Tag Archief van: Drie sterren

Arlempdes ***
Dorp op vulkanische rots boven de Loire

In Frankrijk heb je prachtige dorpjes en je hebt hele kleine prachtige dorpjes. Arlempdes behoort tot die laatste categorie. Dit dorp in de Auvergne ligt hoog boven de Loire in een gebied waar je je best moet doen om een buitenlandse toerist tegen te komen. Ondanks dat het dorp zo klein is heeft het toch een kasteel, of althans de resten daarvan, en die beheerst het aanzien van het dorp.

Het dorp is gebouwd in een bocht van de kloof van de Loire. Denk hierbij niet aan de brede rivier vol met kiezels zoals in de buurt bij Blois want de Loire is hier meer een uit de kluiten gewassen bergbeek met kristal helder water. Het dorp staat halverwege een vulkanische piek waar de rivier omheen stroomt.

In het dorp stelt niet heel veel voor. Er zijn een aantal gîtes, er is een restaurant en een kerk. Bij ons bezoek was er naast een paar Amerikaanse toeristen helemaal niemand en het dorp leek uitgestorven. Ook bij het kasteel was er niemand maar de poorten waren wel gesloten. Een verschoten bord leerden ons dat je toegangskaarten kon kopen bij het restaurant maar daar was ook niemand te vinden. Helaas zat er een bezoek aan het kasteel niet in die dag.

Arlempdes

Rating:

3 van 5 sterren (?)

Zeker zien:

- Kasteel (indien open)
- Kerk
- Pootje baden in de Loire

Locatie:

open in maps

Locatie:

Open in maps
Arlempdes auvergne loire dorp kasteel toegang frankrijk

Het kasteel van Arlempdes staat op een vulkanische rots boven het dorp.

Ook de kerk was niet open. De buitenkant heeft een robuuste uitstraling met een platte gevel die je wel meer ziet in dit deel van de Auvergne. Bovenaan hangen drie klokken in de open lucht, er is plek voor een vierde klok maar die hangt er niet meer. De voorgevel bestaat uit drie lagen waarbij het opvalt dat de bovenste laag met de klokken slechts een twee derde van de gevel omvat. In het onderste deel bevindt zich de deur met een sober Romaans portaal. Ik hou daar wel van en vind het best mooi.

Het pleintje voor de kerk ziet er goed uit en wordt aan één kant afgesloten door het poortgebouw die toegang biedt tot het dorp. Hoe klein ook, Arlempdes heeft wel een museum, een eco museum volgens de richting aanwijzing. Helaas was die ook dicht. Kennelijk op ook vakantie of een zeer lange lunchpauze.

Arlempdes-auvergne-loire-dorp-kerk.jpg

Het kerkje is robuust gebouwd en asymmetrisch, het lijkt alsof het rechterdeel er later is bijgebouwd.

Het uitgestorven dorp is in de laatste weken van juli echter druk want dan wordt in het kasteel een cultureel festival georganiseerd. Dit moet een leuke bedoeling zijn want op deze geweldige plek wordt onder de sterren theater en muziek gemaakt. Het lijkt mij helemaal goed. Als je in de buurt bent is dat dus zeker de moeite waard om even te gaan kijken.

Buiten het festival lijkt zich het leven hier langzaam voor te kabbelen. Na een half uurtje rond te hebben gelopen waren wij wel klaar en keerden weer terug naar de auto. Een paar honderd meter stroomopwaarts kwamen we er achter waarom het dorp zo uitgestorven was want we troffen flink wat mensen aan de oever van de rivier die daar verkoeling in het water vonden.

Dat leek ons ook een uitstekend idee en met een prachtig uitzicht op het dorp hebben wij ons een middag vermaakt langs het snelstromende water. Lekker met de voetjes erin en visjes kijken.  Gelukkig hadden we nog wat in de picknicktas, neem die altijd mee als je een ritje gaat maken, en trokken we een flesje open, het stockbrood en de camembert maakten het feest compleet.

Video van Arlempdes

Beelden van Arlempdes

E-Magazine

In bezit een ereader of tablet? Download dan één van de E-Magazine. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.

