Tag Archief van: Vier sterren

Aiguèze ****
prachtig uitzicht over de rivier de Ardèche

De Ardèche is één van de populairste streken in Frankrijk waar in de zomer veel Nederlanders neerstrijken op een camping. Naast het natuurschoon heeft het gebied langs de rivier prachtige stadjes en dorpen. Eén van de mooiste is ongetwijfeld Aiguèze dat is gebouwd bovenop een hoge klif boven de rivier De Ardèche. Hoewel we al veel van Frankrijk hebben gezien, was het gebied rondom de Ardèche voor ons lang een zwarte vlek op de kaart. We wisten wel dat het mooi was, maar de hoeveelheid toeristen in het hoogseizoen stond ons tegen en voor een weekje in het voorjaar ligt het toch ver.

Na het bestuderen van de bekende groene gids in een gîte in de Vaucluse besloten we er toch een dagje aan te besteden en dat viel niet tegen. Het was inderdaad druk en als je van rust houdt dan moet je wel een knop omzetten, maar de streek is groot en heeft bijzonder veel te bieden. Sterker nog, we besloten een dag later terug te gaan om met een kano de rivier af te zakken. Dat is weleens waar een zeer populaire bezigheid aldaar, maar het is ook dé manier om de Gorges d’Ardèche goed te bekijken. De tocht door de kloof is soms best spannend, maar zelfs voor een ongeoefende kanoër in redelijke conditie goed te doen.

Naast deze sportieve activiteiten hebben we het natuurlijk niet nagelaten om Aiguèze te bezoeken, vreemd genoeg de enige ‘Plus beaux village de France’ in de omgeving. In deze omgeving moeten toch wel meer dorpen zijn die mooi zijn. Het dorp ligt aan het einde van de Gorges de l’Ardèche strategisch boven op een hoge klif. De ligging verraadt een militaire geschiedenis dat al voor de twaalfde eeuw begon.

Aiguèze

Rating:

4 van 5 sterren (?)

Zeker zien:

- Kerkje uit de elfde eeuw
- Wandeling door dorp
- Kanoën over de rivier

Locatie:

open in maps

Locatie:

Open in maps

Kasteel

De plaatselijke baron bouwde in die tijd een versterkte toren op deze plek tegen de invallen van de Moren die zich op het Iberische schiereiland hadden gevestigd. Hij koos een uitstekende plek voor zijn vesting want deze is aan de kant van de rivier goed verdedigbaar en beschikt over een eigen waterbron. Wie wel eens in het zuiden van Frankrijk is geweest weet dat vers water tijdens de hete zomer geen overbodige luxe is. Deze investering bleek echter overbodig omdat de Saracenen uiteindelijk in het zuiden van de Provence werden tegengehouden en dus nooit zo noordelijk zijn geweest. Toch had de burcht zijn nut voor de baron want het boterde niet zo goed tussen hem de Bisschop van Viviers wat nog wel eens ontaarde in wat schermutselingen.

Tijdens de Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk ging het voor Aiguèze pas echt mis. Deze lange oorlog ontstond omdat de Koning van Engeland meende dat hij meer recht op de kroon van Frankrijk had dan de Franse Koning. Deze uit de hand gelopen familieruzie speelde zich af op Frans grondgebied waar de beide partijen uitgebreid gebruik maakten van huurlingen.

Deze plunderende vechtjassen waren een ramp voor het land die tijdens de soms lange vechtpauzes als ZZP-ers avant la lettre hun plundertochten op eigen naam doorzetten. In de tweede helft van de veertiende eeuw was Aiguèze de klos en viel het in handen van zo’n vechtclub waarna de Koning van Frankrijk zich genoodzaakt zag om de vesting met de grond gelijk te maken. Zo gingen die dingen in die dagen. Deze gebeurtenissen worden ieder jaar eind juni nagespeeld met een groot feest en een kleurrijk riddertoernooi. Of dit nu echt een middeleeuwse sfeer geeft is natuurlijk maar de vraag, maar leuk is het altijd wel.

Bloeitijd

Aiguèze ardeche straatje foto onder cc SpitermanDe boel werd pas een eeuw later weer opgebouwd waarna het dorp een betrekkelijk bloeitijd kende. Er werd een kerk gebouwd, die er nog steeds staat maar in de negentiende eeuw onherstelbaar is ‘gerestaureerd’. Er werden prachtige huizen gebouwd en ook die staan er voor een groot deel nog in sfeervolle straatjes, steegjes en rustieke pleintjes. Hier vind je naast de nooit ontbrekende kunstwinkeltjes ook fijne restaurantjes met schaduwrijke terrasjes. Hier kan je genieten van de plaatselijke heerlijkheden waarbij de wijn uit de wijngaarden rondom het dorp niet bij mag ontbreken.

Het kasteel, of wat ervan over is want het is niet helemaal heel meer, is een bezoek waard. De wandeling naar de ruïne begint bij een natuurlijke poort in een krijtrotsen met daarna een voetpad met een ongelofelijk uitzicht over de rivier en de omgeving. Alleen dit pad is een bezoek aan het dorp al waard.

In de omgeving

Het landschap rondom de Ardèche is erg mooi en wordt beheerst door de rivier die zich door de krijtgrond snijdt. Doorgewinterde Frankrijk-gangers herkennen direct de overeenkomsten met de Dordogne. Net als de rivier in het westen van Frankrijk zijn er langs de Ardèche enorme grotten te vinden die door ondergrondse rivieren zijn uitgesleten.

De combinatie van het aangename klimaat, het water en de grotten maken de streek zeer aantrekkelijk. De jaarlijkse (tijdelijke) migratie van miljoenen toeristen naar de Ardèche staat in een lange traditie want het is zeer waarschijnlijk dat hier de eerste menselijke bewoners van Europa zich vestigden. De streek ligt bezaaid met dolmen ofwel Franse hunebedden, archeologische vindplaatsen en er zijn in verschillende grotten zijn muurschilderingen gevonden. In de Grotte Cauvet werd in 1994 muurschilderingen gevonden waarvan de oudste meer dan 30.000 jaar oud zijn. Dat is twee keer zou oud als de schilderingen van Lascaux.

De schilderingen zijn zo bijzonder dat er is besloten om de grot niet open te stellen voor het publiek. Dat is natuurlijk jammer maar er zijn genoeg andere grotten die het bezoeken waard zijn. De bekendste zijn de grotten van Aven d’Orgnac waar ook een prachtig museum over de prehistorie te vinden is.

Video van Aiguèze

E-Magazine

In bezit een ereader of tablet? Download dan één van de E-Magazine. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.

Evenementen in Aiguèze

Tweede weekend van april
Bloemenmarkt
Pinksteren
Brocantemarkt
Maandagochtend tussen 15 april en 15 september
Markt
Tweede zondag van December
Kerstmarkt

Kaart van Aiguèze en omgeving


Les plus beaux villages de France
weergeven op een grotere kaart

Beaumont-Hamel: de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog ****

Monument van de newfoundlanders in Beaumont-Hamel, Frankrijk

Het monument voor de gevallen Newfoundlanders.

Omgaan met het verleden

Langs het voormalig slagveld in Noord-Frankrijk en Vlaanderen zijn er veel plekken met monumenten en oorlogsgraven. Beaumont-Hamel is in mijn ogen één van de indrukwekkendste. Niet in de laatste plaats omdat je hier letterlijk over het slagveld kan lopen waarbij je goed kan zien hoe dichtbij de vijandelijke loopgraven van elkaar af lagen.

Bijzonder is de manier waarop er nu nog wordt omgegaan met de geschiedenis op deze onheilsplek. Nadat het terrein in de jaren ’20 is aangekocht door Newfoundland, werden er een aantal monumenten neergezet om de doden te herdenken. Het terrein wordt door Canada onderhouden en er worden jaarlijks studenten gestuurd om geïnteresseerden rond te leiden. Dat is fijn voor Nederlanders, want ze spreken Engels. Voor de studenten is het natuurlijk een prachtige tijd in Frankrijk, maar ze krijgen zo ook een goed beeld van de geschiedenis van hun land. Misschien een idee voor onze studenten om zoiets in Indonesië te organiseren? Dan blijft dat stuk geschiedenis van ons land ook levendig.

