voorwerpen’  waren viel het mij op dat nergens een kaartje staat wat het is. Je moet het gewoon maar uitzoeken en omdat je zo’n beetje alles mag oppakken en aanraken sta je voor je het weet te discussiëren wat een bepaald voorwerp is en wat de functie is geweest.

Terwijl wij zo stonden te praten was inmiddels de eigenaar gearriveerd en kwam onmiddellijk naar ons toe. Ik kreeg de indruk dat hij dat bij iedereen doet want hij is zeer toegankelijk en wil graag vertellen over van alles en nog wat. Allereerst feliciteerde ik hem om het feit van President Trump niet was langs geweest want tijdens de collegetour op de school van mijn kinderen had hij toegegeven dat hij daar toch het meest tegen op.

Geen Trump

Waarom zou de president van de Verenigde Staten die schuur met oude zooi bezoeken hoor ik al enkele lezers zich afvragen. Naast het museum van een Nederlander bevindt zich ook de grootste erebegraafplaats voor gevallen Amerikanen in Europa. Tijdens de herdenking van het einde van de oorlog in 2018 zou Trump deze bezoeken en daarmee was de kans zeer groot dat ook het museum zou worden bezocht, of de eigenaar het daar mee eens was of niet. Uiteindelijk kwam de bewoner van het Witte Huis helemaal niet want het regende of zoiets. Hij zou daarbij een niet zo respectvolle opmerking hebben gemaakt maar of dat waar is weet ik niet.

Zalfjes en kammetjes in het museum Romagne 14-18 over de Eerste Wererldoorlog

Zo nu en dan duikt er tussen de rommel een zeer herkenbaar object op zoals hier een blikje met Nivea Crème.

“Hij is inderdaad niet geweest maar ik ben heel blij dat de herdenkingen voorbij zijn”, vertelt Jean-Paul de Vries. “Behalve Trump hebben we hier het hele jaar toch allerlei hoge piefen gehad; senatoren, generaals, ministers en nog veel meer. Klinkt allemaal leuk maar door de veiligheidsmaatregelen heb je niets meer te vertellen in je eigen museum, ze nemen gewoon de boel over.”

De veiligheidsmaatregelen zelf waren wellicht de reden voor het bezoek aan het museum. “Denk maar niet dat ze voor de tentoonstelling kwamen. Dit gebouw heeft namelijk dikke muren en weinig ramen en is dus makkelijk te beveiligen. Daarbij heeft het een bar en dat maakt het natuurlijk helemaal aantrekkelijk. Niet zo leuk voor ons want ze nemen de boel gewoon in bezit en niemand mag er zonder toestemming meer in. Zo hebben ze een stuk uit een tent in de tuin gesneden zodat een schutter in de kerktoren beter zicht had. Gelukkig is het nu voorbij en hebben we nu weer gewone bezoekers”, verzucht de nog licht geïrriteerde museum eigenaar.

Veldslag in 1918

Het ereveld zelf bevindt zich net buiten het dorp op de plek waar is gevochten. Hier vielen de Amerikanen  in de nadagen van de oorlog de stellingen van de Duitsers aan. “Er is hier alleen in de laatste drie maanden van de oorlog gevochten.” vertelt Jean-Paul

“We zitten hier niet ver van Verdun waar een bloedige veldslag is uitgevochten maar gevochten werd hier niet. Het lag achter de Duitse linie en er was een Duits veldhospitaal waar ernstig gewonde soldaten werden verpleegd. Veel daarvan hebben het niet gehaald en liggen op een Duits ereveld in het dorp.” Dat verklaard ook de grote hoeveelheid medicijnen in de collectie.

