Eten en drinken: kaas uit Bourgondië

Nederlanders en Fransen hebben niet heel veel gemeen, maar onze liefde voor kaas is toch iets wat ons verbindt. Liefhebbers van kaas, en wie is dat niet, kan zijn hart ophalen in de Bourgogne. Naast tal van lokale soorten komen er drie AOC kazen uit deze streek. En dat is geen slechte score want er zijn slechts 45 van dit soort kazen. Er zijn natuurlijk veel meer soorten kazen in Frankrijk, maar die hebben geen appelation. Bourgondië heeft er dus drie en die moet je eten als je de streek bezoekt. Hier vind je een beschrijving van de Epoisses, de Langres, de Chaource en nog handvol andere Bourgondische kazen die de moeite waard zijn om te proberen.

Eten en drinken: kaas uit Bourgondië

Locatie:

open in maps

Locatie:

Open in maps

Epoisses

De meest bekendste Bourgondische kaas en, vanwege zijn geur, de beruchtste is de Epoisses. Deze roodschimmel uit het noorden van Bourgondië, die is vernoemd naar het dorpje waar hij vandaan komt, is een kaas voor de gevorderde kaasliefhebber. Vanwege het bouquet die deze kaas verspreidt is hij in staat om een compleet legioen weg te vagen, de smaak is zeer sterk en na het eten weet hij de ingewanden van de consument nog lang bezig te houden. Het is kortom, een kaasje met karakter. Epoisses is gemaakt van rauwe koemelk en wordt tussen de vijf en acht weken gerijpt. Tijdens dit proces wordt de kaas regelmatig gekeerd en gewassen waarbij een mengsel van water en Marc du Bourgogne wordt gebruikt.

De Epoisses uit Bourgondië is een behoorlijke stinkkaas

De Epoisses is een stevige kaas zowel qua smaak als geur. De structuur is echter zeer zacht.

Epoisses werd al in de zeventiende eeuw gemaakt maar raakte na de Eerste Wereldoorlog in de vergetelheid. Hoe kan een kaas nou in de vergetelheid komen? Dat heeft alles te maken met de Eerste Wereldoorlog waarin een groot deel van de Franse mannen het leven liet. Dat gold ook voor de mannen uit de Bourgondië waardoor de boerderijen moesten worden bestierd door vrouwen. Je kan je voorstellen dat de dames het druk hadden, te druk om arbeidsintensieve producten zoals kaas te maken waardoor de Epoisses uiteindelijk halverwege de jaren vijftig geheel verdween. Gelukkig staken een aantal boerderijen een paar jaar later de koppen bij elkaar voor een herstart van deze heerlijke kaas. Dit resulteerde in 1991 in een eigen Appellation d’Origine Contrôlée (AOC) waardoor de kaas wordt beschermt en daarmee de kwaliteit gewaarborgd.

Chaource

Chaource is de derde kaas met het predicaat AOC uit Bourgondië al staat de Appellation ook toe dat hij in de Champagne wordt

Het Franse kaasje Chaource komt uit Bourgondië maar kan ook in de Champagne worden gemaakt.

Chaource

gemaakt. Net als zijn Bourgondische broertjes wordt de Chaource gemaakt van koemelk. Tot zover de overeenkomsten want deze kaas heeft een witschimmel en dan weten de liefhebbers dat hij minder sterk en dominant is als de Langres en Espoisse. Hij heeft zelfs voor een witschimmel een vrij milde en zachte smaak. Je doet er dan ook goed aan om met deze kaas te beginnen bij een Bourgondisch kaasplankje.

Naast deze AOC kazen worden er in Bourgondië nog veel meer soorten kazen gemaakt. Je zou een site kunnen vullen om ze allemaal te bespreken, wat natuurlijk wel een heel goed idee is. Daarom hier een aantal die ik ken.

Langres

Naast Epoisses zijn de Langres en de Chaource de andere AOC kazen uit Bourgondië. De eerste wordt gemaakt rondom de stad Langres in het Noordoosten. Net als de Epoisses betreft het hier ook een roodschimmel en hij stinkt ook behoorlijk. Hij is wat milder dan Epsoisses maar heeft nog wel een sterke smaak. De kaasjes zijn iets kleiner dan de Epoisses en worden tijdens de rijping niet gekeerd waardoor de bovenkant wat inzakt.