Kleine voorgeschiedenis

Voordat ik het verhaal van Beaumont Hamel vertel, is het nuttig om de achtergrond van dit conflict te schetsen. De geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw kan je kort samenvatten met het probleem ‘Duitsland’. Wat was het probleem? Welnu, in tegenstelling tot Frankrijk, Engeland en Rusland is Duitsland pas aan het einde van de negentiende eeuw een eenheid geworden. Daarvoor was het verdeeld in een groot aantal middelgrote en kleine landjes.

Naast de politieke ontwikkeling was Duitsland aan het einde van de negentiende eeuw in een zeer rap tempo geïndustrialiseerd, waarbij het snel de andere grote landen economisch achter zich liet. Duitsland werd in deze tijd de economische motor van Europa en is dat nu nog steeds.

De combinatie van de eenheid en deze economische kracht gaf de Duitsers terecht het idee dat ze zich konden meten de andere landen. Maar hoe modern hun economie was, de blik op de wereld van de Duitsers was nogal conservatief. Wilde Duitsland overleven, zo was de gedachte, dan moest het een groot rijk bezitten. En daarbij werd er met argusogen gekeken naar naar het grootste Rijk dat de wereld ooit had gekend, het Britse Rijk. Wilde Duitsland zijn voorsprong behouden en uitbreiden dan zou het ook koloniën moeten hebben, want dat hadden de Britten immers ook. Nu weten we dat dit helemaal niet nodig is, maar toen was iedereen het er over eens dat het zo moest. Ook in de Tweede Wereldoorlog speelden deze ideeën nog steeds een hoofdrol bij de beslissingen en ambitie van Adolf Hitler.

Duitsland wil niet lang wachten

Monument voor de schotse highlanders in Beaumont-Hamel, Frankrijk

Monument voor de Schotse Highlanders die in december 1916 uiteindelijk Beaumont-Hamel in handen kregen.

Om dit te bereiken was het Duitsland duidelijk dat enige haast was geboden. Het begreep namelijk goed dat de sterke positie werd bedreigd door Rusland dat in potentie een nog sterkere natie was. Als dit land zich eenmaal zou industrialiseren dan zou het Duitsland makkelijk op alle fronten voorbij gaan. Dat dit geen waanidee was, bleek in 1942 toen Rusland in militaire productie Duitsland voorbij ging. De sterke positie van Duitsland was met andere woorden beperkt houdbaar en als er toch een conflict zou moeten komen, dan liever eerder dan later. Opvallend bij deze wereldbeschouwing is dat de slapende reus aan de andere kant van de Oceaan ontbreekt, terwijl juist de VS in beide conflicten het verschil zou gaan maken.

In 1914 diende zich een crisis aan die door Duitsland werd aangegrepen om een oorlog met Frankrijk en Rusland te beginnen. De eerste maanden begonnen voor de Duitsers goed. Hoewel Groot-Brittannië door de invasie van België ook bij de oorlog werd betrokken, boekte het Duitse leger grote successen en leek het op een overwinning af te stevenen. Maar in de late herfst slaagden de Fransen er echter in de Duitsers vlak voor Parijs tegen te houden terwijl het Engelse leger stand hield in Vlaanderen en het noordwesten van Frankrijk. Het Franse en Britse leger hingen compleet in de touwen, maar de Duitsers kregen het niet voor elkaar om de knock-out uit te delen te meer omdat in het oosten Rusland tot de aanval overging en Duitsland veel mannen die kant op moest sturen. Nu bleken beide kanten  niet sterk genoeg om de tegenstander te verslaan waardoor er een patstelling ontstond. De legers groeven zich langs een lang front in en zo ontstonden de loopgraven.

Britse leger

Met name het Britse leger was er slecht aan toe. De Britten kenden bij het uitbreken van de oorlog geen dienstplicht en vertrouwden op een beroepsleger van ongeveer 100.000 manschappen. Hoewel goed getraind, was het niet voorbereid op een uitputtingsoorlog zoals die zich in de late herfst van 1914 ontwikkelde. Het Britse leger dreigde eind 1914 geen man meer over te houden. Wilden de Britten nog iets betekenen dan zouden ze meer mannen in de strijd moeten werpen. De mannelijke bevolking werd opgeroepen zich vrijwillig aan te melden en daar werd massaal gehoor aan gegeven. Niet alleen op de Britse eilanden was dat het geval, ook in de koloniën meldden zich veel mannen om te vechten.

Het duurde echter nog twee jaar voordat de Engelsen genoeg mannen aan het front hadden verzameld om een aanval te wagen. Eind juni 1916 werd samen met de Fransen een offensief ingezet die de geschiedenis in zou gaan als de slag aan de Somme. Beaumont-Hamel lag in het midden van de aanvalslinie en hier bevond zich een regiment van ongeveer duizend Newfoundlanders. In tegenstelling tot wat ik dacht, is dit land pas in 1949 bij Canada gevoegd. In 1916 was het dus een apart land binnen het Britse Rijk met ongeveer 240.000 inwoners.

Ook in Newfoundland werd massaal gehoor gegeven aan de oproep om zich te melden voor de strijd. In 1915 had een klein regiment meegevochten bij de invasie van Turkije. Na deze rampzalig verlopen expeditie werd het leger van Newfoundland, aangevuld tot duizend man, naar Noord-Frankrijk gestuurd waar de mannen het flink voor hun kiezen zouden krijgen.

Slag aan de Somme

Gedurende de eerste twee jaar was het in deze sector van het front relatief rustig geweest, maar daar kwam in de laatste week van juni 1916 een einde aan. De aanval ging van start met dagenlange artillerie beschietingen op de Duitse stellingen. Helaas hadden de Britten niet de juiste munitie. Ten eerste gebruikten ze voor een groot deel fragmentatie granaten. Deze granaten ontploffen een paar meter boven de grond in duizend kleine scherven en zijn uiterst effectief tegen soldaten in open veld maar doet niets tegen Duitse soldaten in een bunker.

Een tweede probleem was de kwaliteit van de granaten zelf. Deze waren gemaakt in fabrieken met onervaren arbeiders, omdat de echte specialisten zich massaal hadden opgegeven voor de strijd in Frankrijk. Resultaat was dat naar schatting een derde van de granaten die door de Britten is afgeschoten niet is ontploft. Tot slot hadden de Britten niet genoeg zwaar geschut. Slechts een paar kanonnen waren krachtig genoeg om de Duitse stellingen te vernietigen. De Duitsers hadden zich echter diep ingegraven en hadden naast een slechte nachtrust geen enkele last van de beschietingen.

Voor het moraal van de Britten was het bombardement echter prima. De soldaten waren er van overtuigd dat niemand zoveel granaten zou kunnen overleven. De infanterie verwachtte niet veel weerstand en gingen vrolijk over op de aanval. In de Beaumont-Hamel bestond de eerste aanvalsgolf uit Britten terwijl de Newfoundlanders vlak achter de loopgraven als reserve werden gehouden.

Op 1 juli was het zover. Vlak voor de aanval lieten de Britten bij Beaumont-Hamel een enorme mijn ontploffen die ze via een tunnel onder het Duitse commandocentrum hadden geplaatst. De krater die de ontploffing heeft geslagen is nog altijd aanwezig. Voor de Duitsers was dit het teken om de machinegeweren te voorschijn te halen en een slachtpartij onder de aanvallende Britten aan te richten.

Slagveld bij Beaumont-Hamel gezien van de Engelse loopgraven

Het slagveld gezien vanaf de Engelse kant. Op de voorgrond de voorste loopgraven. In het midden de ‘danger tree’ , de Duitse stellingen bevonden zich onder de bomenrij die nog net zichtbaar is.

Naast de monumenten, de loopgraven en de graven is er op het terrein een klein gebouw neergezet waar een tentoonstelling is ingericht. Hier is onder andere de uitrusting van de Britse soldaten te zien. Deze jongens werden met ruim dertig kilo aan bepakking de loopgraven uitgestuurd je hoeft weinig voorstellingsvermogen te hebben om te bedenken dat dit de bewegingsvrijheid nogal beperkte. Niet echt handig als je de kogels van een machinegeweer moet ontwijken.

De eerste aanvalsgolf moest zich een weg banen door het niemandsland. Je hoeft geen militair genie te zijn om nu nog te zien dat dit geen eenvoudige klus was. Te meer omdat het terrein niet helemaal in het voordeel was voor de Britten. De aanvallers moesten na het verlaten van hun loopgraven eerst een stukje omlaag om vervolgens een helling te beklimmen waarop de Duitsers zich hadden ingegraven. De Duitse verdedigers hadden vrij zicht op de oprukkende Britten en schoten er op los.