Volgens De Vries is het Duitse ereveld trouwens veel opzichten beter want daar worden de doden van de oorlog op een waardige manier herdacht. De Amerikaanse begraafplaats heeft met zijn groteske en pompeuze landschapsarchitectuur een hele andere sfeer. Hier worden de helden van de oorlog geëerd waardoor je bijna zou denken dat het een grote eer is om voor je land het leven te laten. Maar zo gaat het volgens Jean-Paul niet in een oorlog. Ik heb beide begraafplaatsen gezien en de man heeft een punt.

Amerikaanse Militaire begraafplaats in Romagne in Frankrijk

De witte kruizen staan keurig op een rij op de Amerikaanse militaire begraafplaats.

Als je de Amerikaanse militaire begraafplaats oprijdt heb je het idee dat je Amerika bent ingereden. Bij de de toegang tot het terrein staan aan beide kanten twee witte gebouwen met grote beelden van adelaars. De vogels kijken streng maar het valt mij op dat ze aan de gezette kant zijn, dat past wel bij de VS. Grote strak geknipte heggen en grasvelden omringen de brede oprijlanen met in het midden een grote fontein die in een soort van vallei ligt. Aan de ene kant liggen de gesneuvelde soldaten met elk een dik witmarmeren kruis, of in geval van een joodse soldaat een David ster. De kruizen staan zo dat onder elke kijkhoek een keurige lijn ontstaat. Bovenop de heuvel staat een enorm herdenkingskapel waar een laan met aan beide kanten bomen naar toe leidt. Het is allemaal erg indrukwekkend, helemaal omdat er zoveel kruizen staan (een kleine 15.000).

De gevallen Duitsers liggen aan het begin van het dorp en hebben veel kleinere donkere kruizen. De ingang van de begraafplaats is tevens een kapel en tussen de graven staan grote dennen. Natuurlijk heeft Duitsland de oorlog verloren, en die daarna ook. Enige somberheid past bij een verliezer maar hier voel je beter de pijn van de oorlog.

Wat doet het museum met je?

Maar nog één keer terug naar het museum want als je beseft dat de boel die daar ligt slechts het resultaat is van gevechten die hier in de laatste drie maanden van de oorlog zijn gevoerd dan is het bijna niet te bevatten. Alles wat daar ligt is ergens geproduceerd en hier naar toe gebracht. Als je nog in acht neemt dat de tentoonstelling slechts een derde van de 300.000 voorwerpen laat zien die door Jean-Paul en zijn team in de omgeving gevonden is én dat we niet weten wat er nog allemaal in de grond ligt dan begint het je te duizelen.

Wat moet er dan allemaal nog in de grond liggen op een plek waar drie jaar lang is gevochten? Wat is die oorlog een belachelijk gesleep geweest van mensen, spullen en materialen. Hoeveel levens hiervoor zijn gevallen en hoeveel mensen hiervoor hebben geleden. Het is je bijna niet voor te stellen.

Bij het wegrijden uit Romagne-sous-Montfaucon dachten we in de auto allemaal aan de indrukkende verzameling spullen in die schuur naast de kerk. Het is een unieke manier om iets bij je los te maken en dat is heel knap.

Als je de Eerste Wereldoorlog een beetje wilt begrijpen dan moet je hier heen.

Video van Romagne


Beelden van Romagne

E-Magazine

In bezit een ereader of tablet? Download dan één van de E-Magazine. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.

Kaart van Romagne en omgeving


Les plus beaux villages de France
weergeven op een grotere kaart
Loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog in de Vogezen

Le Linge: de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog in de Elzas ***

Een Duitse loopgraaf bij Le Linge in de Elzas

De Duitse loopgraven zijn veel beter bewaard gebleven dan de Franse. Op de achtergrond staat een kruis die aangeeft dat daar een soldaat is gesneuveld.

