
Montréal **Dorp met Romeinse villa in de Gers
Het bezoek aan de drie dorpen was voor ons echt een dagje die we ons nog goed herinneren. Onze gîte lag ruim vijftig kilometer noordelijker en de route leidde ons door een prachtig glooiend landschap. Terwijl de auto vrolijk snorde belde oma halverwege dat één van onze cavia’s het tijdelijke had verwisseld voor het eeuwige. Dit nieuws viel slecht op de achterbank en we reden het laatste half uur in d-mineur.
Eenmaal in de Armagnac werd de sfeer iets beter en die lijn werd doorgezet nadat mijn partner besloot om onze oudste de waarheid over Sinterklaas te vertellen. Dit gaf hem het idee dat hij bij de volwassenen hoorde waardoor het caviadrama redelijk snel was vergeten. Ik zou hier nooit op zijn gekomen maar deze opvoedkundige aanpak werkte uitstekend. De sfeer werd zelfs nog beter toen wij in Fourcès een vogeltje redden uit de klauwen van een kat.
Romeinse villa
Via Larressingle kwamen we in de middag aan in Montréal. We besloten eerst de Romeinse villa te bezoeken. Romeinse opgravingen worden in Frankrijk altijd standaard als Gallo-Romeins aangeduid en ik weet eigenlijk niet waarom. Volgens mij was Gallië gewoon veroverd door Rome, door Ceasar met name, en vinden de huidige Fransen het beter om te spreken over Gallo-Romeins.
Het argument is dat de Romeinse cultuur versmolt met de Keltische en de elite de Romeinse cultuur omarmde. Dit was de normale methode van de Romeinen om veroverd gebied onder controle te krijgen. Een slimme strategie waarmee ze een enorm rijk hebben opgebouwd. Ik ben geen oudheidkundige maar ik heb nergens kunnen vinden dat de bewoners van Gallië zich Gallo-Romeinen noemden en van een Gallo-Romeins Rijk is ook geen sprake. Hoewel in het album De Kampioen van Asterix dit wel voorkomt maar het schijnt dat die bron veel later is geschreven.

Een Romeinse opgraving is natuurlijk niet compleet zonder een zuiltje.
De Romeinse villa is interessant en zeker een bezoek waard. Een villa doet ons snel denken aan een groot huis aan de rand van een vinex wijk met een carport en een slootje er achter. Dat is niet helemaal het concept van een Romeinse villa. Dat klinkt logisch maar als je zo’n villa in het echt bekijkt besef je pas hoe een woord een beeld vormt in je hoofd.
In het Romeinse tijd was de villa de hoeksteen van de landbouw. Naast de eigenaar en zijn familie woonden er knechten en slaven en die hadden allemaal hun eigen onderkomens. Naast de gebouwen die nodig waren voor de landbouw waren er ook ‘openbare voorzieningen’ zoals een tempel, een badhuis en een bakkerij. Het gehele complex was een redelijk zelfvoorzienend en is meer een kruising tussen een boerderij en een dorp dan een luxe woning met wat zuiltjes.
Dorpen zoals wij die nu kennen
Het meest opvallende van het hele complex besefte ik mij pas later. In tegenstelling tot de drie prachtige dorpen in de buurt heeft de villa totaal geen verdedigingswerken en is het open gebouwd. De Romeinen brachten naast de cultuur in Gallië vooral vrede en als je goed kijkt in het zuiden van Frankrijk kan je dit nog zien. De dorpen waar wij zo dol op zijn liggen vaak op strategische plaatsen met een dikke muur erom heen. De eerste muren verschenen echter pas toen het Romeinse Rijk in verval raakte waarna de dorpen zich binnen de muren ontwikkelden terwijl villa’s zonder muren onverdedigbaar waren en in verval raakten.
Het leuke van Montréal is dat je hier dit hele verhaal goed kan zien. De villa ligt op twee kilometer van het dorp dat op een goed verdedigbaar punt is gebouwd naast een rivier met een dikke muur om het tuig tegen te houden.
In het dorp zelf vind je aardige straatjes, een mooie kerk en gezelligheid. Er zijn een aantal goede restaurantjes maar als je het mij eerlijk vraagt vond ik Larressingle toch iets leuker. Het is kleiner en intiemer dan Montréal en daarom heeft het meer indruk gemaakt op mij.