Blunders

Gevolg was dat de eerste aanval vrijwel direct in de soep liep waardoor de Newfoundlanders te hulp moesten schieten. Zij bevonden zich in de tweede linie achter de voorste loopgraven en werden gehinderd door een tactische blunder van het Britse leger. De eerste en tweede linie werden met elkaar verbonden door ondiepe en smalle gangen waar nauwelijks twee man elkaar konden passeren. Op het moment dat de Newfoundlanders wilden aanvallen, lagen deze communicatieloopgraven vol met gewonden en stervende soldaten van de eerste aanvalsgolf. Hierdoor was het voor het regiment onmogelijk het niemandsland in dekking te bereiken.

Het niemandsland tussen de loopgraven bij Beaumont-Hamel, Noord-Frankrijk

Het niemandsland is nu nog vol met bomkraters en op bepaalde plekken mag je niet lopen omdat nog altijd gevaarlijke explosieven liggen.

Om de aanval toch doorgang te laten vinden besloot de commandant de loopgraven te verlaten om het niemandsland te bereiken en dat betekende een moeilijke tocht door het eigen prikkeldraad. Voor de wakkere Duitsers die een paar honderd meter verderop lagen, was het opnieuw prijsschieten, dit keer met geweren en kanonnen. Een kwartier na het verlaten van de loopgraven was een groot deel van het regiment al uitgeschakeld. Toch wisten nog veel mannen het verzamelpunt in het niemandsland te bereiken. Dit was een stronk van wat ooit een boom was. Deze boom zou de geschiedenis ingaan als de ‘danger-tree’. Deze boom was tevens het punt die voor de Duitse machinegeweren als mikpunt werd gebruikt met alle gevolgen van dien. Nu staat er op die plek weer een boom, die het punt markeert waar veel mannen het leven verloren.

Aan het einde van de dag bleek dat 80% van de Newfoundlanders het niet had overleefd en dat van de 780 mannen die aan de aanval hadden meegedaan nog maar slechts 68 de volgende dag in staat waren aan een nieuwe aanval mee te doen. In een paar uur werd een complete generatie mannen van Newfoundland afgeslacht. Op deze 1 juli verloor het Britse leger bijna 20.000 mannen en het geldt nog altijd als de dag waarop het de meeste soldaten verloor.

Na zo’n eerste bloedige dag zou je denken dat het wel klaar zou zijn en dat het ‘management’ een andere strategie zou bedenken. Maar helaas voor de soldaten gingen ze er maanden mee door.

Uiteindelijk werd het dorp Beaumont-Hamel, dat je kan zien liggen vanaf de Britse stellingen, pas in december 1916 veroverd. Dit is een afstand van nog geen 1,5 kilometer en je loopt dit nu in een kwartiertje. Het slagveld van Beaumont-Hamel is indrukwekkend en iedereen die de twintigste eeuw wilt begrijpen zou daar eens moeten gaan kijken, want met de gevolgen van deze oorlog hebben wij nog dagelijks te maken.

Tourtour: karaktervol dorp tussen de olijfbomen ****

Huis met lavendel in het dorpje Tourtour in Frankrijk

Een dorp met zulke huisjes wil je nooit meer verlaten.

Dit geldt zeker ook voor Tourtour. Na een dag vol activiteiten in de natuur, besloten we aan het einde van de middag toch even het dorp in de Provence te bezoeken. De auto konden we direct voor de ingang van het dorp kwijt, waarna wij lopend de straatjes indoken.

Heerlijke geuren

Na amper tweehonderd meter lopen, kwamen we er door de heerlijke geuren uit een restaurant achter dat de natuurtocht ons behoorlijk hongerig had gemaakt.

Er was geen houden meer aan en voordat we het wisten zaten we achter een koel biertje op het dorpsplein waar drie gitaristen rustige jazz produceerden het plaatje compleet maakten. We wisten het zeker: hier gaan we nooit meer weg!

Kasteel in de het dorp Tourtour in de Provence

Een nadeel van een laat bezoek is wel dat de attracties meestal al gesloten zijn. Wij hebben dus een bezoek aan de oliemolen en de verzameling fossielen moeten missen, maar daar ben in een dorp als Tourtour eigenlijk ook niet voor.

Hoewel de oliemolen wel interessant is. Hij dateert uit de zeventiende eeuw en wordt nog steeds gebruikt. In september worden hier miljoenen olijfjes van de bomen rondom Tourtour geperst tot olie. Ben je rond die tijd in de buurt, dan is een bezoekje zeker de moeite waard. Helaas voor ons maar we hebben wel genoten van de schilderachtige straatjes en steegjes waar op het late uur zowaar bewoners te zien zijn. Normaal zijn dit soort dorpjes uitgestorven op toeristen na dan. De lage zon zorgde voor prachtige licht.

Drie kastelen

Hoewel Tourtour niet heel groot is, heeft het toch maar liefst drie kastelen, althans de resten daarvan. Het oudste kasteel, of de ruïne daarvan, dateert uit de dertiende eeuw. Duidelijk is dat hier iets te verdedigen viel tegen de plunderende huursoldaten of ander naar volk.

Vandaag de dag is er nog een puik kasteeltje met peperbustorens te vinden dat nu dienst doet als gemeentehuis. Helaas konden wij vanwege het late uur niet naar binnen. Dat gold ook voor De Saint Denis, een kerkje naar Romaans model. Dat was wel jammer, maar het geeft ons een reden om hier nog eens terug te keren. Wat weer niet zo naar is.

Noyers sur Serein: sfeervol dorp in Bourgondische landschap ****

Noyers sur Serein in Bourgondië, Frankrijk

Noyers ligt prachtig aan de rivier de Serein die het dorp aan drie kanten omringt.

Wij bezochten Noyers in de eerste week van mei. Het weer was niet al te best, maar gelukkig was het gedurende de uren dat we het dorp bezochten net droog. Dankzij al dit water stond het dorp vol met bloemen en bloeiden de blauwe regen er rustig op los. De bevolking leek net wakker te worden van een lange winterslaap en maakte zich op voor een nieuw seizoen met toeristen. In de straatjes en op de pleintjes liepen hier en daar wat toeristen, maar verder was het rustig en konden wij de auto makkelijk bij de kerk parkeren. Ik denk dat dit in de zomer wel anders is en dan zul je de auto buiten de muren moeten zien kwijt te raken.

Het centrum kent een doolhof van kleine straatjes, pleintjes en steegjes met prachtige oude vakwerkhuisjes en mooie arcaden. Er is zelfs een klein museum met lokale volkskunst en een ruimte waar de plaatselijke kunstenaars hun werk tonen. Helaas was het dicht bij ons bezoek.

De inwendige mens hoeft zich hier nooit te vervelen, want het dorp bezit redelijk wat eethuisjes, brasserie’s en restaurantjes. Aangezien het midden in een goed wijngebied ligt, zit het met het drinken ook wel snor. Wij kozen ervoor om te picknicken aan de oever van de rivier, maar na bestudering van de menukaarten hadden we hier toch wel spijt van. Je kan in Noyers volgens mij prima eten!

Straatje in Noyers sur Serein in Bourgondië, Frankrijk

Het centrum van het dorp heeft veel sfeervolle straatjes en steegjes.

De huizen zijn van het type vakwerk die je wel meer in het noordelijke gedeelte van Frankrijk tegenkomt. Ze zijn bijzonder oud, sommige uit de vijftiende eeuw, en veel zijn rijk versierd met houten beelden. De mooie huizen laten de rijke geschiedenis van het dorp zien. In de late middeleeuwen ontwikkelde Noyers zich tot een marktplaats voor wijn en andere landbouwproducten. Het jaarlijkse truffelfestival in November is daar nog een voorbeeld van.

Genoeg te doen in de zomer

In de zomer is het alles behalve een saaie boel in het dorp. In juni zijn er brocante markten waar ook professionele handelaren op afkomen. Je zou daar zomaar wel iets bijzonders kunnen scoren. In juli is er een muziekfestival en in de eerste week van augustus wordt dit nog eens dunnetjes overgedaan.

Volgens verschillende reisgidsen moet het dorp na zonsondergang bijzonder mooi zijn, dankzij de sfeervolle verlichting. Wij hebben dat helaas niet meegemaakt.