Langres kaasje

De Langres lijkt op Epoisses maar wordt niet gekeerd tijdens het rijpen en heeft daardoor een gerimpelde buitenkant.

Bouton de Culotte

Bouton de Culotte is een kaasje uit Bourgondië, Frankrijk

Bouton de Culotte

De kleine Bouton de Culotte wordt gemaakt in het zuiden van Bourgondië in de streek rondom Mâcon. Gezien deze herkomst wordt hij ook wel chèvreton de mâcon of mâconnais genoemd. Deze namen verraden dat hij gemaakt is van geitenmelk maar er zijn er ook waarbij voor de helft of helemaal van koemelk wordt gebruikt. De kaasjes zijn klein en wegen ongeveer 60 gram en heeft een witte korst met een beetje blauwschimmel. De kaas werd/ wordt veel gegeten tijdens het oogsten van de druiven. Ik heb nooit een koemelk variant geproefd, maar het geitenkaasje smaakt naar een Frans geitenkaasje waarbij naarmate hij verder is gerijpt wat prikkelender is. Je kan hem jong eten, maar oud heeft hij meer karakter en is hij lekkerder.

L’ami du Chambertin

Roodschimmels zijn populair in Bourgondië en de L’ami du Chembertin is er ook één. Hierdoor is deze kaas verwant aan de Epoissess. Ook bij de productie van deze kaas wordt gebruik gemaakt van Marc de Bourgogne. Hij is echter minder sterk van smaak, is romiger en is iets kleiner dan zijn beroemde neef. In Nederland is hij moeilijk te krijgen maar in Bourgondië vind je hem veel, met name op de markt.

E-Magazine Bourgondië

In bezit een ereader of tablet? Download dan het E-Magazine over Bourgondië. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.


Downloaden doe je hier >>

Kaart van Eten en drinken: kaas uit Bourgondië en omgeving


Les plus beaux villages de France
weergeven op een grotere kaart

Tips voor het beleven van de Tour de France

Het peloton van de Tour de France in Bourgondië

Als de Tour passeert is het in Frankrijk direct een feest.

Het meest opmerkelijk is dat het hele circus beweegt, letterlijk alles staat op wielen. Natuurlijk geldt dat voor de wielrenners zelf maar hoewel deze mannen de kern van Tour is, omvat het heel veel meer. Het is een kilometers lange slang van auto’s, motoren, helikopters en bizarre voertuigen die zich gedurende drie weken over de Franse wegen slingert.

Op de Fransen heeft deze slang een uitbundige uitwerking. De gelukkige die langs de route wonen organiseren in de tuin een feest waarbij aan lange tafels wordt gegeten en gedronken. Dit gebeuren vangt aan rond het middaguur zodat iedereen goed kan lunchen want de lunch is altijd belangrijk in Frankrijk. Al lang voordat de wielrenners voorbij komen ruikt het langs het hele traject naar heerlijk gebraden vlees en hoor je bijna continue het geruststellende geluid van een fles wijn die wordt ontkurkt. Het is één groot feest.

Ondertussen gaat de voorbereiding voor het passeren van het wielercircus gewoon door. De route wordt afgezet en alle gendarmes uit de omgeving  worden gemobiliseerd en geposteerd. Hoewel het feest is geldt dat niet voor deze dienders want hun taak is goed op letten terwijl ze flink nors kijken en vooral dat laatste doen ze erg goed.

De reclamekaravaan

Nu is het wachten op de eerste deel van het tourcircus; de reclamekaravaan. Dit is een bonte stoet van allerlei voertuigen van de sponsors van de tour waarbij goed uitziende jongelui allerlei producten uitdelen en rondstrooien. Hierbij hoort ook de ‘Boutique Officielle’ van de Tour. Dit zijn gele bestelauto’s die anderhalve minuut stoppen en waar je een complete tourkit kan kopen bestaande uit een bidon, gele trui, een pet en nog wat andere goodies. Daarbij staat op elk van deze bestelauto’s een luidspreker die het publiek op de hoogte houdt van de ontwikkeling van de wedstrijd. Dat interesseert niemand maar de stem die door de speaker schalt geeft de originele Tour-de-France stemming.