Een Romeinse villa was meer dan een groot huis. Hier het warm waterbad dat onderdeel was van de termen.
Ruïne kerk
Even ten zuiden van het dorp op de oever van de rivier Auzoue staat een interessante ruïne van een kerk uit de twaalfde eeuw. Dit gebouw is het slachtoffer geworden van de godsdienst oorlogen waarin de Hugenoten de boel hier kort en klein hebben geslagen. Tot overmaat van ramp werd de kerk in de negentiende eeuw gebruikt als steengroeve om de parochiekerk in het dorp te verbouwen. Toch heeft het gebouw nog een aantal mooie marmeren details. Wij zijn er helaas niet geweest want we zijn gaan zwemmen in een enorm zwemparadijs dat geheel in Romeinse stijl was gebouwd.
Tot slot is moet er nog even vermeld worden dat vlakbij Montréal één van de belangrijkste vindplaatsen van fossielen in West-Europa ligt. Helaas is deze niet te bezoeken en liggen de belangrijkste gevonden voorwerpen in Toulouse in de een museum. Maar als je je hier in de buurt verveeld kan je altijd een grote steen doormidden hakken om te kijken of er een fossiel in zit.
Video van Montréal
E-Magazine
Evenementen in Montréal
Kaart van Montréal en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van Montréal
Pradelles: aardig dorp in het zuiden van de Auvergne **

Het pleintje met de fontein.
Dit had ik wel eens meer meegemaakt en ik bedacht mij dan ook snel dat ik het mooie gedeelte waarschijnlijk nog niet had gezien. Het was warm en ik stond op een plein dat een beetje schuin naar beneden loopt waar een fontein zachtjes het water liet klateren. In een hoek zag ik een hoopvol bordje staan; er is hier een uitzichtpunt, altijd goed. Ik kreeg er weer zin in, mijn gezinsleden waren echter nog niet overtuigd, ze kregen gelijk maar uiteindelijk hadden we toch een hele leuk middag.
Leuk buurtje
Het uitzichtpunt bevindt zich aan de westkant van het dorp en onderweg kwam ik in een leuk buurtje met mooie straatjes van het type waar niemand is. Dat heb je wel meer in Frankrijk. Tot mijn vreugde bevindt zich hier ook een poort met een bijzonder verhaal. Hier zou tijdens de godsdienstoorlogen Maria, de moeder van, persoonlijk en succesvol hebben ingegrepen.
Wat is het verhaal? In de zestiende eeuw werd er hier een beeld van Maria gevonden, zomaar onder de grond in een weiland naast het plaatselijke ziekenhuis. Een wonder natuurlijk en dat is altijd goed voor een dorp in de middeleeuwen. Helaas voor Pradelles werd het heiligdom niet echt populair maar dat veranderde in de aan het einde van de zestiende eeuw.
De brand, de Hugenoten en het wonder

De poort waar de Hugenoten werden verslagen. Volgens de gedenksteen gebeurde dat met het gooien van stenen boven de poort.
In 1586 verwoestte een grote brand bijna het hele dorp maar de kerk bleef gespaard. De streek werd in die tijd geteisterd door Hugenoten die op een dag besloten Pradelles aan te vallen. Nauwelijks van de brand bekomen stonden de Hugenoten twee jaar later voor de poorten. Niemand gaf het dorp een kans maar de protestanten werden verslagen en niemand twijfelde eraan dat de heilige maagd hier een hand in had. Daarna ging het snel want dit verhaal verspreidde zich als een lopend vuurtje waardoor Pradelles toch nog beroemd en geliefd werd als bedevaartsoord. Aan het begin van de zeventiende eeuw opende de Dominicanen er zelfs een klooster.
De poort waar de Hugenoten uiteindelijk werden tegengehouden is er nog steeds en is best aardig. De poort leidt naar een pleintje waar de kapel van de heilige maagd staat. Helaas was die dicht. Het is allemaal leuk en mooi, maar ik werd er niet heel erg warm van.
Het uitzichtpunt was van het zelfde laken en pak; leuk en aardig maar niet heel bijzonder. Je hebt een prachtig overzicht over de vallei met een meer, een bos, weilanden en alles erop en eraan. Het meest interessante kwam in pas achter toen ik dit artikel schreef. Pradelles ligt namelijk precies op de waterscheiding van Frankrijk. Iets ten zuiden van het dorp ontspringt de Ardeche en die mondt uit in de Middellandse Zee terwijl de bronnen van de Loire en Allier iets noordelijker liggen en die eindigen uiteindelijk in de Atlantische Oceaan.
Fietsen als een trein