De opening van de oorlog was al anders dan in het noorden. De Elzas behoorde namelijk in 1914 bij Duitsland. Dat had dit gebied namelijk na de oorlog van 1870 toegeëigend. De grens was door Bismarck na de overwinning op Frankrijk  een kilometer of dertig naar het westen verschoven. Dit verlies, en dat van Lotheringen, was voor Frankrijk een open zenuw. Voor 1870, en nu trouwens ook, was de Rijn de grens, in 1914 lag die in de Vogezen. Bij het uitbreken van de oorlog was het voor de Fransen ook een ‘no-brainer’ om de Elzas te heroveren, het hoorde gewoon bij Frankrijk. Het Franse leger stortte zich onmiddellijk op Mulhouse en kreeg die stad ook vrij snel in handen.

Aanval op Frankrijk

Duitsland had een ander plan en wilde met een enorme scharnierbeweging via België direct Parijs aanvallen. Dat hierdoor Engeland direct bij de oorlog betrokken zou raken was een ingecalculeerd risico. Dit plan lukte bijna en met een uiterste krachtsinspanning kon het Franse leger de Duitsers aan de Marne vlak voor Parijs tegenhouden.

Deze ontwikkeling was voor de Fransen in de Elzas nogal zuur want ook zij werden opgeroepen om de hoofdstad te verdedigen terwijl het Rijndal voor het grijpen lag. Het leek erop dat slechts nog een een paar goed verdedigende Duitse stellingen onschadelijk moesten worden gemaakt en de klus was geklaard.

Eén van deze stellingen lag bij Le Linge. Nadat in 1915 duidelijk was dat Parijs veilig was besloot het Franse leger in juni van dat jaar de aanval te openen op de Duitse stellingen op de bergtop. Het duurde vijf maanden om het in handen te krijgen waarbij meer dan 17.000 mannen het leven lieten. Dat zijn zeer indrukwekkende aantallen die we ons nu eigenlijk niet meer kunnen voorstellen.

Lunchpauze

Onze aankomst was veel sneller maar wel een beetje surrealistisch. Het was eind oktober, redelijk mooi weer maar door de regen in de nacht daarvoor wel vrij dampig en mistig. Op de parkeerplaats stond één auto uit Bourgondië maar er was verder niemand te zien. Om het thema van de plek een beetje kracht bij te zetten is het terrein afgezet met roestig prikkeldraad waar een klein stuk geschut staat opgesteld. De ingang van het geheel bevindt zich voor een bunker maar die was gesloten. De lunchpauze begint in het najaar hier om 11.00 uur.

Loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog in de Vogezen

Opvallend is dat de loopgraven heel dicht bij elkaar lagen. Aan de linkerkant vlak naast het pad liggen de Duitse loopgraven terwijl aan de rechterkant bij het witte kruis de Fransen lagen. De Fransen veroverde de heuvel na maanden van strijd.

Dit mocht de pret niet drukken want het terrein is gewoon toegankelijk en via goede informatieborden wordt het verhaal van deze plek duidelijk in drie talen verteld. Prima geregeld dus en alle deelnemende partijen aan de oorlog komen zo alsnog aan hun trekken.

Op het terrein is het duidelijk dat de Duitsers de gevechtspauze hier tussen de herfst 1914 en juni 1915 goed hebben gebruikt om zich te versterken. De Duitse loopgraven beginnen al op het parkeerplaats, die er toen natuurlijk niet was, en zijn nog altijd in zeer goed conditie en uiterst strategisch boven op de heuvel geplaatst. Als je niet oplet val je er met auto en al zo in.

Enkele meters van elkaar

De Franse loopgraven bevinden zich vlakbij, op bepaalde plekken op slechts een paar meter. Het is goed dat her en der borden zijn geplaatst die aangeven waar de Fransen zich bevonden want van de Franse linie is bijna niets meer te zien. Nu waren die natuurlijk ook in de aanval maar het bevestigt ook het imago van de kwaliteit van de producten die worden geproduceerd door de beide naties.