Na een bezoek aan het centrum is een wandeling langs de oostelijke kant van het dorp de moeite waard. De rivier de Serein loopt hier vlak langs het dorp en er staan nog een aantal oude torens van de muur. Aan de andere kant van het water is een weide waar, toen wij er waren, net  een koe een kalfje had geworpen. Na een half uurtje kon het jonge beest na zware aanmoedigingen van zijn moeder op vier poten staan en besloten wij door te lopen.

Ruïne

Aan het einde maakt de straat een scherpe bocht en voert je weer het centrum in. Als je een beetje condititie hebt, is het raadzaam om rechtdoor te lopen waar een soort bospad loopt. Na ongeveer 200 meter zie je aan je linkerhand een steile trap die je naar de ruïne van het kasteel brengt. Dit is een behoorlijke klim op een trap van houten bielzen. Als je je tijd neemt, is het voor iedereen zonder rollator te doen, al kan het bij nat weer behoorlijk glad zijn.

Werkplaats bij het kasteel van Noyers sur Serein in Bourgondië, Frankrijk

De werkplaats bij de opgravingen van het kasteel.

Boven vind je een overblijfsel van het kasteel. De boel zit voor een groot deel nog in de grond en er wordt nog druk gegraven en gerestaureerd. Toen wij er waren was er niemand, maar niets was afgesloten. Er stonden hier en daar wel bordjes ‘interdit’, maar verder konden we de werkplaats van de archeologen en restaurateurs goed bekijken. Leuk! Naast de eerste verdedigingsmuur stonden grote brokken steen waar half afgemaakte beelden waren uitgehakt.

Dat er nog veel werk aan de winkel is bij deze opgravingen is duidelijk te zien als je verder naar boven klimt. Waar ooit het donjon, het hart van het kasteel, stond, heerst nu het bos. Het loont om hier toch even verder te lopen, want aan de andere kant van de heuvel zijn een aantal prachtige uitzichtpunten over het dorp en de omgeving.

Ideale overnachtingsplek

Noyers ligt in het noorden van Bourgondië en op een klein kwartier van de A6, beter bekend als de Route du Soleil. Het is eigenlijk de perfecte stopplaats als je via Parijs naar het zuiden rijdt, op zo’n 700 kilometer van Amsterdam. Noyers is een flink dorp met genoeg restaurantjes en leuke hotelletjes of chambres d’hôtes. Dus heren: als je je geliefde echt wilt verrassen, plan dan hier je tussenstop naar het zuiden, ze zal de rest van de reis uit je handen eten.

Als je wat langer in Bourgondië wilt blijven, is Noyers een prima uitvalsbasis. In het dorp vind je een bakker, een slager en maar liefst twee supermarkten. Vooral de slager zag er bijzonder hoopvol uit. Denk bij de supermarkten niet aan hypermarches, maar ze hebben wijn, bier en frisdrank. Genoeg om te overleven.

Uitzichtpunt bij Noyers sur Serein in Bourgondië, Frankrijk

Als je bij de Ruïne doorloopt kom je op een prachtig uitzichtpunt.

Bij één van de supermarktjes staat een tafeltje met stoeltjes op het smalle stoepje voor de deur. Tijdens ons bezoek namen daar drie Australische toeristen verwachtingsvol plaats. Mijn zoon en ik moesten er wel om gniffelen toen we het winkeltje binnengingen. Tot onze verbazing moesten wij wachten voor het afrekenen, omdat de bazin druk bezig was met koffie serveren. Buiten troffen we de tegen de jetlag vechtende toeristen genietend achter hun kopje Senseo aan.

Overnachten is mogelijk in de verschillende hotels, chamdres d’hotes of gîtes. Wij bezochten Noyers begin mei en toen waren er nog genoeg accomodaties vrij. Dat zal in de zomer wel anders zijn, dan zal je moeten reserveren. Er is ook een kleine camping, type manucipal. Hier geen glijbanen, animatie of luxe toiletblokken, maar wel karakter, rust en waarschijnlijk een lage rekening.

Carennac: dorp bij de Dordogne met alles erop en eraan ****

Het kloosterhof van Carennac aan de Dordogne in Frankrijk

Het kloosterhof is half romaans en half gotisch.

Klooster

Carennac is ontstaan in de elfde eeuw rondom een priorij van de orde van Cluny, die nog steeds, tegen een klein bedrag, te bezoeken is. Helaas is het niet helemaal ongeschonden uit de geschiedenis gekomen. Tijdens de honderdjarige oorlog was deze streek lang het strijdtoneel en ook Carennac is in deze tijd niet aan het geweld ontsnapt. Het klooster werd voor een groot deel verwoest en na deze strijd in de vijftiende eeuw herbouwd en uitgebreid.

Vier eeuwen later moest het klooster het ook tijdens de Franse Revolutie ontgelden en raakte zwaar beschadigd. Toch maakt met name het kloosterhof het dorp de moeite waard om te bezoeken. In de kapittelzaal is nog een mooie grafligging van Jezus te zien waar de emotie van de hoofdrolspelers vanaf spat. Zeker even gaan kijken daar dus.

Kerk Saint Pierre

Romaans Timpaan van de kerk van Carennac aan de Dordogne, Frankrijk

In het midden van de timpaan zit Jezus op zijn troon met daar omheen de evangelisten en de apostelen.

Naast het klooster herbergt Carennac het mooie Romaanse kerkje Saint Pierre uit de elfde eeuw. Kijk voordat je naar binnen gaat even omhoog, want boven de deur bevindt zich een prachtig timpaan uit de twaalfde eeuw. Het stelt een twaalfde-eeuwse kijk op de eindtijd voor, waarbij Jezus met de bijbel in zijn hand als koning wordt afgebeeld.

De huizen in Carennac zijn opgetrokken uit amberkleurig natuursteen en dat geeft het dorp een aangename sfeer. Ook het Château des Doyens is gebouwd met deze steen. Hier vind je een museum over de omgeving. Door gebrek aan tijd hebben wij het niet bezocht maar zo’n plaatselijk museum is in Frankrijk altijd aardig.

Een andere attractie die wij hebben gemist, zijn de kano’s. Aan het oostkant van het dorp ligt een startpunt en in de zomer is dit een uitstekend vermaak.

In de omgeving van Carennac

In de buurt van Carennac is genoeg te zien en te doen. Op nog geen tien kilometer van het dorp ligt de Gouffre du Padirac. Dat is één van de mooiste grotten van Frankrijk, waar je met een bootje op een ondergrondse rivier kan varen. Iets verder ligt het bekende bedevaartsoord Rocamadour prachtig aan de rivier de Lot.

Mooie dorpen zijn er rondom Carennac genoeg te vinden. Dit land is echt een walhalla voor liefhebbers. Op een steenworp afstand liggen Autoire, Turenne en Loubressac. Iets verder naar het noorden rijden is Colloges-le-Rouge en in het westen liggen Domme en La Rogue-Gageac. Genoeg te zien dus!

Bibracte op Mont Beuvray: archeologie in actie ****

Oude boom bij de oude Keltische stad Bibracte in de Morvan

Naast opgravingen vind je in Bibracte ook vreemde bomen.

Dit is voor een groot deel te danken aan François Mitterrand, de laatste echt grote president van Frankrijk. Hoewel hij er niet is geboren, had hij een sterke band met de streek. Voor zijn presidentschap was hij jarenlang burgemeester van Château-Chinon en daarvoor had hij ook allerlei politieke functies in de regio. Als president verklaarde hij Bibracte in 1984 een plaats van nationaal belang. En als in Frankrijk de president zoiets zegt, gebeurt er wat. Ten eerste werden de archeologische opgravingen, die in 1907 waren stopgezet, weer hervat. Voorts kwam er geld vrij om een museum neer te zetten en om het geheel voor publiek toegankelijk te maken. Tot slot werd in de omgeving een nationaal opleidingsinstituut voor de archeologie opgericht. Dit is allemaal goed gelukt, maar eerst even vertellen welke rol Bibracte heeft gespeeld in de geschiedenis.

Stukje geschiedenis: de Gallische oorlog

In de eerste eeuw voor Christus was Rome een republiek dat het westelijk gedeelte van de Middellandse Zee beheerste. Het zuiden van Frankrijk was grofweg van de Alpen tot Bordeaux in handen van de Romeinen. De rest van Gallië was verdeeld in een groot aantal rijkjes, waarvan er veel waren georganiseerd naar Romeins model; de macht lag in een handen van een aristocratische bovenlaag. Er waren wel wat grotere rijken, maar de meesten telden niet meer dan 50.000 zielen. De Romeinen waren op dat moment al een macht van betekenis in Gallië. Door verbonden en verdragen hield Rome er bovendien een succesvolle verdeel-en-heers politiek op na.