Het oude station dient nu als startpunt van de velorail.
Het is allemaal een negatief verhaal maar uiteindelijk hebben we ons zeer goed vermaakt in Pradelles dankzij de Velorail. Iets ten westen van het dorp ligt namelijk een station dat al lang niet meer wordt gebruikt. Door treinen althans want het station heeft een tweede leven gebruiken en is nu het beginpunt van een velorailtocht. Velorailen is precies wat het woord al zegt; op een klein treintje zijn twee fietsen gemonteerd en voila je hebt de ingrediënten voor een leuke middag. Het is totaal oncomfortabel en je trapt je kapot maar het is helemaal leuk. Na dit avontuur zijn we gaan zwemmen in de krater van een vulkaan die ten noorden van Pradelles ligt.
Cardaillac: kasteeldorp in de Lot **
Sixt-Fer-à-Cheval: alpendorp met enorm keteldal **
Aan de linkerkant staan een paar huizen terwijl aan de andere van de weg parkeerplaatsen en terrassen elkaar afwisselde waar daar naast een paar meter lager een rivier woest zijn weg zoekt. We parkeerden onze auto om de boel te inspecteren. Er is was wel iets van een pleintje met een fontein maar alles was best een beetje saai en buiten het natuurschoon helemaal niet bijzonder.
We besloten de brug over te steken om daar te zoeken naar het mooie van het dorp. En hoewel er best mooie huizen stonden was het allemaal niet bijzonder. Een beetje teleurgesteld stapten we de auto maar weer in om verder te zoeken aan de andere kant van de rivier. Hier kwamen we ook niet veel verder en uiteindelijk reden we terug naar de brug en sloegen rechtsaf richting het natuurpark.
Natuurpark
Het park bleek veel publiek te trekken en na een kilometer of wat stonden we in de file voor een loket. Het bleek dat je voor de auto hier alvast een parkeerkaartje moest kopen of verder te lopen. Aangezien we iemand in een rolstoel bij ons hadden en het pad er nogal slecht uitzagen betaalden we maar en reden verder.

Na een aantal kilometer kwamen we aan bij een zeer grote parkeerplaats die nogal ruw was aangelegd. Dit was enige momenten in Frankrijk dat ik spijt had geen SUV te rijden want de parkeerplaats was nogal rotsig en had veel hoogte verschillen. Daarbij stonden er nogal wat auto’s zodat het nog moeilijk was om een plekje te vinden. Gelukkig mochten onze vrienden in de rolstoel helemaal tot in het keteldal rijden.
Zij stonden er dan ook al een tijdje voordat wij daar aan kwamen wandelen. Eenmaal in het dal begrepen waarom Sixt-Fer-à-Cheval een Plus Beaux Village de France was. Dit is ongetwijfeld één van de mooiste keteldalen in de Alpen en waarschijnlijk in Europa. Het is ongelofelijk groot met aan drie kanten reusachtige muren. Deze zijn echter zo ver weg dat je echt goed moet kijken om de vele watervallen die langs de muur lopen te onderscheiden.
Helaas waren wij niet in staat om een flinke wandeling te maken maar we gaan zeker hier nog eens terug om dat wel te doen. Wij hebben slechts een van een lekkere picknick genoten terwijl we hebben genoten van het zeer fraaie landschap.
Maar als je wel een lange wandeling achter de rug hebt dan kan je in één van de restaurants een welverdiende maaltijd genieten waar je kan genieten van de traditionele gerechten uit de Savoie. Dat daar een flesje witte wijn niet mag ontbreken hoeft niemand je te vertellen.
Beuvron-en-Auge: Normandische gezelligheid **

Beuvron en Auge heeft gezellige kleine winkeltjes en leuke terrassen.
Appeltaart vind je hier bij elke bakker maar de bekendste drank is natuurlijk de Calvados. Deze drank heeft een alcoholpercentage van boven de veertig procent wordt gemaakt van appelcider en lijkt een beetje op Cognac. Ik ben er dol op, vooral de VSOP is heerlijk zacht terwijl de goedkope versie het goed doet in de koffie met slagroom.
In Normandië drink je appelcider
De appelcider zelf is ook een aanrader. Waar in de rest van Frankrijk vooral wijn wordt gedronken, drinken de Normandiërs deze appeldrank met een vrij laag alcoholpercentage. Cider koop je in grote flessen met een Champagnekurk en heeft een heerlijke frisse smaak die uitstekend combineert met kaas zoals een camembert. In de rest van Frankrijk is het spul bij grote supermarkten ook te koop en het is een aangename afwisseling van rosé op een warme dag.
In Beuvron-en-Auge zijn verschillende winkeltjes waar je de plaatselijke lekkernijen kan kopen. Deze zijn natuurlijk ook te krijgen bij één van de restaurants in het dorp waar je bij mooi weer dit lekkers op het terras tot je kan nemen.
Mocht je onverhoeds te veel naar binnen werken en niet meer in staat zijn auto te rijden, dan zijn er verschillende aangename mogelijkheden om te overnachten. Er zijn mindere bezigheden in het leven.