Op bepaalde plekken staat een groot wit kruis met daarop een verhaal van die plek. Zo is bijvoorbeeld de tekst dat er een ene Jean op een plek in september 1915 is verdwenen op nog geen drie meter van zijn eigen loopgraaf en vijf meter voor die van de Duitsers. De woordkeuze geeft aan wat een hel het hier moet zijn geweest. Hoewel dit zich meer dan honderd jaar geleden voltrok blijven dit dramatische verhalen. Opvallend is dat niet alleen de Franse verhalen worden verteld, ook de belevenissen van de Duitse soldaten Klaus en Horst hebben hier een plaats.

Dat de Duisters het redelijk goed voor elkaar hadden in hun loopgraven merk je pas als je er loopt. De linie bestond uit drie lijnen die slingeren door het terrein. Dat slingeren van de loopgraven was expres want zo richtte een voltreffer van een kanon maar beperkte schade aan. Daarbij is het makkelijker verdedigen als de tegenstander eenmaal in de loopgraven zijn aangekomen. De linies zijn regelmatig versterkt met bunkers waar de soldaten dekking konden vinden bij de langdurige beschietingen. De kwaliteit van de loopgraven is na honderd jaar nog goed al ik zou er liever niet inzitten.

Verdwalen

Eenmaal in de loopgraven verdwaal je binnen een paar passen. Gelukkig zijn er drie routes goed aangegeven maar als je even niet oplet ben de weg kwijt en weet je echt niet meer waar je bent. Toen wij uiteindelijk de uitgang hadden gevonden, te herkennen aan de grote Franse vlag, ging het museum net open. Hier kan je uniformen, wapens en andere uitrustingsstukken van beide partijen bekijken. Voor de entree hoef je het niet te laten maar als je al eens bij zo’n plek naar binnen bent geweest is het niet de moeite. Het bijzondere aan deze plek zijn de loopgraven. Het zijn er bijzonder veel en in uitzonderlijk goede conditie, de Duitse tenminste.

Le Linge is één van de vele plekken in Frankrijk waar het verhaal van de Eerste Wereldoorlog wordt vertelt. Hoewel dit conflict enorme gevolgen heeft gehad op onze geschiedenis wordt hier het ‘kleine’ verhaal verteld van de soldaten zelf. Je kan je hier goed voorstellen hoe het is geweest om in de loopgraven te moeten vechten. Het maakt de gebeurtenissen uit die oorlog klein en menselijk. Wat zo goed aan Le Linge is dat ook het verhaal van de Duitse soldaten wordt verteld en dat siert de Fransen toch ook wel weer.

Beaumont-Hamel: de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog ****

Monument van de newfoundlanders in Beaumont-Hamel, Frankrijk

Het monument voor de gevallen Newfoundlanders.

Omgaan met het verleden

Langs het voormalig slagveld in Noord-Frankrijk en Vlaanderen zijn er veel plekken met monumenten en oorlogsgraven. Beaumont-Hamel is in mijn ogen één van de indrukwekkendste. Niet in de laatste plaats omdat je hier letterlijk over het slagveld kan lopen waarbij je goed kan zien hoe dichtbij de vijandelijke loopgraven van elkaar af lagen.

Bijzonder is de manier waarop er nu nog wordt omgegaan met de geschiedenis op deze onheilsplek. Nadat het terrein in de jaren ’20 is aangekocht door Newfoundland, werden er een aantal monumenten neergezet om de doden te herdenken. Het terrein wordt door Canada onderhouden en er worden jaarlijks studenten gestuurd om geïnteresseerden rond te leiden. Dat is fijn voor Nederlanders, want ze spreken Engels. Voor de studenten is het natuurlijk een prachtige tijd in Frankrijk, maar ze krijgen zo ook een goed beeld van de geschiedenis van hun land. Misschien een idee voor onze studenten om zoiets in Indonesië te organiseren? Dan blijft dat stuk geschiedenis van ons land ook levendig.

