
Tournemire **Stoer kasteel aan een prachtig dal
Het kenmerkende kasteel van Tournemire is een restant van de Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk. Louis d’Anjony, één van de strijdmakkers van Jeanne d’Arc, kreeg opdracht om het gebied te verdedigen. En dat deed je toen door een kasteel te bouwen. De opvallend compacte bouw heeft waarschijnlijk te maken met het gebrek aan ruimte in het dorp en de steile bergen.
Château d’Anjony
De bouw van het Chateau was echter tegen het zere been van de plaatselijke adellijke familie, met de toepasselijke naam Tournemire. De families kwamen in een ware vendetta terecht die eeuwen heeft geduurd. De uitkomst is dat de familie Tournemire uiteindelijk moest verhuizen naar de Limousin, ook een mooi gebied natuurlijk. Vandaag de dag wordt het kasteel nog altijd bewoond door de familie d’Anjony.

Het kasteel in Tournemire doet denken aan enorm schaakstuk.
Opvallend is dat het kasteel, ondanks de roerige tijden, nog geheel in de staat is zoals het in de veertiende eeuw is gebouwd. Om het comfort wat te verhogen is er in de achttiende eeuw een vleugel bijgebouwd volgens de toenmalige smaak, Lodewijk XV-stijl dus.
Château d’Anjony is na twee uur ’s middags te bezichtigen. Helaas waren wij er ’s ochtends dus wij zijn niet binnen geweest. Dat is wel jammer, want het ziet er van buiten zeer spannend uit en ik ben echt benieuwd hoe de kamers er binnen uitzien. Naast de kamers zijn er in het kasteel prachtige Vlaamse wandkleden te zien. Aangezien we vaak in de buurt zijn, zal een bezoek er nog wel van komen.
Hoewel het kasteel een echte eye-catcher is, heeft Tournemire meer te bieden. Als je aankomt doe je er goed aan om de auto te parkeren op de parkeerplaats voor het dorp. Je maakt dan een mooie wandeling door het dorp naar het kasteel waarbij je kan genieten van de mooie huizen en het prachtige uitzicht op het dal.

Het kerkje in Tournemire is uiterst charmant.
Het dorp Tournemire
Zoals in elk bergdorp in de Auvergne staat er op het centrale plein een fontein. Daar vlakbij vind je de robuust gebouwde kerk die in de twaalfde eeuw is gebouwd. Net als de rest van de huizen in het dorp is deze gebouwd van rood vulkaansteen. De inwoners doen echt hun best om hun mooie dorp er goed uit te laten zien. Bij ons bezoek in het begin van mei stond het vol met bloemen, dat maakt een bezoek toch altijd net iets leuker.
Naast de kerk vind je in het dorp nog een heus museum: Les automates de Gilles Million. Het gaat om een uitstalling van gereedschappen van oude ambachtslieden, altijd leuk bij een regenachtige middag. Helaas was het gesloten in mei en dat gold ook voor de herberg tegenover het museum.
Vulkanen van de Cantal
In het gehele dorp heb je schitterend uitzicht over het brede dal. De bergen zijn gevormd door een enorme vulkaan van 3.000 meter hoog. In het museum over vulkanen in Aurillac leerden we dat er ooit een berg stond van 27 kilometer hoog, maar dat is wel heel hoog en ook heel lang geleden. Het ding was in ieder geval explosief en is ook redelijk recent, ongeveer 100.000 jaar geleden, nog ontploft. Hoewel de vulkaan is gedoofd rommelt het nog geregeld onder de grond in de Cantal.

Doorkijkje naar het gletsjerdal.
De vallei waarin Tournemire ligt is echter niet gemaakt door vulkanen, maar door een gletsjer. Door de hoogte krijgt de Cantal in een ijstijd zijn eigen ijskap met bijbehorende gletsjers en één daarvan heeft het dal in de vulkanische rotsen bij Tournemire uitgesleten. Resultaat is een mooi afgerond dal in een U-vorm.
Wandelen
Wandelen kan je natuurlijk heerlijk in het dorp, maar als je wat langer wilt wandelen kan je Tournemire prima als startplek gebruiken voor een tocht door de ruige natuur van de Cantal.
In de omgeving
De afstanden in de Cantal zijn enorm. Wij komen er veel en zijn iedere keer toch weer verbaasd hoeveel kilometers we na een week hebben gereden. Even boodschappen in het volgende dorp? Je bent zo zeventien kilometer verder. Toch liggen er een aantal interessante plaatsen in de buurt van Tournemire. Salers, een ander ‘Plus Beaux Village’ ligt redelijk dichtbij. Aurillac, de hoofdstad van de Cantal, ligt ook niet ver weg. En als je toch aan het rijden bent, dan mag je de Puy Mary niet missen. Zeker niet als je de Pas de Peyrol pakt, een indrukwekkende route naar de toppen van de Cantal.
Video van Tournemire
Beelden van Tournemire
E-Magazine
Evenementen in Tournemire
Kaart van Tournemire en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van Tournemire
Turenne: unieke combinatie van burcht met omgeving ***