Evenementen in Arlempdes

Rond 15 juli
Feest
Begin augustus
Broodfeest
Begin november
Luchtballonfestival

Kaart van Arlempdes en omgeving


Les plus beaux villages de France
weergeven op een grotere kaart

Albertville – Conflans: middeleeuws dorp met Olympisch uitzicht ***

De vallei is vruchtbaar, hier wordt heerlijke witte wijn gemaakt, en ligt op een strategische plek tussen Frankrijk, Zwitserland en Italië. Conflans ligt halverwege het dal en controleert de zuidoostelijke toegang hiervan. Het is niet zo verwonderlijk dat deze plek door de Romeinen is gekozen voor een nederzetting die dankzij handelscontacten met Milaan, Lyon en Vienne in de eerste eeuwen na Christus een bloeiperiode kende. Conflans zelf was hierin slechts van militaire betekenis, de handelsplaats zelf lag ten westen van het huidige Albertville in Gilly sur Isère. Er zijn dan ook weinig Romeins zaken te ontdekken in Conflans maar des te meer middeleeuws want in de veertiende eeuw kende het dorpje wederom een groei en daar is nog veel van te zien.

Bereikbaarheid

Om Conflans te bereiken kan je het best via de N90 rijden en afslaan vlak voordat de weg de Isère over gaat. Neem vervolgens de eerste brug over de rivier en hou die aan je linkerhand. Na een minuut of twee zie je dan aan de rechterkant de weg naar Conflans. Je kan het dorp ook via de andere kant bereiken maar daar is bijna geen parkeergelegenheid.

Poort van Conflans in de alpen bij Albertville

De Porte de Savoie is de ingang tot Conflans

Tijdens ons bezoek was het weer somber maar gelukkig wel droog. Vanaf de parkeerplaats is het flink klimmen om de kleine poort te bereiken. Bij het beklimmen van de trap troffen wij een Belgisch echtpaar met het hoofd in de klimop in een redelijk staat van opwinding. Navraag wees uit dat zij een bijzondere slak hadden gevonden tussen de bladeren van de wingerd. Kennelijk was het uitzonderlijk geval want er werd druk gefotografeerd en telefonisch contact gezocht met de andere leden van de slakkengemeenschap. Conflans is dus ook een uitstekende plek voor slakkenliefhebbers.

Eenmaal door de poort sta je plots in de intieme wereld van het dorp. De hoofdstraat, de Rue Gabriel-Pérouse, leidt je naar het centrale plein. Hier vind je leuke winkeltjes waar ambachtelijke producten worden aangeboden. Opvallend zijn de gesmeden uithangborden die worden gemaakt in de historische smederij in Marthod. Liefhebbers kunnen deze smederij nog bezoeken die enkele kilometers ten noorden van Albertville ligt.

Kerk

Interessant is de kerk die aan je linkerhand verschijnt. De ligging is opvallend en de stijl is niet echt zoals je die in Frankrijk verwacht. De kerk uit de achttiende eeuw staat flink hoger dan de straat en het pleintje ervoor wordt beheerst door twee trappen die zich naar de ingang krullen. Op de gepleisterde gevel zijn schilderingen aangebracht die meer Oostenrijks dan Frans aandoen.

Kerk van Conflans bij Albertville in de Alpen

De kerk van Conflans doet meer denken aan Duitsland dan aan Frankrijk.

Binnen staat een indrukwekkend goudkleurig altaarstuk met redelijk schilderijen in een kleurig geschilderd interieur. Het deed mij denken aan de bouwsels in de Dom in Trier, het is zeker interessant, maar ik kan het niet heel mooi vinden. Wel mooi is de preekstoel waar een houtbewerker helemaal los is gegaan met als resultaat een knap maar ook een prachtig beeldhouwwerk.

Kasteel

Terug buiten besloten wij niet terug naar de hoofdstraat terug te keren, maar een pad te nemen dat achter de kerk loopt. Dit is een leuke route dat ons naar het kasteel, of wat er van over is, bracht. Ooit een machtig bouwwerk die de omgeving beheerste, nu is het een park met een groot terras met een prachtig uitzicht over het dal en Albertville. Een prima plek voor een picknick, te rusten en lekker te genieten.