In de Calvados maken ze allerlei lekkere dingen van met name appels. In het dorp zijn tal van winkeltjes waar je die kan aanschaffen.
Naast winkels met lekkers vindt je in het dorp veel galeries en ateliers. Er wonen dus ook kunstenaars die hun werk aanbieden. We hebben ons niet verdiept op de kwaliteit van deze waar dus ik kan niet vertellen of het de moeite waard is. Daarbij speelt bij dit soort zaken altijd een persoonlijke smaak dus je moet het zelf maar bekijken. Er is in ieder geval genoeg keuze.
De vakwerkhuizen geven Beuvron-en-Auge zijn karakteristieke beeld. De meeste van deze huizen dateren uit de zeventiende en de achttiende eeuw. De mooiste is echter ouder en gebouwd in zestiende eeuw en staat op het kruispunt vlakbij het pleintje met de markthal. Voor kinderen en (sommige) mannen is er een museum met modeltreintjes.
Er is kortom genoeg om je voor een halve dag te vermaken in dit mooie dorp. Zeker als je daarna nog wat eet, wat je hier goed kan doen.
Clermont-en-Auge

Een dikke vijf kilometer ten noorden van het dorp bij het gehucht Clermont-en-Auge staat de Chapelle Saint Michel de Clermont. Dit kleine kapelletje dateert uit de twaalfde eeuw en staat op de top van een heuvel met een prachtig uitzicht over het dal van Dives. Het gebouw is slechts te voet te bereiken via een pad dat door een beukenbos.
Een kleine expeditie om het te bereiken maar dat maakt het natuurlijk wel extra mooi.
Barfleur: pittoresk vissersdorp in Normandië **

Het haventje van Barfleur is druk met vissers die mosselen en vis aan land brengen.
Vikingen
De geschiedenis van Barfleur gaat terug naar de diepe Middeleeuwen. De naam herinnert aan de Vikingen die Normandië van de koning van Frankrijk als leen kregen. Barfleur is een verbastering van de oud-Noorse woorden van kreek en hoek. Vikingen waren natuurlijk zeevaarders en maakten van Barfleur één van hun belangrijkste havens.
In de elfde eeuw speelde de haven een belangrijke rol bij de bevoorrading van het leger van Willem de Veroveraar dat het kanaal overtrok om Engeland te veroveren. De Engelsen roepen nog steeds dat dit de laatste keer was dat het eiland werd veroverd door een leger van het Europese vaste land. Dat valt te betwijfelen want de Nederlandse stadhouder Willem III landde in 1688 ook in Engeland om zich een paar maanden later zich tot koning van Engeland te laten kronen. Volgens de Engelsen kwam hij op uitnodiging, daarbij wordt maar even voorbij gegaan aan het feit dat hij ruim twintigduizend soldaten bij zich had.
Aan het einde van Middeleeuwen tijdens de Honderdjarige oorlog de haven verwoest en daarmee verloor Barfleur zijn dominante positie. De kerk staat op een natuurlijke pier en het is nauwelijks voor te stellen dat hij in de Middeleeuwen in het centrum van het dorp stond. Het dorp was sowieso de grote haven kwijtgeraakt want de zee rukt langzaam maar zeker op.
Eb en vloed

De kerk Saint Nicolas heeft een gedwongen bouw en doet denken aan een vesting
De zee is hier rondom Contentin bijzonder. In tegenstelling tot onze Noordzee is het water niet troebel zodat je hier mooi kan duiken. Daarbij is het wel oppassen want het verschil tussen eb en vloed is vrij groot. Bij laag water loopt de huidige haventje bijna helemaal leeg zodat de bootjes droogvallen. Dat doet weer denken aan onze Waddenzee.
Het eerder genoemde kerkje is anders dan je gewend bent. Hij is gewijd aan Sinterklaas, een vrij populaire heilige in havensteden omdat hij ooit een storm zou hebben weggebeden. De plattegrond is vierkanter dan je gewend, de buitenkant is vrij plomp en niet echt elegant. Het ontbreken van een torenspits en de dikke muren geeft de kerk bijna het uiterlijk van een burcht. Binnen is het donker en somber maar er staan mooie houten beelden en zijn aardige glas-in-loodramen te zien.
Naast de kerk bevindt zich de Office du Tourisme waar een smalle steeg loopt die achter de kerk loopt. Dit pad brengt je naar een klein terras waar je een prachtig uitzicht hebt over de zee en de kust met de Phare de Gatteville, de tweede hoogste vuurtoren van Frankrijk. Deze kan je beklimmen, maar dat hebben wij maar even niet gedaan.
Naast de Office du Toerisme staat een aardig gebouw van de reddingsdienst met een lange helling naar het water. Deze plek zorgde bij ons nog voor een aardige familiecrisis omdat onze kinderen hadden bedacht dat hun nieuwe schoenen waterdicht zouden zijn en besloten dit even in het zeewater te testen. Dit tot ongenoegen van de ouders. Toch is het leuk om even af te dalen van de helling want tussen de rotsen heb je een mooi uitzicht op de ingang van het haventje. Om de eerder genoemde Willem de Veroveraar te herdenken hebben de dorpelingen een soort van enorme medaille op een rots geplakt, en die kan je onderaan de helling ook goed zien. Wel even oppassen op natte voeten, daar krijg je boze ouders van.