De burcht van Turenne is al vanaf kilometer ver te zien.
Turenne ligt op, of eigenlijk rondom, een 320 meter hoge heuvel precies tussen de Perigord, de Limousin, de Quercy en de Auvergne. Je kan dus spreken van een goede strategische ligging en bovenop de heuvel is dan ook een kasteel gebouwd die als onneembaar in de boeken staat. Helaas is het kasteel onder Lodewijk XV vernield maar er staan nog twee torens en er is een mooie Franse tuin.
Henri de La Tour
De beroemdste bewoner van het kasteel van Turenne is ongetwijfeld Henri de La Tour d’Auvergne. Wie heel goed heeft opgelet tijdens de geschiedenisles weet dat deze edelman een sterke link heeft met Nederland. Dat begon al tijdens zijn geboorte want hij is de kleinzoon van Willem de Zwijger. Zijn moeder was Elisabeth van Nassau en een dochter van de vader des vaderlands.
Henri, een bekwaam militair, was toch meer Fransman dan Hollander. Hoewel hij zijn militaire loopbaan begon in de Republiek, trad hij in 1630 in dienst van het Frankrijk van Lodewijk XIV. De Zonnekoning had niet veel op met het steenrijke landje en zocht voortdurend naar een reden om de Republiek aan te vallen. In 1672 was het zover, de Fransen vielen de Nederlanden binnen en het was Henri Turenne die het brein was achter deze invasie die aanvankelijk zeer goed uitpakte voor de Fransen. Door slim optreden kon Willem II Holland toch nog net uit handen houden van de Zonnekoning.

De Tour d’Horloge van het kasteel.
Mooi kerkje
Terug naar het dorpje. Zoals ik al eerder schreef bezochten wij Turenne op een mooie zonnige dag in mei. De natuur genoot van de warmte van de voorjaarszon en verwende ons met prachtige kleuren en geuren van de bloesem.
Turenne lag er op zijn mooist bij maar niemand had het door. Buiten een Frans gezin met kinderen en wij was er niemand die van de schoonheid genoot. En dat maakt het allemaal veel mooier; Frankrijk is op zijn mooist begin mei!

De binnenkant van de kerk in Turenne is mooi licht en hangt vol met schilderijen.inderen was het dorp compleet uitgestorven. Helaas was het kasteel dicht. Dat was wel jammer, want vanaf de hoge torens moet het uitzicht op de omgeving geweldig zijn. Daarbij kan je in de prachtige tuin ook redelijk goed eten terwijl je van het uitzicht geniet.
Gelukkig was de kerk wel open en we troffen er een enthousiaste koster. Met veel elan vertelde hij de geschiedenis van het dorpje en de kerk in het bijzonder. Het is een flinke kerk voor zo’n dorp en vooral de binnenkant is het bekijken waard. De kerk ademt een prettige atmosfeer en er hangen interessante schilderijen. De koster had er een heel verhaal over, maar ik weet niet meer precies wat hij vertelde omdat het al een paar jaar geleden is dat we het dorpje bezochten. Wat ik nog wel weet, is dat hij bijzonder trots was op één van de gebrandschilderde ramen. We hebben er een foto van genomen. Duidelijk was wel dat het dorpje in het verleden belangrijk was. Het is altijd een genot om zo in een kerk te worden ontvangen.
De kerk staat zo’n beetje halverwege tussen het kasteel en het dorp. De huizen in Turenne zijn van het bekende type vakwerk. Deze staan in schilderachtige straatjes die worden aangevuld met hier en daar een poort. Het hele dorp vormt een prachtige combinatie met de omgeving.
Turenne ligt niet ver van de A20 en je kan het dorp dan ook prima bezoeken als je op doorreis bent.
In de omgeving van Turenne
Ongeveer zeven kilometer van Turenne vandaan vind je de Gouffre de la Fage. Wij zijn er niet geweest maar deze grot moet een geweldige entree hebben. Onder de grond zijn er natuurlijk de bekende zalen die mooi zijn aangelicht, een rondwandeling en een parcours voor kinderen. Ze hebben er wat van gemaakt.
Saint Benoît du Sault: prachtig dorp bij Limoges **
Prachtig Frans dorp
Saint Benoît du Sault heeft genoeg winkels, een bakker en een slager, voor een eenvoudige lunch. Als je uit eten wilt kan dat natuurlijk ook. Volgens de groene gids is er ook een betaalbare Chambre d’hotes. Je kan er dus eventueel ook een nachtje slapen.