Kleine voorgeschiedenis

Voordat ik het verhaal van Beaumont Hamel vertel, is het nuttig om de achtergrond van dit conflict te schetsen. De geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw kan je kort samenvatten met het probleem ‘Duitsland’. Wat was het probleem? Welnu, in tegenstelling tot Frankrijk, Engeland en Rusland is Duitsland pas aan het einde van de negentiende eeuw een eenheid geworden. Daarvoor was het verdeeld in een groot aantal middelgrote en kleine landjes.

Naast de politieke ontwikkeling was Duitsland aan het einde van de negentiende eeuw in een zeer rap tempo geïndustrialiseerd, waarbij het snel de andere grote landen economisch achter zich liet. Duitsland werd in deze tijd de economische motor van Europa en is dat nu nog steeds.

De combinatie van de eenheid en deze economische kracht gaf de Duitsers terecht het idee dat ze zich konden meten de andere landen. Maar hoe modern hun economie was, de blik op de wereld van de Duitsers was nogal conservatief. Wilde Duitsland overleven, zo was de gedachte, dan moest het een groot rijk bezitten. En daarbij werd er met argusogen gekeken naar naar het grootste Rijk dat de wereld ooit had gekend, het Britse Rijk. Wilde Duitsland zijn voorsprong behouden en uitbreiden dan zou het ook koloniën moeten hebben, want dat hadden de Britten immers ook. Nu weten we dat dit helemaal niet nodig is, maar toen was iedereen het er over eens dat het zo moest. Ook in de Tweede Wereldoorlog speelden deze ideeën nog steeds een hoofdrol bij de beslissingen en ambitie van Adolf Hitler.

Duitsland wil niet lang wachten

Monument voor de schotse highlanders in Beaumont-Hamel, Frankrijk

Monument voor de Schotse Highlanders die in december 1916 uiteindelijk Beaumont-Hamel in handen kregen.

Om dit te bereiken was het Duitsland duidelijk dat enige haast was geboden. Het begreep namelijk goed dat de sterke positie werd bedreigd door Rusland dat in potentie een nog sterkere natie was. Als dit land zich eenmaal zou industrialiseren dan zou het Duitsland makkelijk op alle fronten voorbij gaan. Dat dit geen waanidee was, bleek in 1942 toen Rusland in militaire productie Duitsland voorbij ging. De sterke positie van Duitsland was met andere woorden beperkt houdbaar en als er toch een conflict zou moeten komen, dan liever eerder dan later. Opvallend bij deze wereldbeschouwing is dat de slapende reus aan de andere kant van de Oceaan ontbreekt, terwijl juist de VS in beide conflicten het verschil zou gaan maken.

In 1914 diende zich een crisis aan die door Duitsland werd aangegrepen om een oorlog met Frankrijk en Rusland te beginnen. De eerste maanden begonnen voor de Duitsers goed. Hoewel Groot-Brittannië door de invasie van België ook bij de oorlog werd betrokken, boekte het Duitse leger grote successen en leek het op een overwinning af te stevenen. Maar in de late herfst slaagden de Fransen er echter in de Duitsers vlak voor Parijs tegen te houden terwijl het Engelse leger stand hield in Vlaanderen en het noordwesten van Frankrijk. Het Franse en Britse leger hingen compleet in de touwen, maar de Duitsers kregen het niet voor elkaar om de knock-out uit te delen te meer omdat in het oosten Rusland tot de aanval overging en Duitsland veel mannen die kant op moest sturen. Nu bleken beide kanten  niet sterk genoeg om de tegenstander te verslaan waardoor er een patstelling ontstond. De legers groeven zich langs een lang front in en zo ontstonden de loopgraven.