Park in Conflans, een middeleeuws dorpje in de Franse Alpen

Hier stond ooit een kasteel en is nu een parkje met een prachtig uitzicht op het dal van Albertville.

Op de terugweg komen we langs Grande Place, het bloemrijke centrale plein van het dorp met mooi huizen en een goede fontein. De terrassen maken het plaatje compleet, maar niet voor ons want het begon net te regenen. Het Rode Huis trekt op het plein de meeste aandacht. Dit huis er al sinds de dertiende eeuw en is nu het historische museum van het Alberville. De collectie bestaat uit archeologische vondsten uit de omgeving, oude gereedschappen, ski’s en historische meubelstukken. Als je er zin in hebt zijn dit soort plaatselijke musea best leuk, maar wij hadden even niet zo’n dag.

Albertville

Bij een bezoek aan Conflans ontkom je er eigenlijk niet aan om ook even in Albertville te kijken. De stad zelf is niet zo heel erg interessant maar de plek waar de Olympische Spelen in 1992 zijn gehouden is wel leuk. Ik kan mij de opening nog goed herinneren waar aantrekkelijke dames rondliepen in futuristische pakken van doorzichtbaar plastic ballen. Ik vond het prachtig.

Olympische Park in Albertville waar de openingsceremonie werd gehouden

De mast in het park die een hoofdrol speelde tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in 1992.

De plek van de openingsceremonie is nog te herkennen en vormt nu een onderdeel van een groot park waar allerlei sportieve activiteiten te doen zijn. Dat klinkt bijzonderder dan het is want bij ons bezoek was het koud, regenachtig en vooral heel leeg. Herkenbaar is nog wel de paal waar omheen de opening en sluiting van de Spelen plaats vonden. Even verderop ligt de hal waar het ijshockeytoernooi werd gehouden met daarvoor een enorme stalen bloem waar het vlam brandde. Helaas kan je de hal niet in want die staat op instorten. Een groot bord voor het gebouw meldt dat er wel plannen zijn om de boel te renoveren.

Tegenover de hal lag de schaatsbaan waarvan ik de tribunes direct herken. Nu is het een atletiekstadion want Fransen snappen natuurlijk helemaal niets van lange baan schaatsen. De boel is er nog en wordt nog gebruikt maar daarmee is het wel gezegd; het geheel doet een beetje Oost-Europees aan. Toch de plek historisch want het schaatstoernooi van 1992 is laatste die in de open lucht is gehouden.

Voor de Nederlanders viel het allemaal niet mee. Onze ijskoningin Yvonne van Gennip zakte compleet door het ijs, Leo Visser was meer bezig met zijn carrière als piloot en alleen Falco Zandstra wist zilver te pakken op de 5.000 meter. De Nederlandse mannen werden verder compleet weggereden door de Noorse helden Karlstad en Koss terwijl de dames geen antwoord hadden op het geweld uit de voormalige DDR. Tot de laatste dag dan. Onze Bart Veldkamp reed in een heroïsche rit Geir en Johann Olav naar huis en pakte zo het enige Nederlandse goud in Albertville, op de tien kilometer. Dit bleek het laatste Olympische goud in de open lucht en dat gun ik die Veldkamp wel; wat een held!

Net toen wij het voormalige ijsstadion binnen liepen kregen we te maken met een wolkbreuk, en wat voor één. Hagelstenen zo groot als tafeltennisballen bombardeerden het Olympisch park waarna een belachelijk onweer losbarstte. Het leek wel of Thor nog even gram kwam halen omdat onze Bart het goud voor de neuzen van de Vikingen had gestolen. Ik hou wel van dit soort meteorologisch geweld en het past ook wel bij de redelijke trieste omgeving waar ooit de ogen van de wereld op gericht waren. Nog tien jaar niets doen en ze hebben daar een prachtige ruïne uit de twintigste eeuw. Als je hiervoor gevoelig bent en je bent in de buurt zou je even moeten gaan kijken, het liefst op een regenachtige dag.