Saint Benoît du Sault vanaf de stuwdam in de rivier Portefeuille.
Het dorp ligt in een bocht van de rivier Portefeuille, waardoor het eigenlijk op een schiereiland in de rivier ligt. Een goede strategische ligging dus en dat doet vermoeden dat de Romeinen hier zijn geweest. En dat klopt, want de Romeinen stichtten hier een nederzetting genaamd Salis.
Handel in het dorp
In de tiende eeuw werd hier door de Benedictijner monniken een priorij gesticht. Deze heilige was in die tijd enorm populair waardoor het hele plaatsje

Het terras naast de kerk behoorde tot de priorij en is een uitstekende plek om van een stokbrood met een regionaal geitenkaasje te genieten.
maar naar hem werd vernoemd. In de vijftiende eeuw kreeg Saint Benoît de economische wind mee, wat de bouwlust behoorlijk stimuleerde. Al snel werd het een regionaal handelscentrum met internationale allure. Dat kan je tenminste concluderen uit het feit dat er in die tijd een heuse Portugese wijk werd gebouwd waar nu nog de straatnamen aan doen herinneren.
De straatjes in het centrum zijn charmant en heerlijk Frans. Voor de huizen staan bloempotten waardoor de hele boel een vrolijk karakter krijgt. De bewoners maken er echt iets van. De kerk stamt uit de elfde eeuw en is in de veertiende eeuw behoorlijk verbouwd. Verder is hij niet bijzonder. Dat kan je wel zeggen van het uitzicht vanaf het terras voor de kerk. Dat is ook de perfecte plek om een stokbroodje te eten met het liefst een le Pouligny-Saint-Pierre, een geitenkaasje uit de Brenne, een streek die vlakbij het dorp ligt. Maar een goede Camembert mag natuurlijk ook. Onze favoriet uit het standaardassortiment is ‘La Rustique‘, want die heeft de meeste smaak. Maar er zijn er natuurlijk die nog lekkerder zijn, maar die zijn ook duurder en lang niet overal te krijgen.
In de omgeving
Wij zijn na ons bezoek direct de A20 weer opgedoken en richting Hazeldonk gereden. Het mooie dorp ligt in zo’n typische streek in Frankrijk waar je voorbij rijdt op weg naar het zuiden. Dat is eigenlijk jammer want de streek is buitengewoon mooi en je kan er buitengewoon lekker eten. In de directe omgeving van Saint Benoît du Sault ligt het dal van de Anglin en die van Abloux met flink wat kastelen.

De toren op het plein in Saint Benoît du Sault is niet helemaal meer in topconditie.
Ten noorden van het dorp ligt het Jardin des Merveilles, een botanische tuin met meer dan 4.000 planten. Nog iets noordelijker en je rijdt het Parc naturel régional de la Brenne in dat bekend is om zijn duizenden meren, in Frankrijk dan. Het gebied is prima te ontdekken op een mountainbike of een gewone fiets. Iets verder ligt het kasteel van Valencay. Genoeg te doen om hier een weekje de boel te verkennen en dat gaan we dan ook binnenkort doen. Het staat op onze bucket list!
Pujols: de intieme kleine wereld van een vestingsdorp ***
Pujols lag midden in de frontlinie van deze oorlog en werd belegerd door de kruisridders om vervolgens geplunderd te worden. Door de strategische ligging werd de burcht in de dertiende eeuw hersteld en overleefde het de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland. Veel huizen in het dorp stammen nog uit die tijd.

De ingang tot het dorp is een mooie poort.
De ingang van het dorp ligt echt fenomenaal boven op de berg waardoor je een prachtig uitzicht hebt over het dal. Hoewel de weg er loopt besloten wij daar te picknicken en van het uitzicht te genieten. Als je niet langs de weg wilt zitten en je het uitzicht wel gezien hebt, zijn er in het dorp zelf ook genoeg plekjes om van je stokbrood te genieten.

De straatjes in Pujols staan vol met bloemen.
De vijftiende eeuwse poort is tevens de klokkentoren van het kerkje dat er vlak naast staat. Dit kerkje is opgedragen aan de ons welbekende Sint Nicolaas. Eenmaal door de poort proef je direct de sfeer van een ommuurde vesting, de intimiteit van een kleine wereld. De straatjes zijn voor een oud dorp vrij breed en bebouwd met prachtige huisjes. De inwoners van het dorpje zijn zich hier ook van bewust en doen hun best om de straatjes goed te onderhouden en vol te zetten met bloemen. Dat komt de sfeer ten goede en het is heerlijk om door de kleine straatjes te slenteren.
Kerkje Saint Foy