Hoewel politiek verdeeld, was de cultuur van de Galliërs, of Kelten, van een hoog niveau. Er waren verschillende grote steden, die waren verbonden met een uitgebreid stelsel van wegen dat zich uitstrekte van Oostenrijk tot Engeland en Ierland. Ook de nijverheid stond op een hoog niveau. Zo werden er prachtige sieraden gemaakt én, niet geheel onbelangrijk tijdens een oorlog, ook de wapens waren van een hoog niveau. Om de producten te maken, exploiteerden de Galliërs een groot aantal mijnen. In de Auvergne werd bijvoorbeeld veel goud gedolven. De naam van de hoofdstad van de Cantal, Aurillac, verwijst naar dit edelmetaal (aurum in het Latijn).

Rond 60 voor Christus zorgden een aantal gebeurtenissen ervoor dat er een einde kwam aan de vrede in Gallië. In Rome waren er drie mannen aan de macht gekomen, waaronder Julius Ceasar. Dit driemanschap smeet met geld om het volk achter zich te krijgen. Deze manier van politiek bedrijven was voor Ceasar, de minst rijke van het stel, moeilijk vol te houden. Maar hij zag wel mogelijkheden om hier iets aan te doen. Na een succesvolle militaire campagne in Spanje, werd hij de baas in Gallië. Met de bodem van zijn schatkist in zicht, wekt het geen verbazing dat Ceasar zijn oog liet vallen op het rijke noorden van Gallië. Hij had alleen maar een aanleiding nodig.

Monument voor Caesar op Mont Beuvray in Bourgondië Frankrijk

Volgens dit paaltje heeft Caesar hier zijn boek over de Gallische oorlogen zitten schrijven.

Die kreeg hij van de Helvetii. Deze Gallische stam woonde in de Alpen en voelde zich bedreigd door de Germanen in het noorden. Ze besloten te verhuizen en lieten hun oog vallen op een mooie streek aan de Atlantische kust. Niets is zo fijn als vruchtbare grond op een steenworp van het strand. Ze pakten hun boeltje bij elkaar en marcheerden richting het westen. Op hun tocht werden de Romeinse provincies zorgvuldig gemeden. Ondanks deze voorzichtigheid was het voor de handige Caesar een koud kunstje om de oorlog waar hij naar zocht te forceren. Het duurde dan ook niet lang of een bevriende Gallische stam vroeg de hulp in van de Romeinen, waarna Caesar zijn legioenen de Helvetii liet opjagen. Na een fikse achtervolging kwam het tot een slag in de buurt van Bibracte. Hierin liet Caesar zijn militaire talent zien door de Helvetii vrij gemakkelijk te verslaan.

Dit conflict was het begin van een groot aantal Romeinse interventies die uiteindelijk resulteerde in een totale verovering van Gallië door Rome (op één klein dorpje na natuurlijk). Het eindspel speelde zich af in het zuiden van Bourgondië, wederom in de buurt van Bibracte.

De Galliërs waren zich er na jaren oorlog van bewust, dat ze zich moesten verenigen en dat is precies wat een aantal grote stammen heeft gegaan. Op een bijeenkomst in Bibracte wezen de stammen Vercingetorix als leider aan. De plek is opvallend, want de Aedui, de Gallische stam die daar woonde, was altijd loyaal aan de Romeinen geweest en had zelfs hun hulp ingeroepen tegen de Helvetii in het eerste jaar van de oorlog. Vercingetorix verzamelde een enorm Gallisch leger, dat door Caesar bij Alesia in het zuiden van Bourgondië deskundig in mootjes werd gehakt.

Na deze grote overwinning erkenden de Galliërs de Romeinen als overwinnaars en kreeg Caesar heel Gallië in handen. Dat maakte hem direct de rijkste man van Rome en dat is altijd handig als je politieke ambities hebt. Maar voordat hij naar Rome zou terugkeren, zette hij zijn ervaringen van deze oorlog op papier. Dit deed hij in Bibracte en zijn boek, Commentarii de bello Gallico, geldt nog steeds als een standaardwerk op de militaire academie.

Bibracte speelde tijdens de eerste eeuw voor Christus dus een grote rol, maar in de jaren daarna ging het snel bergafwaarts. Vooral de ligging van de stad bleek een probleem. Bibracte lag dan wel aan belangrijke wegen maar ook op een berg en was daardoor moeilijk te bereiken. Ten tijde van oorlog was het goed te verdedigen, maar door de interne vrede in het Romeinse rijk was het vooral onhandig. Ga maar eens met je ossenkar in de regen omhoog. Toen de Romeinen 25 kilometer verderop Autun stichtte, verloor Bibracte zijn economische betekenis en liep de Keltische stad leeg. En hoewel er op de berg nog eeuwen een wekelijkse markt werd gehouden, was de rol van Bibracte verder uitgespeeld.

Archeologie

Deze dramatische ontwikkeling is voor archeologen een zegen. Doordat de stad vrij snel na de bloeiperiode is verlaten, liggen de resten niet onder andere lagen van bewoning. De boel heeft in alle rust twintig eeuwen in de grond liggen wachten zodat archeologen ze konden opgraven.

Archeologie is voor de periode voordat Gallië tot het Romeinse Rijk behoorde sowieso de belangrijkste bron van informatie. De Kelten hadden wel een ontwikkelde cultuur, maar kenden nauwelijks het schrift. Hierdoor zijn er bijna geen geschreven bronnen en die we hebben, zijn hoofdzakelijk geschreven door Romeinen en daarom nogal gekleurd. Wat in de bodem wordt gevonden is daarom de belangrijkste bron voor wat we weten over deze periode. De opgravingen van Bibracte zijn daarbij de grootste en belangrijkste voor de Keltisch cultuur in Frankrijk. Dat had Mitterand dus scherp gezien.

Archologische opgraving op Mont Beuvray in Bourgondië Frankrijk

Archeologie is belangrijkste bron bij het onderzoek van de Keltische Cultuur in Frankijk.

De archeologische opgravingen zijn vandaag de dag indrukwekkend. Het gebied omvat maar liefst 1.000 hectare, waar een leger van archeologen op tal van plekken aan het werk zijn. En dat zijn niet alleen maar Fransen, maar ook Duitse, Nederlandse, Amerikaanse en Engelse geleerden zijn hier aan het graven. Maar er is meer te doen op deze unieke plek.

Museum van de Keltische cultuur

Toen wij Bibracte bezochten was het bijzonder stil. De parkeerplaats naast de ingang was aardig groot maar er stonden slechts een handvol auto’s met Franse kentekens. De Franse overheid ziet Bibracte als één van de ‘Grands travaux de l’Etat’ (grote werken van de staat) en dat betekent budget. Dat is goed te zien aan het museum. Het gebouw is ontworpen door Pierre-Louis Faloci en bestaat hoofdzakelijk uit steen en glas.

Museum van de Keltische cultuur op Mont Beuvray in Bourgondië Frankrijk

Het museum van Bibracte is fraai ontworpen en past mooi in de omgeving. Binnen vind je een tentoonstelling over de Keltische cultuur.

Hoewel het zeer moderne gebouw midden in de natuur staat, werkt het uitstekend. Het past in de omgeving. De expositie telt tal van voorwerpen die op Mont Beuvray zijn gevonden, gecombineerd met een groot aantal diorama’s die het leven in Bibracte moeten voorstellen. Ik ben nooit zo’n fan van deze manier van tentoonstellen, maar hier werkt het zeer goed. Onze kinderen, toen 5 en 7 jaar oud, vonden het geweldig.

Opvallend goed is de audiotour. Deze is te krijgen in het Nederlands en hier is duidelijk over nagedacht. Je krijgt een apparaat mee dat, dankzij een ingewikkelde techniek, weet voor welke vitrine je staat en onmiddellijk een verhaal begint te vertellen. Je krijgt direct te horen wat de voorwerpen zijn, waarvoor ze werden gebruikt en waar ze zijn gevonden. Dit alles werkt met een koptelefoon die net boven je oren hangt zodat je ook nog hoort wat je reisgenoten tegen je zeggen. Ik heb nog nooit zo’n goede audiotour meegemaakt. Je krijgt hierdoor een uitstekend beeld over de Keltische samenleving in de eerste eeuw voor Christus.