Het spreekt voor zich dat je hier uitstekend vis kan eten in één van de restaurants die je in de haven vindt. Daarbij heb je grote kans dat je je diner aan land gebracht ziet worden want in het vissershaventje is het een komen en gaan van bootjes. Het dorp staat bekend om zijn ‘blondes’, een mossel die langs de kust wordt gevangen op natuurlijke bedden. Daarnaast kan je hier ook natuurlijk ook uitstekend oesters eten.
Mosset: fraai dorp in het woeste landschap van de Pyreneeën **

Mosset is gebouwd op een berg en ligt prachtig in het landschap.
Slaapdorp
Toch is Mosset nog vooral een slaapdorp. Verwacht hier geen ruime keuze in restaurants en leuke winkeltjes. Het is veel minder toeristisch als bijvoorbeeld Villefranche de Conflent dat hier niet ver vandaan ligt. Maar er is wel een bakker en eten kan je er ook. Er is ook één echte toeristische attractie en dat is de ‘Tour de parfums’. Zoals de naam al doet vermoeden is dit een museum over geuren en smaken. Het ligt een beetje aan de rand van het dorp bij de parkeerplaats in een modern gebouw dat er maar weinig aantrekkelijk uitziet.

Steegje met trap in Mosset, Frankrijk
Volgens de folders moet het een geweldige ervaring zijn met moderne interactieve zaken. Wij besloten het links te laten liggen en het dorp in te lopen. Vanaf de parkeerplaats loop je zo het plein met de kerk op. Dat is niet echt groot en aangezien de doorlopende weg hier overheen gaat is het niet echt één van de mooiste pleintjes in Frankrijk.
De ingang van de kerk is anders dan je gewend bent. Hier vind je geen driedubbel portaal of een opvallend timpaan met een laatste oordeel en zelfs geen dubbele deuren. Dat vonden de inwoners van Mosset blijkbaar maar overdreven en dus kom je de kerk binnen via een kleine deur, wel met een flinke luifel en wat bloempotten ernaast. Over begroeiing gesproken, op het dak van de toren groeit een flinke boom die fier boven het dorp uitsteekt. Je ziet hem al van verre en als ik de pastoor was zou ik daar toch iets aan doen. Kennelijk is de pastoor een natuurliefhebber of gewoon te oud om de toren nog te beklimmen en het uit de kluiten gegroeid stuk onkruid te verwijderen.
De geestelijkheid van Mosset was bij ons bezoek toch niet zo actief want wij kwamen de kerk niet binnen, die was gesloten. Dat is wel jammer want in het gebedshuis zijn mooie stukjes houtsnijkunst te bewonderen. Als de binnenkant van de kerk in dezelfde staat is als de buitenkant is het helemaal interessant. Een beetje versleten kerk heeft wel wat.
Tijdens een wandeling door Mosset is het leuk om je ogen goed te kost te geven. Veel huizen hebben mooie kleine details. Zo is er een huis met een uitgehakte stenen beer dat herinnert aan de tijd dat er in de streek nog beren woonden. Oplettende lezertjes weten dat ook nu weer beren zijn losgelaten in de Pyreneeën maar die zijn ver weg hoog in de bergen. Je hoeft dus niet bang te zijn om te eindigen als lunch van zo’n harige jongen.
Het uitzetten van deze wilde beesten heeft geleidt tot behoorlijke discussie in deze streek want de inwoners worden hier over het algemeen niet zo blij van. Het zijn zeker mooie beesten, maar als er beren hier in de polder worden losgelaten zou ik er ook mijn bedenkingen over hebben en mijn dochter niet meer naar het hockeyveld laten fietsen. Al ben ik hier geen kunstgrasvelden tegengekomen, daarvoor moet je in Spanje zijn.