Naast het kerkje is een charmant terras met lavendel en mooi uitzicht.
Naast de kapel van Sinterklaas bij de entree van het dorp, heeft Pujols nog een kerkje. Deze staat aan de andere kant van de berg. Het voormalig kerkhof is open voor publiek. Dit is een charmante plek met lavendel en een prachtig uitzicht over het dal achter het dorpje. Het kerkje zelf is opgedragen aan de heilige Foy, die we kennen uit Conques maar die oorspronkelijk uit deze omgeving kwam. Het verhaal van deze plaatselijke heilige vind je bij het artikel over Conques op deze site. De kerk is gebouwd in de zestiende eeuw en heeft binnen mooie fresco’s uit die tijd. Helaas was het kerkje niet open toen wij het dorpje bezochten. De groene gids leert ons dat het pas na drie uur ’s middags zijn deuren opent voor het publiek.
Van de voormalige vesting zijn nog een aantal zaken terug te vinden in het dorp. De meest opvallende is het kasteel dat zich aan de oostkant bevindt. Tevens zijn er nog resten van de oude muur te ontdekken, waarvan een vervallen poort het mooist is. Helaas is het kasteel niet te bezichtigen maar dat mag de pret niet drukken.
Markt
Op zondagochtend is het markt in Pujols en dat is altijd een leuk moment om zo’n ‘Plus Beaux Village’ te bezoeken. Bij ons bezoek waren de dorpelingen druk met een soort van kunstmarkt. Het zal je ook niet verbazen dat ook in Pujols de nodige kunstenaars wonen die op hun waren aan het verkopen waren. De hele zomer is er trouwens wel iets te doen, van brocante tot een feest van de kleuren. Klinkt goed allemaal en ik krijg terwijl ik dit schrijf onmiddellijk zin om naar Frankrijk te gaan.
Ook voor het eten zit je wel goed in dit dorp. Pujols heeft verschillende restaurantjes en de streek staat bekend om zijn fruit, in het bijzonder pruimen. Die kan je in alle soorten en maten en op veel verschillende manieren in het dorp nuttigen. Bij een rondrit in de streek troffen we zelfs een pruimen-museum aan!
In de omgeving
Op nog geen drie kilometer ligt Villeneuve-sur-Lot. Een voormalige vestingstad met een streng stratenpatroon en leuke pleintjes en straatjes. Fraai is ook het dorp Casseneuil langs de Lot. Eén van onze gidsen sprak over het ‘Venetië aan de Lot’. Dat is een beetje overdreven maar het is een mooi dorp.
Omdat het plots hard begon te regenen nadat we Pujols hadden bezocht, zijn wij met de kinderen naar de grot van Lastournelles gegaan. Een mooie grot met een beetje verouderde entree inclusief vervallen midget-golf en andere roestige attracties in de speeltuin. Daar hou ik wel van.
Heb je een tablet of een e-reader en ga je binnenkort naar Frankrijk? Download dan eens één van onze reisgidsen in e-book formaat, ze zijn kosteloos.
Fourcès: intiem dorp in het hart van de Armagnac ***

Arcaden omringen het dorpsplein van Fourcès.
Charme van de Armagnac

De Tour d’horloge is nog een overblijfsel van de vestingmuur.
Fourcès is oorspronkelijk een Engels dorp dat in de dertiende eeuw is gesticht op de oever van de rivier Auzoue. De toenmalige Engelse regering had een behoorlijk meningsverschil met de toenmalige Franse regering. Een groot deel van het zuidwesten van Frankrijk behoorde in deze tijd bij Engeland en om dit zo te houden bouwden de Engelse koningen burchten en kastelen. Ook in Fourcès stond een kasteel en het huidige dorpsplein volgt waarschijnlijk de contouren van deze vesting.
Het dorp moest de Engelse bezittingen in de Gascogne beschermen en daarom was het dorp geheel ommuurd. Hoewel de muur grotendeels is verdwenen zijn delen daarvan nog wel te herkennen. De Tour d’horloge was een onderdeel van de vesting.
Vandaag de dag zijn er in het dorp naast wat restaurantjes vooral galleries en ambachtelijke ateliers te vinden.
De streek rondom Fourcès
Fourcès ligt in een mooie omgeving en je kan het dorp prima gebruiken als startpunt voor een wandeling door de directe omgeving van het dorp. Bij het Office de Tourisme zijn de routes van een aantal wandeltochten te krijgen.
In de omgeving
Niet ver van Fourcès ligt het prachtige Larressingle. Deze ‘Plus Beaux Village’ is zeker een bezoek waard. Vlakbij ligt er een opgraving van een Romeinse villa in Séviac. Een interessant complex met prachtig mozaïek en een badhuis. Ook Condom, de hoofdstad van de Armagnac is een bezoek waard.
Larressingle: Carcasonne in het klein *****

Larressingle heeft een kleine burcht met een kerk binnen de muren.
Nadat Fransen de Engelsen hadden verslagen verloor de burcht zijn functie. In de daarop volgende eeuwen raakte het plaatsje in verval. De sterke stenen muren werden door de dorpelingen gebruikt als steengroeve om hun eigen huizen te bouwen. En net als zoveel andere dorpen in Frankrijk werd het mooie dorp in de twintigste eeuw hersteld.

Pleintje voor het museum in Larressingle.