De reclamekaravaan van de Tour de France

De reclamekaravaan telt tal van bizarre voertuigen en is een happening an sich.

Na de reclamekaravaan volgt het wachten op de wielrenners. Dit kan even duren en daarom openen de Fransen nog maar een wijntje. Ondertussen komen op grote snelheid auto’s met VIPS voorbij. Hier is niets aan, al maken wij er wel eens een spelletje van om zoveel mogelijk van deze auto’s te laten toeteren. Dit doe je door wild te zwaaien en een gezicht te trekken alsof je iemand herkent, de VIPS voelen zich hierdoor nog belangrijker, wat eigenlijk wel jammer is. Ondertussen loopt de spanning op, want de renners zijn in aankomst.

Wielrenners tijdens de Tour de France in de Auvergne bij Aurillac

Bij het passeren kan je de renners aanraken.

De sporthelden worden aangekondigd door een zwerm helikopters die standaard boven het peloton hangen. Deze hoor je al van kilometers ver aankomen waardoor het allemaal nog spannender wordt. Na nog flink wat auto’s komen de renners voorbij. Bij een vlakke etappe is dit heel snel voorbij en raak je onder de indruk van de snelheid van de fietsers. Na de renners volgen de ploegleidersauto’s, veel motoren van de pers en eventueel wat renners die achterop zijn geraakt. Vlak achter de laatste renner rijdt de bezemwagen en tot slot nog wat auto’s met dokters en zelfs een sleepauto waarop auto’s met pech snel mee genomen kan worden. Deze hele stoet rijdt even snel als de renners en raast dus snel voorbij. Daarna is het weer rustig. Het publiek kijkt elkaar aan en begint de spulletjes op te ruimen of opent nog een laatste flesje.

Na deze lange introductie dan nu de tips.

1. De route

Voorbereiding is alles! In Nederland zoek ik op internet de route van de etappe die we gaan bekijken al op en zorg dat ik die in mijn telefoon staat. Die heb je altijd bij je en dat is wel zo handig. Het routeboek vind je op de site van de Tour de France.

2. Zoek een goede plek

Wij hebben de Tour al vaak gezien maar slechts één keer een bergetappe en dan ook nog maar in de Auvergne, niet echt hooggebergte dus. Voor de niet-wielerfans onder ons; de bergen zijn belangrijk tijdens de Tour want daar worden het verschillen in het algemeen klassement gemaakt.

Het is fantastisch om te zien maar bergen hebben twee nadelen. Omdat het zo belangrijk is, is het daar heel druk én in de bergen is het wegennet niet optimaal. Deze combinatie zorgt voor enorme files en dus lang wachten waardoor  je vaak al een dag van te voren naar boven moet. Voor een wielerfan is dat geen probleem, maar voor de gemiddelde frankrijkganger toch iets te veel van het goede. Een vlakke etappe is een goed alternatief om het allemaal mee te maken. We zijn nog nooit bij de start of finish geweest maar daar is het ook druk en ben je niet zomaar weg.

Kies als het even kan een plekje in de laatste vijftig kilometer van de rit dan weet je zeker dat je op televisie komt. Je hebt grofweg twee keuzes, in of buiten een dorpje. Je kan niet fout kiezen want allebei is leuk. In een dorpje is het gezellig en iedereen, behalve de agent, is dronken en heeft plezier.  Het is wel wat drukker en je kan er waarschijnlijk niet zitten en staat niet vlak langs de weg. Een plek buiten een dorp is rustiger, kan je goed zitten en je kan de renners goed zien.

3. Hou rekening met het weer

Wielrennen doe je buiten en als het regent of koud is, is het puur afzien. Als er slecht weer is kan je beter niet naar de Tour gaan. Bezoek dan een dorp of een leuke stad. Ook een kasteel of een grot is een goede optie. Volgend jaar weer een Tour!