Het kasteel Epoisses in Bourgondië, Frankrijk

Epoisses: kaas en kasteel in Bourgondië ***

Het zal in Epoisses in de zomer ongetwijfeld druk zijn, maar tijdens de kerstvakantie waren wij duidelijk de enige toeristen in het dorp. In de hoofdstraat was er een bescheiden kerstmarkt met een verlopen kerstman. De populairste attractie was de wijnkraam. Hier stonden de inwoners zich tijdens de lunch de keel te smeren met Champagne. Of dit het hele jaar de gewoonte is weet ik niet, maar tijdens de kerst drinken Fransen nu eenmaal graag dit kostbare vocht dat hier bijna om de hoek wordt gemaakt.

Espoisses kasteel torentje kaas

Het torentje van het kasteel die elke kaasliefhebber herkent van het logo van kaasmaker Berthaut

De kerstmarkt was matig druk maar gezellig, al kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de ook meeste kraamhouders met een schuin oog de Champagnetent in de gaten hielden. Er zijn nu eenmaal belangrijkere zaken in de wereld dan omzet. Het centrum is gemoedelijk met aardige straatjes met Bourgondische huizen.

Kaas

Natuurlijk mag je niet de kaaswinkel van de plaatselijke fabriek niet missen. Dat is wel even zoeken maar het staat gelukkig goed aangegeven. De winkel is klein maar met een zeer goed aanbod. Natuurlijk zijn de Epoisses hier goedkoper en dat vinden wij als Nederlanders natuurlijk fijn en is ook een prima reden om even dit dorp te bezoeken.

Poortgebouw van het kasteel van Epoisses in Bourgondië, Frankrijk

Het poortgebouw van het kasteel van Espoisses.

Naast de kaas is het kasteel de attractie van het dorp. Daarvan zijn er duizenden in Frankrijk maar dit exemplaar is helemaal niet zo gek. Het heeft geschiedenis, aardige gebouwen die voor een groot deel nog overeind staan en een prachtige tuin. Bij mooi weer is het een prima plek voor een kleine wandeling en er zijn genoeg plekjes om een broodje te eten. Die haal je aan de overkant want tegenover het kasteel woont een prima bakker.

Kasteel van Epoisses

De geschiedenis van dit gebouw is redelijk interessant. Door oorsprong van het kasteel stamt uit de zesde eeuw toen Bourgondië nog een koninkrijk was. De Koningin zetelde hier geregeld waardoor het dorp toch behoorlijk aanzien heeft gehad. Nadat Bourgondië onderdeel van Frankrijk was geworden bleef de burcht in handen van belangrijke en betrouwbare leenheren van de hertog. Tijdens de Franse Revolutie moesten de gebouwen het behoorlijk ontgelden en bleef er weinig meer van over. Het kasteel is voor een deel gerestaureerd en het ziet er mooi uit.

Het hele complex bestaat grofweg uit drie onderdelen. Het kasteel zelf staat op een soort van eiland met de duidelijke doel om de boel te verdedigen. Dit is een binnenhof met een slotgracht die vroeger was gevuld met water. Het kasteel had vroeger maar liefst zeven torens waar er nu nog vier van over zijn. Voor de Franse Revolutie was het hof helemaal omringt door gebouwen met als middelpunt de put. Die laatste staat er nog steeds maar de gebouwen werden in 1794 gesloopt want de Revolutionairen vonden torens symbool staan voor de onderdrukking van het volk. Waarom er vier bleven staan heb ik niet kunnen achterhalen, misschien ging toen de wijnkraam open in de hoofdstraat.

Het kasteel vormt de kern van de burcht die veel groter is. Ook deze is omringt door wallen met een gracht en vormde in het verleden de eerste verdedigingslinie. Hier konden de dorpelingen en boeren uit de omgeving bij naderend onheil vluchtten. Om het tijdelijk verblijf aangenamer te maken hadden de inwoners het recht een huis te bouwen binnen de muren. Als tegenprestatie werd er wel verwacht dat de dorpelingen de boel onderhielden en zelf de wallen bemanden bij gevaar. Een aantal van deze gebouwen staan er nog en zijn nog steeds gebruik.