Een kleine poort met een toren vormt de ingang tot het dorp.
Het dorp herbergt een kasteel en een oude kerk. Hierin staat een interessant beeld van Saint-Sigismond. De beeldhouwer wist kennelijk niet precies hoe deze heilige er uitzag en heeft daarom maar een andere Franse held genomen als model; Vercingetorix. Het kerkje heeft door zijn dikke muren en kleine raampjes een aparte sfeer.
Naast het kasteel en de kerk omvat Larressingle niet heel veel huizen. In één van deze huizen is een museum ingericht waar aan de hand van kostuums de geschiedenis van het dorp wordt uitgelegd. De kleine straatjes en steegjes zijn mooi en wij vonden zelfs een heel klein openlucht theater achterin het dorp. Helaas was er geen voorstelling.
Vlak buiten het Middeleeuwse dorp is er een soort van Middeleeuws attractieparkje gebouwd. Hier kan je kennismaken met de oorlogsvoering uit de veertiende eeuw compleet met ridders, blijde, katapulten en belegeringstorens. Toen wij er waren was hij net dicht, maar het zag er leuk uit voor zowel volwassenen als kinderen.
Larressingle ligt midden in de Armagnac en kenners weten dan dat hier een lekkere drank wordt geproduceerd. Het dorp ligt tussen de druivenranken in waar de edele drank van wordt gemaakt. In de directe omgeving van Larressingle zijn voldoende plekken om Armagnac te proeven en aan te schaffen.
In de omgeving
Naast nog twee ‘Beaux Villages’ in de direct omgeving van Larressingle waaronder Fourcès, kwamen wij nog een bijzonder aardig historisch monument in vorm van een Romeinse Villa tegen. In Frankrijk noemen ze dat altijd een Gallo-Romeinse opgraving, maar het is natuurlijk gewoon Romeins. De villa ligt in Seviac in de richting van Montreal.
Autoire: mooi dorp met een prachtige waterval ****
Autoire ligt vlak bij de Lot, een zeer geliefde streek bij Nederlandse en Britse vakantiegangers. Ondanks dat het dorp een ‘Plus Beaux Village’ is, is het er niet druk. In mei tenminste, het kan anders zijn in de zomer, maar ik heb het idee dat het niet heel erg toeristisch is.
Dat is natuurlijk prima, want zo kan je beter van het dorp genieten. Hierdoor heb je het idee dat jij het dorpje zelf hebt gevonden, zodat je het in je gedachten kunt claimen. Dat is natuurlijk onzin, maar wel een leuk gevoel.

Autoire was een geliefde plek om de zomer door te brengen. De zeven kastelen van het dorp zijn zomerverblijven van de rijken.
De geschiedenis van Autoire gaat terug naar de elfde eeuw. Tijdens de Honderdjarige Oorlog was de streek het toneel van veel gevechten en ook dit dorp ontkwam hier uiteindelijk niet aan. Het werd verwoest door de Engelsen. Ook tijdens de godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw werd Autoire niet gespaard.

De waterval ten zuiden Autoire.
Naast het kerkje vind je een fijn restaurant met een goed terras en een prachtig uitzicht. Een prima plek om je na een stevige wandeling aan de rosé te laven. Je kan hier ook Malakoff bestellen; een zoete lekkernij die genoemd is naar de slag. Het verhaal gaat dat de kok van de generaal dit gerecht voor het eerst tijdens de Krimoorlog heeft gemaakt.
Eén van de attracties die Autoire het bezoeken waard maakt, is de hoge waterval. Deze bevindt zich niet in het dorp maar net ten zuiden daarvan. Er zijn twee manieren om deze waterval te bezoeken, beide zijn niet aan te raden voor mensen die slecht ter been zijn of met kleine kinderen (jonger dan 4 jaar).
Als je niet al te veel tijd hebt, kan je het beste het pad boven de waterval volgen. Daarvoor rij je met de auto het dorp uit in zuidelijke richting. Na een kilometer kom je dan in een kloof en is er aan de linkerkant een parkeerplaats. Deze is een beetje verstopt achter een hoge rots, dus rij niet te hard anders mis je hem en moet je keren. Het wandelpad begint aan de overkant van de weg. Het tweede gedeelte van het pad is behoorlijk stijl en leidt naar een plateau met een schitterend uitzicht over het dorp en het keteldal. Het is even klimmen, maar het uitzicht is de moeite waard.

De vallei waar het dorp ligt met daarachter het keteldal.
Hieronder een video, van Nederlanders, die ik gevonden heb over de wandeling naar de waterval.Als je meer tijd hebt, dan is het wandelpad vanuit het dorp ook de moeite waard. Ook hier geldt dat het laatste stuk behoorlijk klauteren is en dus niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn of met zeer jonge kinderen. Hou er ook rekening mee dat je door het vallende water behoorlijk nat kan worden, wat bij mooi weer natuurlijk niet erg is. Neem vanaf de zuidelijke parkeerplaats de weg langs het kasteeltje waarna je het bos in wandelt. Je loopt nu naast een beekje en die volg je totdat je de waterval tegenkomt. Een mooie tocht en na afloop kan je met een gerust hart op het terras een versnapering nuttigen.
De omgeving
In de omgeving van Autoire is genoeg te zien en te beleven. Het bedevaartsoord Rocamadour is een absolute aanrader, al kan het in de vakantie behoorlijk druk zijn. Ook Saint Cirque-Lapopie is niet heel ver weg. Liefhebbers van grotten kunnen in deze streek ook hun hart ophalen. De meest indrukwekkend is ongetwijfeld de Gouffre de Padirac.
Yèvre-le-Châtel: heerlijk slaperig dorp onder de rook van Parijs ***