4. Neem voldoende spullen mee

Tour de France kijken is leuk, maar het moet wel comfortabel zijn. Neem dus minstens een kleed mee waarop je kan zitten. Zit je op een camping en heb je stoelen bij je? Neem ze mee, zeker als je de hele stoet wil zien is comfort fijn.

Eten en drinken mag natuurlijk niet ontbreken. Vul een flinke picknicktas en zorg voor voldoende drinken. Zeker als het warm is moet je genoeg water bij je hebben. Meestal kan je de auto dichtbij parkeren dus je hoeft niet alle flessen direct mee te nemen naar je plekje. Wijn is natuurlijk ook prima, maar ook zonder alcohol heb je best lol.
Er zijn mensen die een radio bij zich hebben om de wedstrijd te kunnen volgen. Daar gaat het natuurlijk niet om en het is mijn ogen niet nodig. Een wielerwedstrijd volgen doe je achter de televisie, niet langs de weg. Een mobiel is wel handig want er moet natuurlijk gebeld worden naar Nederland waar vrienden en familie op de televisie kunnen zien hoe goed jij het hebt in Frankrijk!

5. Langs de weg

Hoe smal de wegen ook zijn, de Tour stopt voor niemand. Neem dus voldoende afstand en zeker als je kinderen bij je hebt is het goed opletten. De karavaan gaat hard en gebruikt de hele breedte van de weg. Ook de wielrenners waaieren zich uit over de hele weg en kijken niet uit voor toeschouwers. Je zal niet de eerste zijn die in het hôpital belandt na een botsing met een renner. Je komt zeker op televisie maar je vakantie is wel verknald en dat is het niet waard. Het devies is dan ook om minstens één meter van het asfalt te blijven, dan ben je veilig. Vaak hebben Franse wegen een greppeltje en daarachter is een prima plek om je te installeren.

Belvès: dorp met grotwoningen en oude markt ***

Houten markthal op een plein in Belvès bij de Dordogne in Frankrijk

Het plein heeft een prachtige oude markthal en gezellige restaurantjes. Zo hoort dat ook bij een mooi Frans dorp.

Romeinse tijd

De Romeinen die in de eerste eeuw Gallië veroverden, zagen onmiddellijk de strategische waarde en vestigden hier een legerplaats. Dit gaf de plaats veiligheid maar bovenal welvaart en een goede infrastructuur. De boel moest immers worden bevoorraad en de aansluiting op het netwerk van wegen was goed voor de handel. Helaas is van deze periode niet veel meer terug te vinden in het huidige dorp.

In de Middeleeuwen bleef Bèlves dankzij de strategische ligging een belangrijke nederzetting. Merovingers, Franken en Vikingen brachten allemaal een bezoek aan het dorp waarbij sommige bezoekers de boel niet helemaal achter lieten zoals ze het hadden aangetroffen.

In de elfde eeuw werd er een abdij gebouwd die volgens een legende werd beschermd door zeven edellieden die allemaal een toren lieten bouwen. Het dorp verdiende hierdoor zijn bijnaam ‘De stad met de zeven torens’. Hoewel het nu als een dorp door het leven gaat, was het in die tijd een stad. Deze status is nu nog terug te vinden in het feit dat het dorp de hoofdstad is van het Kanton.

Honderdjarige Oorlog

De late middeleeuwen was een tijd van vallen en opstaan voor Bèlves. In de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk lag het vaak in de frontlinie en was het dorp meer dan eens het toneel van dood en destructie.

Toch kende het ook periodes van rust en welvaart bijvoorbeeld toen Clemens V, die zich als paus in Avignon vestigde, zich opwierp als beschermheer. Deze relatie met de heilige stoel is nog goed te zien in het dorp waar je vaak afbeeldingen en beeldhouwwerk met sleutels en de driedubbele kroon tegenkomt. Ook de plaatselijke ondernemers kiezen vaak een naam die verwijst naar deze paus. Kennelijk verkoopt zo’n heilige naam nog altijd goed.