Kasteel van Espoisses in Frankrijk, Bourgondië

Het park rondom het kasteel nodigt uit tot een korte wandeling en staat in de zomer vol met bloemen.

Eén van deze gebouwen is het poorthuis en daar kom je de burcht binnen. Het is een prachtig gebouwtje waardoor je helemaal zin hebt om de rest van het complex te verkennen. Eenmaal binnen sta je op een pleintje met aan de linkerkant de school. Wat een plek om les te krijgen! Daarachter vind je het kerkje waar tijdens ons bezoek een kerstconcert werd gegeven. Hierdoor konden wij het gebouw uit de dertiende eeuw niet in en dat was toch wel jammer.

Naast de kerk, het poorthuis en de school staan er nog wat andere huizen en gebouwen waar enkelen nog zijn bewoond. Er is zelfs een tennisbaan, al lijkt mij die niet uit de Middeleeuwen. Al deze gebouwen staan een beetje bij elkaar en vormen zo een gehucht in de burcht. Het kasteel staat wat verder weg. De ruimte tussen de huizen en het kasteel vormt een park  dat nog achter het kasteel verder loopt en waar het heerlijk wandelen is.

Het park rondom het kasteel is altijd open, wil je het kasteel zelf bezoeken dan kan dat in de zomer. Hou er wel rekening mee dat de Fransen lang lunchen en dan hebben ze geen tijd om je rond te leiden. Maar geen nood, je gaat dan zelf ook gewoon lunchen. Dat kan in één van de prima restaurantjes of, nog leuker, in het park.

In de omgeving van Epoisses

Bourgondië behoort tot mijn favoriete streken in Frankrijk en er is genoeg te doen. De Côte d’Or, het departement waar Epoisses ligt, vormt daar geen uitzondering op. Avallon is een aardig historische stad en ligt om de hoek. Even verder begint de Morvan en daar ligt Vézelay, in mijn ogen één van de mooiste dorpen in Frankrijk. In het oosten ligt de prachtige abdij van Fontenay dat op de UNESCO lijst staat en het dorp Flavigny-sur-Ozerain. Tenslotte ligt in het noorden het prachtige dorp Noyers sur Serein.

Sainte-Cécile-Plage: rust en weidsheid ***

Strandzeilers bij Sainte-Cécile-Plage

Strandzeilers bij Sainte-Cécile-Plage

Want dat enorme verschil tussen eb en vloed is verraderlijk, zeker in combinatie met dat brede strand. Voor je het weet blijk je op een zandbank in de weer te zijn geweest met je schep en emmer, en heeft het water je ingesloten. Zie er dan nog maar eens droger gebied te bereiken, met een huilende peuter op je nek. Elk jaar vallen er doden. Die kustwacht is niet alleen maar aan het showen met jeeps, speedboten en gespierde borstkassen.

Een boei op het strand van Sainte-Cécile-Plage in Frankrijk

Eb in Sainte-Cécile, richting  Le Touquet. De boei geeft de loop aan van La Chanche, een rivier die uitmondt in Het Kanaal

Sportief vermaak op breed strand

Dat eindeloze strand biedt wel vermaak. Je kunt strandzeilen, heel stoer, in een soort skelter met een zeil erop. Wie de wind goed weet te manipuleren, kan flink racen. Wie nieuw is in dit soort vermaak beziet dat gefrustreerd, terwijl hij zijn eigen skelter weer op zijn wielen probeert te sjorren na te zijn omgeslagen.

Een Duitse bunker bij Sainte-Cécile-Plage in Frankrijk

Voormalig vakantiehuisje

Het dorpje zelf is bescheiden. Eén hoofdstraat, de Esplanade, met allemaal appartementjes boven een winkelgalerij met de gebruikelijke schepjes en strandkleren. Rechttoe rechtaan bouwsels, maar gelukkig niet meer dan vijf, zes etages hoog. Een villawijkje is er ook, heel rustig, met slingerende wegen, veel naaldbomen, en aangename bungalows. Geen prots en praal, zoals in het nabijgelegen Le Touquet-Paris-Plage.