Archeologie in praktijk

Archeologe aan het werk met opgraven op Mont Beuvray in Bourgondië Frankrijk

Een archeologe aan het meten.

Zo’n museum is natuurlijk leuk, maar je wilt uiteraard de opgravingen zelf ook zien. Dat kan natuurlijk. Naast het museum, dat onderaan de berg ligt, staan busjes klaar om je naar boven te brengen. Je kan ook zelf naar boven lopen, maar een dergelijk ritje is wel zo comfortabel. De rit zelf brengt je langs de grote verdedigingsmuren van de stad waarna je een donker bos induikt, spannend en goed voor de sfeer. Eenmaal boven kan je genieten van het uitzicht en naar beneden wandelen langs alle belangrijke vindplaatsen. Er zijn ook rondleidingen, zelfs in het Nederlands, maar als je daar geen zin in hebt kan je ook zelf rondwandelen.

Het is een aardig lange wandeling, maar omdat je alleen maar daalt valt het erg mee. De route leidt je langs alle belangrijke wijken van de stad, waarvan nog lang niet alles is opgegraven. Bij ons bezoek was bijvoorbeeld de wijk waar de ambachtslieden woonden en werkten voor een groot deel bloot gelegd en voor een deel herbouwd. Aan de tempels en andere godsdienstige gebouwen daarentegen werd nog druk gewerkt. Letterlijk want een flinke groep archeologen uit Duitsland waren druk met schepjes en kwastjes. Volgens de kinderen was dit heel gaaf.

Naast de archeologie kom je tijdens de wandeling ook veel mooie natuur tegen. Op tal van plaatsen staan bankjes en dat zijn prima plekken voor een picknick. Dat is ook wat het museum wil dat je doet. Beter nog, je kan bij het museum manden kopen met een Gallische picknick. Het is onduidelijk of dit met of zonder everzwijn is. Maar je kan natuurlijk zelf ook stokboord, kaas, worst en een flesje wijn meenemen en genieten op de plek waar ooit Julius Ceasar heeft rondgelopen. Leuk!

Pic du Midi: berg met fenomenaal uitzicht op de Pyreneeën ****

pic-du-midi-du-Bigorre-kabelbaan

De top van de Pic du Midi du Bigorre is alleen te bereiken met een kabelbaan.

Wij bezochten de Pic vanaf onze gîte in Ciadoux, zo’n slaperig dorpje met een kerkje en een markt op donderdagmiddag. De pret was echter al veel eerder begonnen, want bij het plannen van de zomervakantie was al duidelijk dat de Pic du Midi één van de hoogtepunten van de zomervakantie zou worden. Via de website hadden we al kaartjes gekocht want je weet maar nooit hoe druk het daar is. Dat laatste viel trouwens heel erg mee want in plaats van horden toeristen waren we zo´n beetje de enige buitenlanders.

Vanaf ons vakantieadres was het 104 kilometer bijna recht naar het zuiden. Voor ons is dat niet zo veel, rijden doen we wel meer en als je, zoals wij, de rit als attractie beschouwt is honderd kilometer niets. Volgens de routeplanner zou dit ritje bijna twee uur in beslag nemen wat ons wel wat lang leek. Daar zouden we wel iets af kunnen rijden, het was immers allemaal Route Nationale en daar mag je 90. De eerste zestig kilometer schoten ook lekker op en we zagen de bergen steeds dichterbij komen.

Als je op de Pyreneeën aanrijdt merk je goed hoe steil ze zijn. Vanaf onze gîte konden we de toppen al goed zien maar pas na zeventig kilometer begonnen we pas echt te klimmen en dat is het ook bijna direct stevig klimmen.

Wielrenners

pic-du-midi-du-Bigorre-kabelbaan ezel

Dieren lopen overal los. Wij kwamen een ezel tegen in de WC bij het station van de kabelbaan.

Wielerliefhebber of niet, als je de Pic du Midi bezoekt, ontkom je niet aan de Tourmalet. Deze beroemde wielerberg kondigt zich al ver voor Campan aan, het laatste dorpje voordat je echt aan de klim begint. De plaatselijke middenstand is geheel ingesteld op de sportieve vakantieganger die al fietsend de Tourmalet wil beklimmen. Dit was in de zomer zo, in de winter is dit gebied natuurlijk het domein van wintersporters.

Bij de voet van de klim zien de sportieve medetoeristen er nog fris en fruitig uit. Aangezien het niet allemaal Nederlanders zijn, die zijn namelijk gewend aan fietsen langs auto’s, is het aan het begin van de klim goed oppassen, want er zijn grote groepen fietsers waarin niet iedereen goed oplet: ze zitten te praten of grappen te maken. Na de afslag naar de D 918 is dit wel over, want dan krijgen de fietsers het zwaar en is het over met praten en grappen.

De weg leidt je door een ruw en ruig landschap met prachtig uitzicht op de dalen en bergen. Opvallend is dat er, wanneer je hoger komt, geen hekken staan in de bergheide. Het land is van de gemeenschap en iedereen mag zijn schapen en koeien hier laten grazen. En dat gebeurt ook. Oppassen achter het stuur, want deze beesten staan ook gewoon op de weg. Het heeft wel wat.

Kabelbaan

De Pic du Midi is niet te bereiken met de auto. Deze parkeer je in het skistation La Mongie en dan heb je twee mogelijkheden om de top te bereiken. Voor de sportievelingen is er een ezelpad die je via een flinke klim naar de Pic brengt. Volgens de bekende Groene Gids duurt deze vierenhalf uur en is hij niet geschikt voor de niet geoefende wandelaar. Daarnaast kan je ook de kabelbaan nemen, dat hebben wij maar gedaan.

Bij de kabelbaan was het totaal niet druk, we konden zo doorlopen en samen met een stel Spanjaarden de tocht naar boven beginnen. Deze bestaat uit twee etappes. Een deel van mijn reisgenoten was lang niet in een kabelbaan geweest en bovendien uitgerust met een flinke dosis hoogtevrees. Dit gaf zoveel stress, dat er serieus werd overwogen om de reis af te breken in het tussenstation. Gelukkig werd de tocht toch doorgezet, waarna we er achter kwamen dat het tweede deel pas echt spectaculair is. De gondel gaat over een enorm dal met dikke pakken sneeuw; vrolijk huppelende Alpenmarmotten maakten het plaatje compleet.

De top

Helaas was het bij ons bezoek behoorlijk bewolkt en dook de kabelbaan boven het dal een dikke witte wolk in. Dit tot vreugde van mijn reisgenoten die hierdoor niet in de diepte hoefden te kijken, waardoor de stress in de cabine zakte. Ook de Spaanse dames die met ons naar boven gingen hielden de stangen iets losser vast. Vlak voor de Pic kwam de gondel weer uit de wolk en dat gaf ons een prachtig uitzicht op de sterrenwacht.

Uitzicht op de bergen vanaf Pic du Midi du Bigorre

Sneeuw in augustus op de Pic de Midi

Ondanks dat we slechts een half uur konden genieten van het uitzicht was het de tocht waard. Op het enorme terras kan je een hapje eten in het restaurant of je zelf meegenomen stokbrood nuttigen. In Nederland zou het ongetwijfeld niet mogen, je zelf meegenomen boterhammetjes op te eten, hier is dat geen enkel probleem. Eenmaal boven, wordt je eerst naar de voornaamste attractie geleid: het enorme terras met een fantastisch uitzicht op de bergen. Als het helder is, kan je hier tot driehonderd kilometer ver kijken, dat wordt althans beloofd. Bij aankomst stak de Pic net boven een wolk uit, zodat we net genoeg konden zien om ons te kunnen voorstellen hoe het uitzicht is bij ideaal weer. Na een half uurtje was de pret over en stonden we in een dikke mist die volgens de mensen op de Pic de hele middag zou duren. Je krijgt trouwens uitzichtgarantie. Dankzij de wolk kregen wij kaarten om binnen een half jaar op een minder bewolkte dag opnieuw omhoog te gaan. Helaas zat het er niet in, we moesten de volgende dag naar de volgende gîte.

Wij waren er overdag, maar ’s nachts is het ook genieten op Pic, van de sterrenhemel wel te verstaan. Je kan een speciaal kaartje krijgen inclusief een diner onder de sterrenhemel. Het is niet goedkoop, maar het lijkt mij een geweldige ervaring.

Expositie

Botten en schedel van een schaap

De resten van de lunch van de vale gieren.