Muur van de oude burcht van het dorpje Mosset in Frankrijk
Tegenover de kerk beginnen de nauwe straatjes en steegjes waar je heerlijk kan verdwalen. De huizen staan dicht bij elkaar en zijn gebouwd van natuursteen. Deze bouwproducten zijn niet allemaal direct uit de natuur gehaald want sommige ‘bricoleurs’ gebruikte de stenen van het kasteel als provisorische bouwmarkt. Als je goed kijkt kan je de stukken steen die ooit kasteel waren nog herkennen in de huizen.
Het labyrint van steegjes en trappen leidt je uiteindelijk naar het kasteel van Mosset. Stel je hier niet te veel van voor trouwens, want veel meer dan een oude toren en een muur is het niet, de rest is nu huis geworden. Een aantal informatiebordjes vertelt wat meer over de geschiedenis van deze ruïne. Mooi uitzicht heb je hier wel, net als op het terras van de herberg maar die is beneden.
Parfondeval: rustig dorp met een eigenaardige kerk **
Landschap Aisne
Waar wij een saai gebied hadden verwacht, bleek dit helemaal niet het geval. Het glooiende landschap is bijzonder fraai, met leuke dorpjes, koeien en schapen. Vooral de sfeer sprak ons erg aan: het is hier rustig. Dit had duidelijk invloed op onze vrienden, want die waren uiterst relaxed, iets wat wij na een dag ook hadden overgenomen.
Rustig is het ook in Parfondeval. Het dorp in de Aisne ligt er netjes bij en het is duidelijk dat de bewoners hun best doen om hun woonplaats er zo goed mogen uit te laten zien. En dat is behoorlijk gelukt, het gras is uitstekend gemaaid en er staan overal bloemen, in de zomer tenminste. Het schijnt dat hier al sinds de elfde eeuw mensen wonen en dat het dorp een paar eeuwen later met de grond gelijk is gemaakt om geheel volgens een strak patroon weer op te bouwen. Of dit waar is, is nog maar de vraag, maar de huizen en straten zijn inderdaad recht en strak.
Vreemd is dat het dorp niet echt een centrum heeft. Wij konden geen winkel vinden, er is geen bakker en in de omgeving is er zelfs geen café of restaurant te vinden. Dat is eigenlijk wel jammer want het dorp nodigt wel uit om even lekker op een terras van een hapje en drankje te genieten. Er is wel een museum met landbouwattributen, maar die was tijdens ons bezoek gesloten. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt, want bij ons bezoek in juli werd er druk gewerkt. De boeren waren druk met het hooi van het veld te halen, waardoor de straten werden bevolkt met enorme vrachtwagens. Daarnaast was het opvallend dat er veel huizen werden gerenoveerd, het dorp is verre van doods.
Kerk
Pronkstuk van het dorp is ongetwijfeld de kerk, Église St-Médard genaamd. Daarbij is duidelijk dat het gebouw niet alleen is gebouwd voor het zielenheil. De kerk is opgetrokken uit baksteen en is bijzonder stevig gebouwd. De entree met zijn twee torens en schietgaten doet meer denken aan een donjon van een kasteel, dan een portaal van een kerk.
Dit is natuurlijk geen toeval. De kerk is gebouwd in de zestiende eeuw en toen had de streek nogal last van plunderende bendes. De kerk was in die tijd één van de weinige stenen gebouwen in het dorp en werd zo gebouwd dat de bewoners bij naderend onheil een veilig heenkomen konden zoeken. Als je door de streek rijdt, zie je wel meer van dit soort kerken. Er is zelfs een route touristique die je langs de vechtkerken leidt waarvan die van Parfondeval wellicht de mooiste is.