Eten kun je er redelijk, wij testten La Marina, met uitzicht op zee, en aten goede mosselen en tong. De visboer heeft een grote collectie verse waar. En vergeet ook niet de croustillons, de oliebollen. Het hele jaar door te krijgen in deze streek, aangeprezen als spécialité hollandaise. Je vindt ze tegenover de draaimolen, op de Esplanade. Smakelijk eten!

Zowat zeventig jaar geleden speelde het strandleven in Sainte-Cécile zich trouwens voornamelijk af in hele andere bouwsels. Met dank aan de verslagen Duitse vijand woonden gezinnen hele zomers aan het strand, in bunkers van de Atlantikwall, die zo een nieuwe bestemming kreeg. Als je genoeg spiegels had en die strategisch ophing, kon het er net zo licht zijn als in een gewoon huis. In de jaren vijftig werden er lage huisjes neergezet, gewoon in de duinen, ter vervanging van de bunkers, die nu werden opgeruimd. (Een heel stel staat er trouwens nog steeds. Vakwerk, hoor.) Nog steeds bouwen mensen kris-kras in de duinen.

Hoog, omhoog!

Na een paar dagen had met name het kroost genoeg van het vlakke land. Het park Opalaventure bood vermaak in een bos aan de rand van Sainte-Cécile. Daar verbrachten we, elk van ons gehesen in een klimgordel, een middag tussen de boomtoppen. Er waren verschillende parcours uitgezet, oplopend in moeilijkheidsgraad: van simpelweg over een paar kabels omhooglopen tot heel ingewikkeld van de ene boom naar de andere slingeren (wel gezekerd allemaal, gelukkig).

Een onvergetelijke ervaring, vooral voor ondergetekende, die nooit, maar dan ook nooit meer zulke enge capriolen zal uithalen. De rest van het gezelschap wilde niet naar huis. Een van hen, de meest apige, deed het moeilijkste parcours liefst drie keer. De vermoeide parkwachten moesten haar in het schemerduister manen nu toch echt naar beneden te komen. Zij wilden ook weleens naar huis.

Le Bec-Hellouin: vakwerkhuizen en een oud klooster ***

Het klooster van Le Bec-Hellouin in Normandië Frankrijk

Het klooster in Le Bec-Hellouin is gesticht in de elfde eeuw en is verschillende keren verwoest.

Tussen de bomen staat een brute toren die meer doet denken aan een burcht, dan aan een klooster. Opvallend is de zeer stevige basis van het bouwsel terwijl de bovenkant toch aardig versiert is met Gotische elementen. De stevigheid van de toren heeft alles te maken met het gewelddadige verleden. De abdij werd bevolkt door Benedictijners die vanaf de stichting in de eerste helft van de elfde eeuw werd gesteund door de Normandische hertogen. Dat waren toen behoorlijke eindbazen die in dezelfde eeuw nog Engeland veroverden.

In de veertiende eeuw teisterde de Honderdjarige oorlog tussen de Engeland en Frankrijk het platteland.  De Benedictijners in Le Bec-Hellouin zagen de bui al hangen en besloten daarom het klooster flink te versterken. Het mocht echter niet baten want de abdij viel uiteindelijk toch ten prooi aan de plunderende Engelse legers die het met de grond gelijk maakten.

Toren Saint Nicolas

De toren van de abdijkerk van Le Bec-Hellouin in Normandië Frankrijk

De toren van de abdij kerk

De toren die er nu staat is echter jonger, uit de zeventiende eeuw om precies te zijn. Hij is gewijd aan Sinterklaas, niet alleen in Frankrijk een populaire heilige, en deed oorspronkelijke dienst als klokkentoren. Dat de toren is gebouwd als een vesting heeft alles te maken met de godsdienstoorlogen. De kerk staat er niet meer, maar er zijn nog wel enkele stenen en omgevallen muurtjes te zien en ook het grondplan van het gebouw is nog goed te herkennen. Het klooster overleefde deze roerige tijden.

Aan het einde van achttiende eeuw was het uit met de rust. De monniken werden na de Franse Revolutie weggejaagd waarna het complex door het leger in gebruik werd genomen als opslagplaats voor paarden en voertuigen.