Naast het uitzicht is er de grote expositieruimte in de sterrenwacht om te bezoeken. Deze bestaat uit twee onderdelen. Het eerste gedeelte gaat over het heelal en de hemellichamen daarin. Er wordt van alles vertelt over planeten, manen, sterren en kometen. Een prima expositie, maar wij wisten het meeste al. Veel leuker is de tentoonstelling over de Pic du Midi zelf. Oude foto’s en films vertellen je her verhaal over hoe de sterrenwacht op de berg werd gebouwd. Een foto van de eerste kabelbaan naar de top maakte indruk op ons en relativeerde onze tocht naar boven.

Na het verplichte bezoek aan de souvenirwinkel, dat best leuke dingen heeft, stelden we vast dat de wolk deze middag rond de bergtop zou blijven hangen. Conclusie was om weer naar het skistation af te dalen.

Tourmalet

Beneden bleek de zon nog lekker te schijnen en besloten we de Tourmalet te bezoeken. Deze ligt maar een paar kilometer verder vanaf de kabelbaan. Hoog boven het dal zweefden inmiddels enorme vale gieren. Deze reusachtige vogels leken klaar om toe te slaan indien één van de fietsende toeristen, in een poging om de beroemde berg te bedwingen, in elkaar zou storten. Gezien de staat van sommige fietsers die wij passeerden, leek het mij dat de boswachter die dag de vogels niet zou hoeven bij te voeren. Tijdens de rit naar boven dachten wij ook een aantal fietsframes in de greppel te zien liggen, maar we kunnen ons ook hebben vergist.

Voor de duidelijkheid: iedereen die de Tourmalet heeft beklommen op een fiets is in mijn ogen een held! De Mont Ventoux is een heldendaad, maar de Tourmalet is ook niet mis.

Ongeveer een kilometer onder de top besloten wij tot een late lunch. Een mooie weide met een nog mooier uitzicht op het dal bleek een perfecte plek om ons stokbrood met Le Rustique en Jambon Bayonne te nuttigen. Bij het verkennen van de wei bleek dat naast een beekje de gieren hadden toegeslagen: van het schaap was niet veel meer over dan een paar botten. Ruig land dat Frankrijk.

Uitzicht vanaf de Tourmalet in de Pyreneeën

Uitzicht vanaf de Tourmalet, één van de beroemdste cols uit de Tour de France.

Riquewihr: bijzonder wijndorp in de Elzas ****

riquewihr-drop-frankrijk-elzas-straat-rue-de-gaulle

De hoofdstraat leidt je via prachtige huizen naar de stadspoort.

Als je de auto al kwijt kunt dan zul je je tussen de nauwe straatjes en steegjes moeten wringen. Niet echt een recept om van een dorpje te genieten, maar het is het toch wel waard. Als je goed ter been bent is het aan te raden om de auto in Hunawihr te parkeren en dan naar Riquewihr te lopen door de wijngaarden. Het is een wandeling van iets meer dan een kilometer en de moeite waard.

Het dorp ligt tegen de bergen van de Vogezen aan en loopt een beetje omhoog. De rue Charles de Gaulle, de hoofdstraat, loopt tegen de berg op tot de toegangspoort, de Dolder. De toegangspoort is gebouwd in de dertiende eeuw en vervolgens de eeuw daarop flink verbouwd.

De toren is een bijzonder bouwsel. Hij is redelijk hoog en is gebouwd bovenop de stadspoort, een constructie die je wel meer ziet in de Elzas. Hierdoor lijkt de Dolder op poten te staan. Het vakwerk dat in de toren is verwerk zorgt voor een fraai plaatje.

Vakwerk kom je wel vaker tegen in Europa, maar het vakwerk in de Elzas heeft een bijzonder verhaal. Opvallend is dat er verschillende kleuren worden gebruikt en dat had vroeger een betekenis. Aan de kleur van het vakwerk kan je het beroep of de religieuze voorkeur van de bewoners aflezen. Zo was een viswinkel blauw, had een bakker geel vakwerk en maakte protestanten hun huis rood.

Museum

De Dolder is een toren met een poort in Riquewihr in de Elzas, Frankrijk

De toren De Dolder.

In de toren is een museum te vinden waar, hoe verbazingwekkend, je meer kan leren over de verdedigingswerken van het dorp en de militaire geschiedenis van Riquewihr. Je kan de toren helemaal beklimmen, zodat je een prachtig uitzicht hebt over het dorp en de omliggende wijngaarden.

Helaas voor ons was het dicht toen wij er waren. Het weer was ook niet echt fantastisch dus we hadden sowieso niet veel van het uitzicht kunnen genieten.

Naast de toren staat een mooie fontein en daarnaast is er zowaar nog een museum. Het stikt ervan in Riquewihr. Ook dit exemplaar is gevestigd in een toren en heeft als thema martelen. Dat is niet echt ons ding en we zijn er ook niet in geweest.

Eten en drinken

Voor de innerlijke mens is Riquewihr, maar ook de andere dorpen eromheen, erg goed. Er zijn tal van restaurants waar je voor een redelijke prijs goed kan eten. De Elzas heeft zijn eigen gastronomie die heel anders is dan de rest van Frankrijk. Zo zijn ze er dol op zuurkool, choucroute, die anders is dan wij in Nederland gewend zijn. De aardappelen en de zuurkool worden niet gemengd maar op een grote schaal opgediend waar allerlei stukken spek, worst en ander vlees worden geserveerd.

riquewihr-drop-frankrijk-elzas-restaurant1

In de Elzas is altijd wel een lekker restaurant om de hoek.

Is zuurkool niet jouw ding, dan kan je genieten van tal van andere streekgerechten. Heel Frans is de foie gras, die je eigenlijk niet mag eten van de dierenliefhebbers, maar wel heel lekker is. Lichter voor de maag is de flammkuchen. Een soort van kruising tussen pizza en quiche en erg goed tijdens de lunch. Maar er zijn nog tal van andere lekkernijen te krijgen in de Elzas. Je raakt niet uitgegeten daar!

Dit alles consumeer je in een gezellige Winstub. Waar dit goede voedsel natuurlijk wordt gecombineerd met een heerlijk fris Elzas wijntje. Of bier, want in tegenstelling tot de rest van Frankrijk, kunnen ze in de Elzas wel goed bier brouwen. Duitsland is dan ook echt heel dichtbij.

In de omgeving van Riquewihr

De Elzas is een bijzondere streek en er is ook genoeg te doen in Riquewihr. Op een kleine kilometer ligt het eerder genoemde Hunawihr met zijn versterkte kerk en een park vol met ooievaars. Even ten zuiden van Riquewihr ligt Kaysersberg. Ook dit is een prachtig wijndorp waar je heerlijk kunt wandelen en nog beter kunt eten en drinken.

riquewihr-drop-frankrijk-elzas-wijngaard-druiven-dopff

In de Elzas kan je niet om de wijnbouw heen, en dat is helemaal niet erg.

Bijzonder is Colmar. Deze prachtige stad heeft een aantal zeer interessante musea en een kleine kathedraal. De stad heeft veel water en zelfs een wijk genaamd klein Venetië. Ongetwijfeld indrukwekkend voor Fransen, maar met Amsterdam om de hoek is het voor Nederlanders zeker mooi, maar niet iets om van je stoel te vallen.

Iets ten noorden van Riquewihr ligt het kasteel Haut Koenigsbourg dat door de Duitse keizer Wilhelm II, die van de eerste wereldoorlog, geheel is gerestaureerd. Niet ver van deze burcht ligt  La montagne des singes. Op deze  berg lopen apen rond die uit de hand popcorn eten. Onze kinderen vonden het geweldig. In de buurt is ook nog een klein kasteel met een roofvogelshow.

Natuur- en wandelliefhebbers komen aan hun trekken in de bergen van de Vogezen. Daar vind je ook hoge pieken zoals de Ballon d’Alcase waar je in de winter goed kan langlaufen en zelf een beetje kan skiën.

Autoire: mooi dorp met een prachtige waterval ****

Autoire ligt vlak bij de Lot, een zeer geliefde streek bij Nederlandse en Britse vakantiegangers. Ondanks dat het dorp een ‘Plus Beaux Village’ is, is het er niet druk. In mei tenminste, het kan anders zijn in de zomer, maar ik heb het idee dat het niet heel erg toeristisch is.