Britse leger

Met name het Britse leger was er slecht aan toe. De Britten kenden bij het uitbreken van de oorlog geen dienstplicht en vertrouwden op een beroepsleger van ongeveer 100.000 manschappen. Hoewel goed getraind, was het niet voorbereid op een uitputtingsoorlog zoals die zich in de late herfst van 1914 ontwikkelde. Het Britse leger dreigde eind 1914 geen man meer over te houden. Wilden de Britten nog iets betekenen dan zouden ze meer mannen in de strijd moeten werpen. De mannelijke bevolking werd opgeroepen zich vrijwillig aan te melden en daar werd massaal gehoor aan gegeven. Niet alleen op de Britse eilanden was dat het geval, ook in de koloniën meldden zich veel mannen om te vechten.

Het duurde echter nog twee jaar voordat de Engelsen genoeg mannen aan het front hadden verzameld om een aanval te wagen. Eind juni 1916 werd samen met de Fransen een offensief ingezet die de geschiedenis in zou gaan als de slag aan de Somme. Beaumont-Hamel lag in het midden van de aanvalslinie en hier bevond zich een regiment van ongeveer duizend Newfoundlanders. In tegenstelling tot wat ik dacht, is dit land pas in 1949 bij Canada gevoegd. In 1916 was het dus een apart land binnen het Britse Rijk met ongeveer 240.000 inwoners.

Ook in Newfoundland werd massaal gehoor gegeven aan de oproep om zich te melden voor de strijd. In 1915 had een klein regiment meegevochten bij de invasie van Turkije. Na deze rampzalig verlopen expeditie werd het leger van Newfoundland, aangevuld tot duizend man, naar Noord-Frankrijk gestuurd waar de mannen het flink voor hun kiezen zouden krijgen.

Slag aan de Somme

Gedurende de eerste twee jaar was het in deze sector van het front relatief rustig geweest, maar daar kwam in de laatste week van juni 1916 een einde aan. De aanval ging van start met dagenlange artillerie beschietingen op de Duitse stellingen. Helaas hadden de Britten niet de juiste munitie. Ten eerste gebruikten ze voor een groot deel fragmentatie granaten. Deze granaten ontploffen een paar meter boven de grond in duizend kleine scherven en zijn uiterst effectief tegen soldaten in open veld maar doet niets tegen Duitse soldaten in een bunker.

Een tweede probleem was de kwaliteit van de granaten zelf. Deze waren gemaakt in fabrieken met onervaren arbeiders, omdat de echte specialisten zich massaal hadden opgegeven voor de strijd in Frankrijk. Resultaat was dat naar schatting een derde van de granaten die door de Britten is afgeschoten niet is ontploft. Tot slot hadden de Britten niet genoeg zwaar geschut. Slechts een paar kanonnen waren krachtig genoeg om de Duitse stellingen te vernietigen. De Duitsers hadden zich echter diep ingegraven en hadden naast een slechte nachtrust geen enkele last van de beschietingen.

Voor het moraal van de Britten was het bombardement echter prima. De soldaten waren er van overtuigd dat niemand zoveel granaten zou kunnen overleven. De infanterie verwachtte niet veel weerstand en gingen vrolijk over op de aanval. In de Beaumont-Hamel bestond de eerste aanvalsgolf uit Britten terwijl de Newfoundlanders vlak achter de loopgraven als reserve werden gehouden.

Op 1 juli was het zover. Vlak voor de aanval lieten de Britten bij Beaumont-Hamel een enorme mijn ontploffen die ze via een tunnel onder het Duitse commandocentrum hadden geplaatst. De krater die de ontploffing heeft geslagen is nog altijd aanwezig. Voor de Duitsers was dit het teken om de machinegeweren te voorschijn te halen en een slachtpartij onder de aanvallende Britten aan te richten.

Slagveld bij Beaumont-Hamel gezien van de Engelse loopgraven

Het slagveld gezien vanaf de Engelse kant. Op de voorgrond de voorste loopgraven. In het midden de ‘danger tree’ , de Duitse stellingen bevonden zich onder de bomenrij die nog net zichtbaar is.