Hieraan kwam pas een einde na de Franse nederlaag tegen Duitsland in 1940. In de Tweede Wereldoorlog werd het plan al opgepakt om het gebouw zijn oorspronkelijke functie terug te geven. Hiervoor waren ook monniken nodig en die werden gevonden in Cormeilles-en-Parisis, waar de plaatselijke benedictijner orde bereid was een aantal geestelijke af te staan om hier te gaan wonen. De boel werd weer hersteld en in 1948 trokken de monniken weer in het complex en sindsdien is het klooster weer in functie. Naast dit klooster bevindt zich vlakbij het dorp ook nog een nonnenklooster.

Aardewerk

Nu is het mogelijk om het klooster te bezoeken maar omdat wij op doorreis waren hebben we dit niet gedaan. Vrienden van ons hebben dit wel gedaan en die gaven aan dat een bezoekje aan de abdij de moeite waard is. Er is in ieder geval een mooie bibliotheek en een pottenbakkerij waar je kan zien hoe ze daar ambachtelijk aardewerk, Faïences genaamd, wordt gemaakt.

De abdij heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van het dorp dat er letterlijk tegenaan is gebouwd. De vele vakwerkhuizen zijn gebouwd in gezellige straatjes die bij ons bezoek voor een groot deel open lagen, ze kregen nieuwe bestrating. Opvallend is dat de huizen in het centrum zijn gebouwd rondom een grasveld waar ook de kerk staat. Dit zie je niet zo veel in Frankrijk en deed mij een beetje denken hoe sommige Nederlandse dorpen rondom een brink zijn gebouwd.

Helaas vonden de Fransen het ook nodig om hier een groot modern dorpshuis te bouwen waar naast de Office du Tourisme ook een soort van kunstgallery een plek heeft gevonden. Mocht je op doortocht zijn; aan de achterkant van dit gebouw bevindt zich een beetje verscholen een uitstekend openbaar toilet inclusief handdoek, dat is toch informatie die goud waard kan zijn.

Uitstekende stopplaats

Vakwerkhuizen met hotel in Le Bec-Hellouin in Normandië Frankrijk

De vakwerkhuizen zijn prachtig en zorgen voor een heerlijke sfeer in het dorp

Le Bec-Hellouin leent zich uitstekend als stopplaats tijdens een rit naar bijvoorbeeld Bretagne. Het ligt maar een paar kilometer vanaf de Auto-route A-28 richting Le Mans. Het kost je iets meer tijd dan een Auto-Grill maar je stapt dan ook een stuk rustiger de auto weer in. Als je wilt picknicken moet je wel even in een ander dorpje shoppen, maar het dorp kent ook een aantal leuke restaurantjes waar bij ons bezoek heerlijke geuren vandaan kwamen. Een nachtje slapen is ook een uitstekend plan en dat kan in een herberg of op de kleine camping. Je wordt ongetwijfeld heel lekker wakker en dan kan je  heerlijk relaxed naar het zuiden af zakken.

Belvès: dorp met grotwoningen en oude markt ***

Houten markthal op een plein in Belvès bij de Dordogne in Frankrijk

Het plein heeft een prachtige oude markthal en gezellige restaurantjes. Zo hoort dat ook bij een mooi Frans dorp.

Romeinse tijd

De Romeinen die in de eerste eeuw Gallië veroverden, zagen onmiddellijk de strategische waarde en vestigden hier een legerplaats. Dit gaf de plaats veiligheid maar bovenal welvaart en een goede infrastructuur. De boel moest immers worden bevoorraad en de aansluiting op het netwerk van wegen was goed voor de handel. Helaas is van deze periode niet veel meer terug te vinden in het huidige dorp.

In de Middeleeuwen bleef Bèlves dankzij de strategische ligging een belangrijke nederzetting. Merovingers, Franken en Vikingen brachten allemaal een bezoek aan het dorp waarbij sommige bezoekers de boel niet helemaal achter lieten zoals ze het hadden aangetroffen.