Steeg in het dorp Belvès in het zuidwesten van Frankrijk

Belvès heeft tal van kleine steegjes waar je heerlijk kan wandelen.

Na de Honderdjarige oorlog kent de streek rondom de Dordogne een lange tijd van welvaart waarbij de lokale edelen grote kastelen lieten bouwen in Renaissance stijl. Deze bouwgolf ging voor een groot deel voorbij aan Bèlves maar in de directe omgeving is het kasteel van Biron hier een goed voorbeeld van. Evengoed kent het dorp een aantal huizen met Renaissance kenmerken.

Tijdens de godsdienstoorlogen ligt het dorp wederom in het oorlogsgebied en dat laat diepe sporen na. Mede door de hoge belastingen die de koning na deze burgeroorlog heft verarmt de streek en komen de boeren in opstand. Hoewel in het begin succesvol wordt deze boerenopstand (jacquerie) twee keer bloedig neergeslagen.

Bij ons bezoek aan Bèlves regende het pijpenstelen. Dit overkomt ons wel meer in Frankrijk en de Dordogne staat ook bekend om zijn regen. Dit heeft te maken met het Centraal Massief waar de wolken die vanaf de oceaan komen aanwaaien overheen komen. Maar het kan er zeker ook warm zijn. De regen joeg ons direct een brasserie in waar we besloten de bui af te wachten. Hier kwamen er achter dat de grotwoningen onder het marktplein, een perfecte attractie tijdens dit weer, die dag gesloten waren. Resultaat was dat we na dik anderhalf uur wij rennend terugkeerden bij de auto. Het was al laat en er moesten nog boodschappen worden gedaan en zo. Heel jammer want wat ik door de druppels van het dorp zag, was bijzonder mooi.

Mocht je het dorp bezoeken zonder zondvloed neem dan even een kijkje bij de eerste genoemde markthal uit de vijftiende eeuw, het liefst tijdens de markt op zaterdagmorgen. Op één van de zuilen is nog een ijzeren ring te vinden waaraan criminelen werden vastgeketend. De kerk uit dezelfde periode lijkt ook de moeite waard en dat geldt ook voor de grotwoningen onder het marktplein. Maar geniet vooral van een wandeling door de straatjes in het oude centrum en bewonder de prachtige huizen.

Ben in toevallig in augustus in de buurt dan zijn er tal van activiteiten en feesten in Bèlves. Op de eerste zondag is er een middeleeuws festival. Op vijftien augustus wordt er een vliegfestival georganiseerd op het plaatselijke vliegveld en dat is altijd leuk met kinderen.

Aiguèze: prachtig uitzicht over de rivier de Ardèche ****

Kasteel

De plaatselijke baron bouwde in die tijd een versterkte toren op deze plek tegen de invallen van de Moren die zich op het Iberische schiereiland hadden gevestigd. Hij koos een uitstekende plek voor zijn vesting want deze is aan de kant van de rivier goed verdedigbaar en beschikt over een eigen waterbron. Wie wel eens in het zuiden van Frankrijk is geweest weet dat vers water tijdens de hete zomer geen overbodige luxe is. Deze investering bleek echter overbodig omdat de Saracenen uiteindelijk in het zuiden van de Provence werden tegengehouden en dus nooit zo noordelijk zijn geweest. Toch had de burcht zijn nut voor de baron want het boterde niet zo goed tussen hem de Bisschop van Viviers wat nog wel eens ontaarde in wat schermutselingen.

Tijdens de Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk ging het voor Aiguèze pas echt mis. Deze lange oorlog ontstond omdat de Koning van Engeland meende dat hij meer recht op de kroon van Frankrijk had dan de Franse Koning. Deze uit de hand gelopen familieruzie speelde zich af op Frans grondgebied waar de beide partijen uitgebreid gebruik maakten van huurlingen.