Naast de monumenten, de loopgraven en de graven is er op het terrein een klein gebouw neergezet waar een tentoonstelling is ingericht. Hier is onder andere de uitrusting van de Britse soldaten te zien. Deze jongens werden met ruim dertig kilo aan bepakking de loopgraven uitgestuurd je hoeft weinig voorstellingsvermogen te hebben om te bedenken dat dit de bewegingsvrijheid nogal beperkte. Niet echt handig als je de kogels van een machinegeweer moet ontwijken.

De eerste aanvalsgolf moest zich een weg banen door het niemandsland. Je hoeft geen militair genie te zijn om nu nog te zien dat dit geen eenvoudige klus was. Te meer omdat het terrein niet helemaal in het voordeel was voor de Britten. De aanvallers moesten na het verlaten van hun loopgraven eerst een stukje omlaag om vervolgens een helling te beklimmen waarop de Duitsers zich hadden ingegraven. De Duitse verdedigers hadden vrij zicht op de oprukkende Britten en schoten er op los.

Blunders

Gevolg was dat de eerste aanval vrijwel direct in de soep liep waardoor de Newfoundlanders te hulp moesten schieten. Zij bevonden zich in de tweede linie achter de voorste loopgraven en werden gehinderd door een tactische blunder van het Britse leger. De eerste en tweede linie werden met elkaar verbonden door ondiepe en smalle gangen waar nauwelijks twee man elkaar konden passeren. Op het moment dat de Newfoundlanders wilden aanvallen, lagen deze communicatieloopgraven vol met gewonden en stervende soldaten van de eerste aanvalsgolf. Hierdoor was het voor het regiment onmogelijk het niemandsland in dekking te bereiken.

Het niemandsland tussen de loopgraven bij Beaumont-Hamel, Noord-Frankrijk

Het niemandsland is nu nog vol met bomkraters en op bepaalde plekken mag je niet lopen omdat nog altijd gevaarlijke explosieven liggen.

Om de aanval toch doorgang te laten vinden besloot de commandant de loopgraven te verlaten om het niemandsland te bereiken en dat betekende een moeilijke tocht door het eigen prikkeldraad. Voor de wakkere Duitsers die een paar honderd meter verderop lagen, was het opnieuw prijsschieten, dit keer met geweren en kanonnen. Een kwartier na het verlaten van de loopgraven was een groot deel van het regiment al uitgeschakeld. Toch wisten nog veel mannen het verzamelpunt in het niemandsland te bereiken. Dit was een stronk van wat ooit een boom was. Deze boom zou de geschiedenis ingaan als de ‘danger-tree’. Deze boom was tevens het punt die voor de Duitse machinegeweren als mikpunt werd gebruikt met alle gevolgen van dien. Nu staat er op die plek weer een boom, die het punt markeert waar veel mannen het leven verloren.

Aan het einde van de dag bleek dat 80% van de Newfoundlanders het niet had overleefd en dat van de 780 mannen die aan de aanval hadden meegedaan nog maar slechts 68 de volgende dag in staat waren aan een nieuwe aanval mee te doen. In een paar uur werd een complete generatie mannen van Newfoundland afgeslacht. Op deze 1 juli verloor het Britse leger bijna 20.000 mannen en het geldt nog altijd als de dag waarop het de meeste soldaten verloor.

Na zo’n eerste bloedige dag zou je denken dat het wel klaar zou zijn en dat het ‘management’ een andere strategie zou bedenken. Maar helaas voor de soldaten gingen ze er maanden mee door.

Uiteindelijk werd het dorp Beaumont-Hamel, dat je kan zien liggen vanaf de Britse stellingen, pas in december 1916 veroverd. Dit is een afstand van nog geen 1,5 kilometer en je loopt dit nu in een kwartiertje. Het slagveld van Beaumont-Hamel is indrukwekkend en iedereen die de twintigste eeuw wilt begrijpen zou daar eens moeten gaan kijken, want met de gevolgen van deze oorlog hebben wij nog dagelijks te maken.