Yèvre-le-Châtel ligt tussen een gele zee van graanvelden.
Hoewel de gele zee van graan overweldigend is als je erdoorheen rijdt, is het ook zeker saai. Voordat je Yèvre-le-Châtel bereikt, rij je kilometers door de glooiende graanvelden en vraag je je toch af hoe het mogelijk is dat er hier ergens een mooi en interessant dorp is. En dan blijkt het toch zo te zijn.
Gallische weg
Het dorp is voor een groot deel gebouwd op de plek waar ooit een burcht heeft gestaan. Dit was een flinke burcht en die staan meestal op een strategische plek. Zo ook deze ten zuiden van Parijs; hij is gebouwd op de plek waar een oude Gallische weg de rivier La Rimarde kruist. Deze rivier vormde de natuurlijke grens tussen twee Keltische stammen; de Sénons en de Carnutes. De Romeinen bouwden als eerste in Yèvre-le-Châtel een versterking.
In de middeleeuwen werd rond het jaar 1000 een houten fort gebouwd. Het Romeinse exemplaar was toen blijkbaar verdwenen. In de elfde eeuw kwam het dorp in handen van de koning van Frankrijk, waarna het rond 1200 door Philippe II Augustus werd versterkt tot de huidige vorm. De burcht vormde een strategische basis voor de koning van Frankrijk die zijn handen vol had aan de adel, om deze een beetje in toom te houden. Het kasteel lag echter nooit in de vuurlinie.
Dat was wel anders twee eeuwen later tijdens de Honderdjarige Oorlog met Engeland. Yèvre-le-Châtel lag toen midden in het strijdgewoel. De Engelsen bedreigden het dorp vanuit het nabije Pithiviers, maar een klein garnizoen soldaten hield moedig stand totdat Jeanne d’Arc het kasteel ontzette tijdens haar mars naar Orléans. Zo kwam het dorp toch nog als voetnoot in de Franse geschiedenis terecht. Pas in de zeventiende eeuw werd het garnizoen naar Pithiviers overgeplaatst, waarmee het dorp zijn militaire betekenis verloor. Yèvre-le-Châtel bleef echter wel een plaats van belang omdat er nog recht werd gesproken.

De poort gezien vanaf de donjon.
Het kasteel raakt in de negentiende eeuw in verval, totdat een groep vrijwilligers het in de jaren dertig van de twintigste eeuw opknapt en het toegankelijk maakt voor het publiek. Ondertussen hadden de bewoners bezit genomen van de gebouwen en maakten de verdedigingswerken onderdeel uit van het dorp. Eigenlijk is alleen nog de donjon, het binnenste gedeelte van het fort, niet bebouwd. Door het slechte onderhoud van de gebouwen, was het geheel wel tot een ruïne vervallen. De donjon is te bezichtigen. Het is best een klimpartij maar met kinderen is het gewoon een leuke attractie, inclusief donkere kerkers.
Ruïne kerk
Een tweede ruïne bevindt zich aan de andere kant van het dorp. Daar werd in de dertiende eeuw door de dorpelingen een eigen kerk gebouwd, de Saint Lubin. De reden hiervoor was dat de bestaande kerk onder invloed van de monniken van het klooster van Saint Benoît sur Loire stond. Kennelijk boterde het niet met de plaatselijke bevolking die besloot een eigen kerk te bouwen.

De Saint Lubin in Yèvre-le-Châtel is nooit afgebouwd maar heeft ooit een dak op het koor gehad.
Het bouwen van de Saint Lubin bleek toch lastig. Door geldgebrek werd het gotische bouwwerk nooit voltooid en kreeg uiteindelijk alleen het koor een dak. Deze bleek echter van belazerde kwaliteit, want het hele ding stortte in de veertiende eeuw tijdens de oorlog met Engeland in elkaar. In de zeventiende eeuw werd nog een poging gedaan om de kerk te voltooien, maar ook die strandde wegens geldgebrek. Je zou bijna geloven dat monniken uit St. Benoît hun invloed bij het opperwezen hebben gebruikt om te voorkomen dat de kerk ooit voltooid zou worden.
Nu staat er nog een prachtige ruïne van een kerk die het bezoeken meer dan waard is. Het deed mij een beetje denken aan de kloosterruïnes in Engeland, zoals Fountains Abbey in Yorkshire. Alleen heeft deze kerk nooit echt bestaan. Het is werkelijk bijzonder om er rond te lopen.
Het dorp
Hoewel het dorp behoort tot ‘Les Plus Beaux Villages de France’, is het niet echt een toeristische trekpleister. Het heeft rustige straatjes en je komt zo hier en daar wat plukjes dagtoeristen tegen, hoofdzakelijk Fransen. Dit geeft het dorp een heerlijke sfeer en als het weer mooi is, zijn er voldoende mooie plekjes om te picknicken. Neem dan wel zelf brood mee, want er is geen bakker in het dorp. Er is eventueel wel een restaurant en een Salon de thé waar ook kunst wordt getoond. Want zoals alle mooie dorpjes in Frankrijk heeft Yèvre-le-Châtel ook een aantal kunstenaars als inwoner.
Picknicken kan je ook in de prachtige vallei van het riviertje La Rimarde. Er zijn twee mooie wandelroutes. Je krijgt een beschrijving als je het kasteel bezoekt, in het Nederlands nog wel. Al is het foldertje wel met de Franse slag vertaald. Maar dat vinden wij niet erg.<
In de omgeving
In de omgeving is genoeg te doen. Je kan natuurlijk naar Parijs, het is maar een uurtje rijden met de auto en dertig kilometer ten zuiden van het mooie dorpje loopt de Loire, waar Saint Benoît sur Loire met zijn klooster echt de moeite waard is. Stop onderweg dan ook even bij Germigny-des-Prés. Daar staat een Karolingisch kerkje dat is gebouwd door de raadsheer van Karel de Grote. Karolingische kerkjes zie je niet elke dag, al is dit exemplaar wel iets té gerestaureerd. Het lijkt wel alsof hij net is opgeleverd. Toch een beetje jammer, want een oud kerkje met wat mos op het dak geeft toch een authentiek gevoel.
Een stukje stroomopwaarts vind je Briare waar in de negentiende eeuw een aquaduct over de Loire is gebouwd. Daar kan je de bootjes hoog over de Loire zien varen, erg leuk!
Ga je stroomafwaarts dan kom je Orléans tegen. Tot slot ligt er in het noordwesten Fontainebleau, het koninklijke paleis met prachtige tuinen dat zich kan meten met Versailles.
La Couvertoirade: dorp van de Tempeliers ****