Deze plunderende vechtjassen waren een ramp voor het land die tijdens de soms lange vechtpauzes als ZZP-ers avant la lettre hun plundertochten op eigen naam doorzetten. In de tweede helft van de veertiende eeuw was Aiguèze de klos en viel het in handen van zo’n vechtclub waarna de Koning van Frankrijk zich genoodzaakt zag om de vesting met de grond gelijk te maken. Zo gingen die dingen in die dagen. Deze gebeurtenissen worden ieder jaar eind juni nagespeeld met een groot feest en een kleurrijk riddertoernooi. Of dit nu echt een middeleeuwse sfeer geeft is natuurlijk maar de vraag, maar leuk is het altijd wel.

Bloeitijd

Aiguèze ardeche straatje foto onder cc SpitermanDe boel werd pas een eeuw later weer opgebouwd waarna het dorp een betrekkelijk bloeitijd kende. Er werd een kerk gebouwd, die er nog steeds staat maar in de negentiende eeuw onherstelbaar is ‘gerestaureerd’. Er werden prachtige huizen gebouwd en ook die staan er voor een groot deel nog in sfeervolle straatjes, steegjes en rustieke pleintjes. Hier vind je naast de nooit ontbrekende kunstwinkeltjes ook fijne restaurantjes met schaduwrijke terrasjes. Hier kan je genieten van de plaatselijke heerlijkheden waarbij de wijn uit de wijngaarden rondom het dorp niet bij mag ontbreken.

Het kasteel, of wat ervan over is want het is niet helemaal heel meer, is een bezoek waard. De wandeling naar de ruïne begint bij een natuurlijke poort in een krijtrotsen met daarna een voetpad met een ongelofelijk uitzicht over de rivier en de omgeving. Alleen dit pad is een bezoek aan het dorp al waard.

In de omgeving

Het landschap rondom de Ardèche is erg mooi en wordt beheerst door de rivier die zich door de krijtgrond snijdt. Doorgewinterde Frankrijk-gangers herkennen direct de overeenkomsten met de Dordogne. Net als de rivier in het westen van Frankrijk zijn er langs de Ardèche enorme grotten te vinden die door ondergrondse rivieren zijn uitgesleten.

De combinatie van het aangename klimaat, het water en de grotten maken de streek zeer aantrekkelijk. De jaarlijkse (tijdelijke) migratie van miljoenen toeristen naar de Ardèche staat in een lange traditie want het is zeer waarschijnlijk dat hier de eerste menselijke bewoners van Europa zich vestigden. De streek ligt bezaaid met dolmen ofwel Franse hunebedden, archeologische vindplaatsen en er zijn in verschillende grotten zijn muurschilderingen gevonden. In de Grotte Cauvet werd in 1994 muurschilderingen gevonden waarvan de oudste meer dan 30.000 jaar oud zijn. Dat is twee keer zou oud als de schilderingen van Lascaux.

De schilderingen zijn zo bijzonder dat er is besloten om de grot niet open te stellen voor het publiek. Dat is natuurlijk jammer maar er zijn genoeg andere grotten die het bezoeken waard zijn. De bekendste zijn de grotten van Aven d’Orgnac waar ook een prachtig museum over de prehistorie te vinden is.

Loubressac: het rustige deel van de Dordogne ***

Panorama vanaf Loubressac, Quercy, Lot, Dordogne

Het dorp ligt mooi hoog op een rots boven de Dordogne.

De verhuizing naar boven vond plaats in de veertiende eeuw. Frankrijk werd toen geteisterd door de Honderdjarige oorlog met Engeland en de streek rond Loubressac ligt lag midden in de frontlijn. Om zich te beschermen tegen de plunderende soldaten werd er op de rots boven het dorp een vesting gebouwd waar als snel de hele bevolking een veilig heenkomen zocht.

Dal van de Dordogne en Bave

Een triest verhaal natuurlijk maar Loubressac ligt nu wel erg mooi en heb je vanuit het dorp een prachtig uitzicht op het dal van de Dordogne vlakbij de plek waar de Bave uitmondt. Het landschap rondom de rivier is niet zo ruw als verder stroomafwaarts, het is veel evenwichtiger en rustiger. Saai is het allerminst want bij mooi weer zie je aan de ene kant de torens de kastelen van Castelnau en Montal liggen en aan de andere kant die van het stadje Saint-Céré met daarachter de uitlopers van het Central Massif.