Dat is natuurlijk prima, want zo kan je beter van het dorp genieten. Hierdoor heb je het idee dat jij het dorpje zelf hebt gevonden, zodat je het in je gedachten kunt claimen. Dat is natuurlijk onzin, maar wel een leuk gevoel.

autoire-plus-beaux-village-lot-kasteel

Autoire was een geliefde plek om de zomer door te brengen. De zeven kastelen van het dorp zijn zomerverblijven van de rijken.

De geschiedenis van Autoire gaat terug naar de elfde eeuw. Tijdens de Honderdjarige Oorlog was de streek het toneel van veel gevechten en ook dit dorp ontkwam hier uiteindelijk niet aan. Het werd verwoest door de Engelsen. Ook tijdens de godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw werd Autoire niet gespaard.

De zeven kastelen zijn de getuigen van een ander verhaal. Autoire was namelijk zeer geliefd als zomerverblijf voor de rijken uit het nabij gelegen Saint Cere. Gezien de ligging van het dorpje aan de rand van een keteldal in een mooie vallei, is dat ook niet zo vreemd. Autoire komt in de negentiende eeuw nogmaals in de geschiedenisboeken terecht omdat de Franse Generaal die de slag om Malakoff tijdens de Krimoorlog won,  in dit dorpje werd geboren. Het schijnt dat de familie nog altijd in één van de kastelen woont.
autoire-plus-beaux-village-waterval

De waterval ten zuiden Autoire.

Naast het kerkje vind je een fijn restaurant met een goed terras en een prachtig uitzicht. Een prima plek om je na een stevige wandeling aan de rosé te laven. Je kan hier ook Malakoff bestellen; een zoete lekkernij die genoemd is naar de slag. Het verhaal gaat dat de kok van de generaal dit gerecht voor het eerst tijdens de Krimoorlog heeft gemaakt.

Eén van de attracties die Autoire het bezoeken waard maakt, is de hoge waterval. Deze bevindt zich niet in het dorp maar net ten zuiden daarvan. Er zijn twee manieren om deze waterval te bezoeken, beide zijn niet aan te raden voor mensen die slecht ter been zijn of met kleine kinderen (jonger dan 4 jaar).

Als je niet al te veel tijd hebt, kan je het beste het pad boven de waterval volgen. Daarvoor rij je met de auto het dorp uit in zuidelijke richting. Na een kilometer kom je dan in een kloof en is er aan de linkerkant een parkeerplaats. Deze is een beetje verstopt achter een hoge rots, dus rij niet te hard anders mis je hem en moet je keren. Het wandelpad begint aan de overkant van de weg. Het tweede gedeelte van het pad is behoorlijk stijl en leidt naar een plateau met een schitterend uitzicht over het dorp en het keteldal. Het is even klimmen, maar het uitzicht is de moeite waard.

autoire-plus-beaux-village-lot-vallei

De vallei waar het dorp ligt met daarachter het keteldal.

Hieronder een video, van Nederlanders, die ik gevonden heb over de wandeling naar de waterval.Als je meer tijd hebt, dan is het wandelpad vanuit het dorp ook de moeite waard. Ook hier geldt dat het laatste stuk behoorlijk klauteren is en dus niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn of met zeer jonge kinderen. Hou er ook rekening mee dat je door het vallende water behoorlijk nat kan worden, wat bij mooi weer natuurlijk niet erg is. Neem vanaf de zuidelijke parkeerplaats de weg langs het kasteeltje waarna je het bos in wandelt. Je loopt nu naast een beekje en die volg je totdat je de waterval tegenkomt. Een mooie tocht en na afloop kan je met een gerust hart op het terras een versnapering nuttigen.

De omgeving

In de omgeving van Autoire is genoeg te zien en te beleven. Het bedevaartsoord Rocamadour is een absolute aanrader, al kan het in de vakantie behoorlijk druk zijn. Ook Saint Cirque-Lapopie is niet heel ver weg. Liefhebbers van grotten kunnen in deze streek ook hun hart ophalen. De meest indrukwekkend is ongetwijfeld de Gouffre de Padirac.

La Couvertoirade: dorp van de Tempeliers ****

La-Couvertoirade-Aveyron-beaux-village-straatje-muren-vanaf-kerk

La Couvertoirade gezien vanaf het terras voor het kerkje.

Schapen

Ondanks de ongerepte natuur is het niet makkelijk overleven op het Causse du Larzac. Dankzij een hoogte van 500 meter zijn de winters hier guur en koud en op de kalkgrond wil niet heel veel groeien. En zoals bij zoveel arme gronden in West-Europa is de hoogvlakte al sinds mensenheugenis het domein van schapen en herders. Het gebied kent veel verschillende rassen schapen, maar omdat ik daar helemaal geen verstand van heb, ga ik daar verder niet op in.

Ridderorde

In de twaalfde eeuw was het de Johannieter Ridderorde die in dit gebied een kasteel liet bouwen. Deze nederzetting zou later uitgroeien tot een kleine stad; La Couvertoirade. Net als veel andere Ridderorders zijn de Johannieters, ook wel bekend als Maltezers of Hospitaalridders, opgericht om de pelgrims naar het heilige land te beschermen, nadat het tijdens de kruistochten was veroverd op de islamitische rijken.

Een mooi nobel streven en bovendien een prima demografisch ventiel voor het overschot van mannelijke nakomelingen van de adel. Deze was namelijk ontstaan nadat in de vroege elfde eeuw de productie van de landbouw in West-Europa flink was opgeschroefd waardoor er veel meer mensen in leven bleven. De kruistochten, en later de ridderorders, waren dus een prima levensdoel van de tweede en derde zoons van de adel die niet in aanmerking kwamen voor de erfenis van hun vader.

La-Couvertoirade-Aveyron-beaux-village-kerkhof-tempeliers

Het kerkhof van La Couvertoirade staat vol met oude graven van Tempeliers.

En zoals iedereen na ‘De Da Vinci Code’ wel weet, waren de ridderorders een soort van vechtclub met een religieus sausje. De leden van de club leefden soms als monniken, hadden vaak geen of nauwelijks persoonlijk bezit en vormden gemeenschappen die zich in het heilige land of de route ernaartoe vestigden.

Eén van deze nederzetting kennen we dus nu als La Couvertoirade. Zoals eerder gezegd ontstond het dorpje rondom een kasteel van de Johannieters dat later werd overgenomen door de Tempeliers. In de vijftiende eeuw werd het dorpje geheel ommuurd. Deze muren staan er nog steeds en zijn in zeer goede staat. Een wandeling over de stadsmuren is dan ook een verplicht nummer bij een bezoek aan dit mooie dorp.

Kerkje

Bijzonder is het kerkje dat onderdeel vormt van de ommuring. Het kerkje is van binnen somber ingericht met hier en daar vreemde objecten en tekens. Door het in verhouding lage plafond heeft de ruimte een intieme en mystieke sfeer waar je bijna kan voelen dat op deze plek veel is gebeurd.

La-Couvertoirade-Aveyron-beaux-village-kerk-interieur

Het interieur van het kerkje in La Couvertoirade.

Gezellige straatjes

In de negentiende eeuw eiste het onvruchtbare land in de streek zijn tol, waardoor steeds meer mensen het dorp in het zuiden van Frankrijk de rug toekeerden. La Couvertoirade dreigde een spookstad te worden en steeds meer panden raakten in verval. Aan het begin van de twintigste eeuw werd het mooie dorpje ontdekt door kunstenaars die het weer opbouwden en de muren restaureerden. Het is een bekend verhaal dat voor meer dorpen in Frankrijk geldt. Saint Cirq-Lapopie werd ook door kunstenaars in de twintigste eeuw hersteld zodat we er in de 21ste eeuw vol van kunnen genieten.

Lopen door de nauwe straatjes van La Couvertoirade is een waar genoegen. In de mooie panden zijn genoeg leuke winkeltje en tentjes om er een uurtje te verdwalen. Toen wij het dorp bezochten was het redelijk koud, ongeveer een graad of dertien. Dat was wel wat vreemd want het was midden in de zomer.

In de omgeving

La Couvertoirade ligt in een prachtige streek waar genoeg te doen is. Saint Guilhem-le-Désert bijvoorbeeld, een ander ‘Plus Beaux Village’, ligt praktisch om de hoek. Bijzonder is natuurlijk Millau met het enorme viaduct dat zo hoog is als de Eiffeltoren. Ook liggen de Cevennes dichtbij waar veel te doen is! Tot slot liggen er in de naaste omgeving van het dorp nog veel meer prachtige dorpen.