La Couvertoirade gezien vanaf het terras voor het kerkje.
Schapen
Ondanks de ongerepte natuur is het niet makkelijk overleven op het Causse du Larzac. Dankzij een hoogte van 500 meter zijn de winters hier guur en koud en op de kalkgrond wil niet heel veel groeien. En zoals bij zoveel arme gronden in West-Europa is de hoogvlakte al sinds mensenheugenis het domein van schapen en herders. Het gebied kent veel verschillende rassen schapen, maar omdat ik daar helemaal geen verstand van heb, ga ik daar verder niet op in.
Ridderorde
In de twaalfde eeuw was het de Johannieter Ridderorde die in dit gebied een kasteel liet bouwen. Deze nederzetting zou later uitgroeien tot een kleine stad; La Couvertoirade. Net als veel andere Ridderorders zijn de Johannieters, ook wel bekend als Maltezers of Hospitaalridders, opgericht om de pelgrims naar het heilige land te beschermen, nadat het tijdens de kruistochten was veroverd op de islamitische rijken.
Een mooi nobel streven en bovendien een prima demografisch ventiel voor het overschot van mannelijke nakomelingen van de adel. Deze was namelijk ontstaan nadat in de vroege elfde eeuw de productie van de landbouw in West-Europa flink was opgeschroefd waardoor er veel meer mensen in leven bleven. De kruistochten, en later de ridderorders, waren dus een prima levensdoel van de tweede en derde zoons van de adel die niet in aanmerking kwamen voor de erfenis van hun vader.

Het kerkhof van La Couvertoirade staat vol met oude graven van Tempeliers.
En zoals iedereen na ‘De Da Vinci Code’ wel weet, waren de ridderorders een soort van vechtclub met een religieus sausje. De leden van de club leefden soms als monniken, hadden vaak geen of nauwelijks persoonlijk bezit en vormden gemeenschappen die zich in het heilige land of de route ernaartoe vestigden.
Eén van deze nederzetting kennen we dus nu als La Couvertoirade. Zoals eerder gezegd ontstond het dorpje rondom een kasteel van de Johannieters dat later werd overgenomen door de Tempeliers. In de vijftiende eeuw werd het dorpje geheel ommuurd. Deze muren staan er nog steeds en zijn in zeer goede staat. Een wandeling over de stadsmuren is dan ook een verplicht nummer bij een bezoek aan dit mooie dorp.
Kerkje
Bijzonder is het kerkje dat onderdeel vormt van de ommuring. Het kerkje is van binnen somber ingericht met hier en daar vreemde objecten en tekens. Door het in verhouding lage plafond heeft de ruimte een intieme en mystieke sfeer waar je bijna kan voelen dat op deze plek veel is gebeurd.