De vesting in Loubressac zelf is nog altijd te herkennen en staat fier op de punt van een rots dat over het dal uitkijkt. Niet meer als militair bolwerk want, het kreeg in de zeventiende eeuw een flinke opknapbeurt, maar als prachtig landhuis dat helaas niet voor het publiek toegankelijk is. Dat mag de pret natuurlijk niet drukken want het dorp barst van de mooie huizen en straatjes. Deze zijn toegankelijk via een grote poort waarachter de intimiteit van een vestingstadje voelbaar is.

Natuursteen

De huizen en gebouwen van Loubressac zijn gebouwd van licht natuursteen waardoor het karakter van het dorp licht en open is. Wij bezochten Loubressac eind april en dan is het dorp nog niet helemaal wakker uit zijn winterslaap. De straatjes waren uitgestorven, lang niet alle winkels waren open en de bewoners keken ons met een verbaasde blik aan. Op een pleintje kwamen we een groepje Amerikanen tegen die ons voor Fransen hielden en bovendien verantwoordelijk voor het feit dat ze geen restaurant konden vinden om hun honger te stillen. Ze bleken die nacht in Frankrijk te zijn aangekomen en voor het laatst in het vliegtuig te hebben gegeten. Gelukkig bleek op het pleintje een klein café net open te gaan waarna de Amerikanen met zich op de lunchkaart stortten.

Het kerkje van Loubressac in de moeite waard om te bekijken. Het is gebouwd in de veertiende eeuw en twee eeuwen later nog eens vergroot. Het is opgetrokken in de Romaanse stijl zoals zoveel kerken in de Quercy. Binnen is met name het koor indrukwekkend met zijn blauwe plafond.

Eten en drinken

Straatje en poort in Loubressac aan de Dordogne

Eén van de schilderachtige straatjes in Loubressac.

De streek rond de Dordogne is bekend om zijn fijne keuken en hoewel wij in Loubressac niet hebben gegeten, denk ik dat je hier heerlijk kan eten. Saffraan en truffels zijn hier de plaatselijke delicatesse, en dat is natuurlijk geen straf.

Het dorp ligt perfect als uitvalsbasis om de interessante omgeving te verkennen. Bij de VVV (alleen open in de zomer) zijn meerdere wandeltochten te krijgen, onder andere naar het mooie rustige Autoire, dat hier om de hoek ligt. Maar ook Carrenac en Curemonte liggen niet ver en kunnen met de auto makkelijk worden bezocht. Naast deze ‘Plus beaux villages’ ligt in het zuiden het mooie en interessante Rocamadour en in het westen de prachtige grotten van Padirac. Genoeg te doen dus en het dorp heeft meerdere hotels, verschillende gîtes en twee campings. Omdat het dorp maar een tiental kilometer van de snelweg A20 ligt, is het ook ideaal als overnachting als je op doorreis bent.

Ansouis: dorp met een labyrint van straatjes en steegjes ***

Kasteel in het dorpje Ansouis in de Luberon, Frankrijk

Het kasteel van Ansouis is in de tiende eeuw gebouwd en meerdere keren aangepast.

Kunst

Ook in Ansouis struikel je over de galeries die worden gevuld met de maaksels van de leden van de plaatselijke kunstenaarsgilde. Het blijft moeilijk om de kwaliteit hiervan in te schatten. Het aanbod überkitsch is altijd goed vertegenwoordigd waardoor je de aardige werkjes snel verwart met echt topwerk. Ik kom er maar niet achter of het echt goed is. Het zal te maken hebben met het contrast met het enorme aanbod prutswerk gecombineerd met de vakantiesfeer die zich meester van je maakt. Aan de andere kant heeft Picasso zijn beste werk hier in de Luberon gemaakt.

Kunstgallery in Ansouis in de Luberon, Frankrijk

In Ansouis vind je natuurlijk ook een boel kunstenaars.

Bijzonder is in ieder geval is het Musée Extraordinaire van kunstenaar Georges Mazoyer. Naast kunst maken hield deze man van duiken en deze twee passies komen samen in dit museum waar hij in de kelders een voorstelling heeft gemaakt van het leven onder water. Het is een leuke en mooie tentoonstelling en voor een klein bedrag kan je er een kijkje nemen. Op sommige warme dagen is de koelte van de kelders het al waard.