De entree van de kerk heeft ondanks zijn militaire functie elegante renaissance versieringen.
Interieur kerk
De militaire functie van de kerk heeft ook invloed op het interieur. Waar normaal een kerk een grote deur heeft, kom je hier binnen door één van de twee kleine deuren, waarna je terechtkomt in het voorportaal. Hierna kom je in de eigenlijke kerk. Deze ruimte heeft niet de bekende kruisvorm, maar die van een rechthoek, net als de vroeg christelijke basilieken in Italië. De zijkanten hebben wel een verlaagd dak, zodat het toch iets weg heeft van een kerk.
In de kerk is veel gebruik gemaakt van hout, zowel voor het meubilair, als voor zuilen en plafond. Dat geeft de kerk, alsmede door de bakstenen, een bijna gezellige sfeer. Je moet toch wat als je met het hele dorp dagen moet schuilen. Ook bijna alle beelden zijn van hout en sommige zijn een goed voorbeeld van fraai vakmanschap.
Tempel
Naast deze katholieke kerk staat er in Parfondeval nog een kerk. Het betreft hier een protestant exemplaar. Om de niet wetende toerist op het verkeerde been te zetten, staat deze in het dorp aangegeven als tempel. Wij leefden dan ook even in de veronderstelling dat het hier een Romeins gebedshuis betrof en waren dan ook een beetje teleurgesteld dat het hier een negentiende-eeuwse kerk betrof.
Tegenvallende kerk of niet, de geschiedenis is wel interessant. De godsdienstoorlog was in Frankrijk in de zestiende eeuw geëindigd in een remise en deze werd geregeld in het Edict van Nantes. Hierin werd de godsdienstvrijheid van de Fransen geregeld. Lodewijk XIV dacht daar echter anders over en herriep dit edict waardoor de protestanten, ook wel hugenoten genoemd, vogelvrij werden verklaard. Ook de hugenoten in Meaux, ten oosten van Parijs, moesten hun boeltje pakken en vluchten. Zij vonden uiteindelijk onderdak in Parfondeval, waar de katholieken accepteerden dat er nu eenmaal verschillend werd gedacht over het geloof.
Veel andere hugenoten vluchtten naar Nederland en dat heeft de Republiek geen windeieren gelegd. Deze protestanten beschikten namelijk over een uitgebreid economisch netwerk, waardoor Nederland een nieuwe economische impuls kreeg. Wie in Nederland een Franse achternaam heeft, weet bijna zeker dat zijn voorvaderen hugenoten waren.
In de omgeving van Parfondeval
In de omgeving is voldoende te zien en te doen om het hier een weekje vol te houden. Reims met zijn mooie kathedraal ligt op een uurtje en dat geldt ook voor Laon. Historisch gezien is ook de Chemin des Dames interessant. Ceasar, Clovis en Napoleon hebben hier sporen achtergelaten, die vervolgens in de Eerste Wereldoorlog (1917) geheel werden weggevaagd.
Hier startte het Franse leger namelijk een enorm offensief, waarbij voor het eerst ook tanks werden ingzet. Het werd een zeer bloederige strijd dat eindigde in een totale mislukking, waarna het moraal van de Fransen ver onder het vriespunt daalde. De Chemin de Dames is na Verdun de plek waar de meeste Franse soldaten in deze nare oorlog sneuvelden. Een groot deel van de soldaten weigerde nog te vechten en het duurde daarom een jaar voordat de Fransen weer ten aanval gingen.
Curemonte: dorp met twee kastelen **

Eén van de kastelen van Curemonte.
Graanbeurs
In Curemonte is echter weinig terug te vinden uit deze tijd. Gelukkig is er veel uit latere eeuwen wel blijven staan en hoewel wat jonger is het nog steeds redelijk oud. Zo is er een prachtige graanbeurs uit de zestiende eeuw te vinden. Hier werd eeuwenlang het graan uit de omgeving verhandeld. Deze graanhal is een duidelijke aanwijzing van de economische rol die Curemonte in de regio heeft gespeeld. Dat is natuurlijk leuk om te weten, maar de oude bas-reliefs die hier zijn te vinden, zijn leuker voor het oog. Het zijn er twaalf en stellen het leven van Jezus voor.
Oude huizen
Wij bezochten Curemonte op een mooie dag in mei. Het zonnetje scheen na dagen van regen en de natuur vierde die dag één groot feest. Het gras leek groener en de bomen bloeiden alsof hun leven er vanaf hing, wat natuurlijk ook zo was. Bovendien rook de hele streek heerlijk. Het rook naar het opdrogen van de regen in de warme voorjaarszon.
Met geopende ramen naderden we het mooie dorpje waar de twee kastelen bovenuit staken. Eenmaal in het dorp werden we aangenaam verrast door de prachtige straatjes met hun mooie historische huizen. De kerk heeft een toren waarin je de bellen ziet hangen, wat al heel zuidelijk aandoet. Binnen vind je drie bijzonder altaarstukken.