Het interieur van het kerkje in La Couvertoirade.
Gezellige straatjes
In de negentiende eeuw eiste het onvruchtbare land in de streek zijn tol, waardoor steeds meer mensen het dorp in het zuiden van Frankrijk de rug toekeerden. La Couvertoirade dreigde een spookstad te worden en steeds meer panden raakten in verval. Aan het begin van de twintigste eeuw werd het mooie dorpje ontdekt door kunstenaars die het weer opbouwden en de muren restaureerden. Het is een bekend verhaal dat voor meer dorpen in Frankrijk geldt. Saint Cirq-Lapopie werd ook door kunstenaars in de twintigste eeuw hersteld zodat we er in de 21ste eeuw vol van kunnen genieten.
Lopen door de nauwe straatjes van La Couvertoirade is een waar genoegen. In de mooie panden zijn genoeg leuke winkeltje en tentjes om er een uurtje te verdwalen. Toen wij het dorp bezochten was het redelijk koud, ongeveer een graad of dertien. Dat was wel wat vreemd want het was midden in de zomer.
In de omgeving
La Couvertoirade ligt in een prachtige streek waar genoeg te doen is. Saint Guilhem-le-Désert bijvoorbeeld, een ander ‘Plus Beaux Village’, ligt praktisch om de hoek. Bijzonder is natuurlijk Millau met het enorme viaduct dat zo hoog is als de Eiffeltoren. Ook liggen de Cevennes dichtbij waar veel te doen is! Tot slot liggen er in de naaste omgeving van het dorp nog veel meer prachtige dorpen.
Collonges la Rouge: rood dorp met kasteeltjes en heerlijk eten ***
In de zestiende eeuw ontwikkelde het mooie dorp zich tot een soort vakantieplaats. De toenemende bestuurlijke elite van de burggraaf vond het een prima plek om ’s zomers te verblijven. Dit ging gepaard met een toenemende bouwlust, waarvan de mooie huizen en de kleine kastelen die in het dorpje te vinden zijn getuigen.

Het mooie dorpje heeft genoeg mooie straatjes met fijne terrassen.
Een mooi voorbeeld hiervan is Castel de Vassinhac. Dit kasteeltje is gebouwd aan het einde van de zestiende eeuw door de toenmalige heer van het dorp. Het kasteel heeft mooie peperbustorentjes en is bedoeld als paleis. De schietgaten in de torens zijn dus niet voor de verdediging maar vooral voor de sier. Naast dit kasteel zijn er nog veel meer mooie panden in het dorpje te bewonderen.
Van de oorspronkelijke kerk uit de achtste eeuw is niets meer over. De huidige kerk stamt uit de elfde en twaalfde eeuw en is in de zestiende eeuw versterkt. Kennelijk was dat nodig in die tijd. Wij bezochten het dorp op een mooie zonnige dag in mei. Bij het benaderen van de kerk vielen er twee dingen direct op: de plompe Romaanse bouw van met name de kloeke klokkentoren én het tympaan boven de hoofdingang.

Tympaan van Eglise Saint Pierre in Collonges la Rouge.
Dit tympaan is zeer eenvoudig van opzet en een goed voorbeeld van de Romaanse kunst in deze streek. Het heeft niet de dynamiek van dat in de Adbijkerk in Vézelay, maar wel een bepaalde schoonheid in zijn eenvoud. De geleerden zijn er niet helemaal over eens wat het precies voorstelt, maar de centrale figuur in het midden is Jezus. Wat verwacht je anders? Er is twijfel of de Heer nu opstijgt naar de hemel of dat hij juist terugkomt. Wie het weet mag het zeggen!
Bij het wandelen door het dorp zijn hier en daar nog overblijfselen te zien van de muur die de priorij heeft beschermd tegen allerlei gevaren van buitenaf. Zo zijn er nog een aantal poorten te vinden en hier en daar nog een toren. Samen met de mooie huizen geven de muren het dorp een uiterst intieme en charmante uitstraling. In de straatjes zijn hier en daar wat winkeltjes en een galerie te vinden.
Eten en drinken
Bij mooi weer, en dat heb je nog wel eens in deze streek, heeft Collonges la Rouge genoeg terrasjes waar de innerlijke mens goed aan zijn trekken kan komen. Waar ik altijd heel blij van word, zijn de restaurantjes met een terras dat niet direct aan de openbare weg ligt. Je loopt dan langs een muur waarachter zachte eetgeluiden te horen zijn. Soms gaan deze gepaard met de lekkerste geuren en als je voorbij bent gelopen en je werpt een blik naar achteren dan ontdek je net een inkijkje waar je de mensen achter de dampende schalen ziet genieten. Prachtig!
En reken maar dat het de moeite waard is wat er op tafel staat. Het dorp ligt in een streek met een zeer goede keuken. Een hoofdrol speelt hier de gans, met het door de Fransen zo geliefde foie gras, dat je eigenlijk niet mag eten wegens de zeer dieronvriendelijke productie, maar wat o zo lekker is.
Ganzenbord
De rol die de gans in dit gebied speelt, komt erg leuk tot uiting bij La Grange aux Oies, een reusachtige versie van het spel ganzenbord tussen notenbomen. Bij de ingang krijg je een dobbelsteen en wordt aan de hand van het spel de functie en geschiedenis van de gans in de streek uitgelegd. Het laatste vakje, nummer 63, bestaat uit een schuur waar heerlijke streekgerechten staan te wachten om te proeven. Erg leuk om met kinderen te doen.
Dankzij zijn ligging is Collonges la Rouge prima te bezoeken als je op doortocht bent. Als je niet zo ver meer hoeft op de A20 en je een uurtje kan missen, dan is het geknipt voor een tussenstop. Dat geeft een ultieme ‘weg langs de snelweg’ gevoel en veel beter dan zo’n dichtbevolkte aire.



















Rogier Swagerman