Kasteel van Ansouis

Bij het kasteel kwamen we er achter dat die gesloten was, die waren ook aan het lunchen. De burcht heeft een lange geschiedenis en is in de tiende eeuw gebouwd om de belangrijke weg tussen Aix en Provence en Apt te controleren. De vesting bestond uit een toren met wat versterkte gebouwen er omhen. De boel ging in de twaalfde en dertiende eeuw flink onder de schop waaruit we kunnen afleiden dat Ansouis in die tijd belangrijk was. Na het einde van de godsdienstoorlogen verloor het kasteel zijn militaire functie. Kennelijk beviel het de heren om in het dorp te wonen want in de zeventiende eeuw werd de vesting omgetoverd tot lusthof met terrastuinen. In de achttiende eeuw worden de gebouwen nog eens flink verbouwd en krijgen ze elegante gevels in de stijl zoals die in Aix en Provence wordt gebruikt.

Kasteel met zijn tuinen in Ansouis, Provence

De prachtige tuinen van het kasteel zijn prachtig en geven lekker schaduw tijdens de zomer.

Ondanks dat het pronkstuk van het dorp privébezit is, kan je het bezoeken en moet de moeite waard zijn. De rondleidingen vinden plaats na de lunch vanaf april tot november, in de winter is het dicht. In verband met de aankomsttijd bij de gîte was dit voor ons niet te doen, gelukkig was de kerk geopend. Het gebedshuis bevindt zich in het kasteel waardoor de buitenkant nogal sober is.

De ingang bevindt zich in de muur van de oude vesting met een mooie ronde trap. Het rechthoekige pleintje voor de ingang is aan drie kanten bebouwd. Tegenover de kerk staat een groot herenhuis met een kunstgalerie. Bij ons bezoek klonk er klassieke muziek uit de open ramen van de hoge vertrekken. De noordelijke kant van het plein is niet bebouwd en geeft een prachtig uitzicht over het landschap.

Kerkje in de vesting

Eenmaal door de deur van de kerk en je bevind je in een totaal andere wereld. Het interieur is zeer rijk ingericht met een goudkleurige altaar, prachtige schilderijen, mooie houten banken en kleurrijk geschilderde muren en plafonds. Dat verwacht je niet zo snel in een kerk, maar dat is een typische hedendaagse verwachting.

Het interieur van het kerkje in Ansouis, Frankrijk

Het interieur van de kerk is kleurrijk en vol met decoraties.

In de Middeleeuwen waren bijna alle kerken zo kleurrijk ingericht. De blanken beelden en het sombere interieur zoals wij die nu kennen uit kerken en zoals wij nu denken zoals het hoort, is van na 1500 of later. Ons komt zo’n ingekleurde kerk over als een kermisattractie maar voor een Middeleeuwer, die een tamelijk kleurloos leven had, was het afspiegeling van de hemel.

Eten en drinken

In de Luberon is het goed leven en eten en drinken is daar een belangrijk onderdeel van. In Ansouis hoeft de inwendige mens zich dan ook niet te vervelen. Het brood van de bakker smaakte prima en die kan ik je dus aanbevelen. Ook het ijs van de Ambachtelijke Glacier was prima en mensen op het terras van het café vlakbij de parkeerplaats zagen er gelukkig uit.

Dorst hoef je in Ansoius ook niet te hebben want in de directe omgeving worden druiven verbouwd waarvan heerlijke wijn wordt gemaakt. Net buiten het dorp vind je het Musée des Arts et des métiers du vin, daar kan je alles leren over wijn en natuurlijk het nodige proeven.

In de omgeving van Ansouis

De Luberon is zeker een weekje vakantie waard. In het prachtige landschap liggen heerlijke gehuchten en mooie dorpen waaronder Gordes, Roussillon, Ménerbes en Lourmarin. Tot slot is er de historische stad Aix en Provence waar je je prima kan vermaken.