De entree van de kerk in Curemonte.
Kastelen
De twee kastelen lijken aan elkaar te zijn gesmolten. Toch is dat niet het geval. De oudste van de twee heeft vierkante torens en heet Chateau Saint Hilaire. Het is in de viertiende eeuw gebouwd. Chateau des Plas is twee eeuwen later gebouwd en heeft ronde torens. Je kan er fijn wandelen en als je iets uit het dorp loopt, tref je een oriëntatietafel, iets wat je wel meer ziet in Frankrijk. Een prima plek om de lunch te nuttigen en te genieten van het uitzicht.
Het dorp herbergt een aantal grote huizen die rijkelijk zijn voorzien van allerlei versieringen. Sommige zijn zo groot dat je beter kan spreken over kastelen dan van huizen.
De beroemdste inwoner van Curemonte is Colette. Een schrijfster/ journaliste die in de Tweede Wereldoorlog in het dorpje woonde en daar een aantal vrolijke romans schreef. Dat deed ze om de Fransen een beetje op te vrolijken tijdens deze donkere tijd in de twintigste eeuw.
Tournemire: stoer kasteel aan een prachtig dal **

Het kasteel in Tournemire doet denken aan enorm schaakstuk.
Opvallend is dat het kasteel, ondanks de roerige tijden, nog geheel in de staat is zoals het in de veertiende eeuw is gebouwd. Om het comfort wat te verhogen is er in de achttiende eeuw een vleugel bijgebouwd volgens de toenmalige smaak, Lodewijk XV-stijl dus.
Château d’Anjony is na twee uur ’s middags te bezichtigen. Helaas waren wij er ’s ochtends dus wij zijn niet binnen geweest. Dat is wel jammer, want het ziet er van buiten zeer spannend uit en ik ben echt benieuwd hoe de kamers er binnen uitzien. Naast de kamers zijn er in het kasteel prachtige Vlaamse wandkleden te zien. Aangezien we vaak in de buurt zijn, zal een bezoek er nog wel van komen.
Hoewel het kasteel een echte eye-catcher is, heeft Tournemire meer te bieden. Als je aankomt doe je er goed aan om de auto te parkeren op de parkeerplaats voor het dorp. Je maakt dan een mooie wandeling door het dorp naar het kasteel waarbij je kan genieten van de mooie huizen en het prachtige uitzicht op het dal.

Het kerkje in Tournemire is uiterst charmant.
Het dorp Tournemire
Zoals in elk bergdorp in de Auvergne staat er op het centrale plein een fontein. Daar vlakbij vind je de robuust gebouwde kerk die in de twaalfde eeuw is gebouwd. Net als de rest van de huizen in het dorp is deze gebouwd van rood vulkaansteen. De inwoners doen echt hun best om hun mooie dorp er goed uit te laten zien. Bij ons bezoek in het begin van mei stond het vol met bloemen, dat maakt een bezoek toch altijd net iets leuker.
Naast de kerk vind je in het dorp nog een heus museum: Les automates de Gilles Million. Het gaat om een uitstalling van gereedschappen van oude ambachtslieden, altijd leuk bij een regenachtige middag. Helaas was het gesloten in mei en dat gold ook voor de herberg tegenover het museum.
Vulkanen van de Cantal
In het gehele dorp heb je schitterend uitzicht over het brede dal. De bergen zijn gevormd door een enorme vulkaan van 3.000 meter hoog. In het museum over vulkanen in Aurillac leerden we dat er ooit een berg stond van 27 kilometer hoog, maar dat is wel heel hoog en ook heel lang geleden. Het ding was in ieder geval explosief en is ook redelijk recent, ongeveer 100.000 jaar geleden, nog ontploft. Hoewel de vulkaan is gedoofd rommelt het nog geregeld onder de grond in de Cantal.

Doorkijkje naar het gletsjerdal.
De vallei waarin Tournemire ligt is echter niet gemaakt door vulkanen, maar door een gletsjer. Door de hoogte krijgt de Cantal in een ijstijd zijn eigen ijskap met bijbehorende gletsjers en één daarvan heeft het dal in de vulkanische rotsen bij Tournemire uitgesleten. Resultaat is een mooi afgerond dal in een U-vorm.
Wandelen
Wandelen kan je natuurlijk heerlijk in het dorp, maar als je wat langer wilt wandelen kan je Tournemire prima als startplek gebruiken voor een tocht door de ruige natuur van de Cantal.
In de omgeving
De afstanden in de Cantal zijn enorm. Wij komen er veel en zijn iedere keer toch weer verbaasd hoeveel kilometers we na een week hebben gereden. Even boodschappen in het volgende dorp? Je bent zo zeventien kilometer verder. Toch liggen er een aantal interessante plaatsen in de buurt van Tournemire. Salers, een ander ‘Plus Beaux Village’ ligt redelijk dichtbij. Aurillac, de hoofdstad van de Cantal, ligt ook niet ver weg. En als je toch aan het rijden bent, dan mag je de Puy Mary niet missen. Zeker niet als je de Pas de Peyrol pakt, een indrukwekkende route naar de toppen van de Cantal.










Rogier Swagerman
Rogier Swagerman
Rogier Swagerman
Rogier Swagerman