In de elfde eeuw werd er een abdij gebouwd die volgens een legende werd beschermd door zeven edellieden die allemaal een toren lieten bouwen. Het dorp verdiende hierdoor zijn bijnaam ‘De stad met de zeven torens’. Hoewel het nu als een dorp door het leven gaat, was het in die tijd een stad. Deze status is nu nog terug te vinden in het feit dat het dorp de hoofdstad is van het Kanton.

Honderdjarige Oorlog

De late middeleeuwen was een tijd van vallen en opstaan voor Bèlves. In de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk lag het vaak in de frontlinie en was het dorp meer dan eens het toneel van dood en destructie.

Toch kende het ook periodes van rust en welvaart bijvoorbeeld toen Clemens V, die zich als paus in Avignon vestigde, zich opwierp als beschermheer. Deze relatie met de heilige stoel is nog goed te zien in het dorp waar je vaak afbeeldingen en beeldhouwwerk met sleutels en de driedubbele kroon tegenkomt. Ook de plaatselijke ondernemers kiezen vaak een naam die verwijst naar deze paus. Kennelijk verkoopt zo’n heilige naam nog altijd goed.

Steeg in het dorp Belvès in het zuidwesten van Frankrijk

Belvès heeft tal van kleine steegjes waar je heerlijk kan wandelen.

Na de Honderdjarige oorlog kent de streek rondom de Dordogne een lange tijd van welvaart waarbij de lokale edelen grote kastelen lieten bouwen in Renaissance stijl. Deze bouwgolf ging voor een groot deel voorbij aan Bèlves maar in de directe omgeving is het kasteel van Biron hier een goed voorbeeld van. Evengoed kent het dorp een aantal huizen met Renaissance kenmerken.

Tijdens de godsdienstoorlogen ligt het dorp wederom in het oorlogsgebied en dat laat diepe sporen na. Mede door de hoge belastingen die de koning na deze burgeroorlog heft verarmt de streek en komen de boeren in opstand. Hoewel in het begin succesvol wordt deze boerenopstand (jacquerie) twee keer bloedig neergeslagen.

Bij ons bezoek aan Bèlves regende het pijpenstelen. Dit overkomt ons wel meer in Frankrijk en de Dordogne staat ook bekend om zijn regen. Dit heeft te maken met het Centraal Massief waar de wolken die vanaf de oceaan komen aanwaaien overheen komen. Maar het kan er zeker ook warm zijn. De regen joeg ons direct een brasserie in waar we besloten de bui af te wachten. Hier kwamen er achter dat de grotwoningen onder het marktplein, een perfecte attractie tijdens dit weer, die dag gesloten waren. Resultaat was dat we na dik anderhalf uur wij rennend terugkeerden bij de auto. Het was al laat en er moesten nog boodschappen worden gedaan en zo. Heel jammer want wat ik door de druppels van het dorp zag, was bijzonder mooi.

Mocht je het dorp bezoeken zonder zondvloed neem dan even een kijkje bij de eerste genoemde markthal uit de vijftiende eeuw, het liefst tijdens de markt op zaterdagmorgen. Op één van de zuilen is nog een ijzeren ring te vinden waaraan criminelen werden vastgeketend. De kerk uit dezelfde periode lijkt ook de moeite waard en dat geldt ook voor de grotwoningen onder het marktplein. Maar geniet vooral van een wandeling door de straatjes in het oude centrum en bewonder de prachtige huizen.

Ben in toevallig in augustus in de buurt dan zijn er tal van activiteiten en feesten in Bèlves. Op de eerste zondag is er een middeleeuws festival. Op vijftien augustus wordt er een vliegfestival georganiseerd op het plaatselijke vliegveld en dat is altijd leuk met kinderen.

Loubressac: het rustige deel van de Dordogne ***

Panorama vanaf Loubressac, Quercy, Lot, Dordogne

Het dorp ligt mooi hoog op een rots boven de Dordogne.

De verhuizing naar boven vond plaats in de veertiende eeuw. Frankrijk werd toen geteisterd door de Honderdjarige oorlog met Engeland en de streek rond Loubressac ligt lag midden in de frontlijn. Om zich te beschermen tegen de plunderende soldaten werd er op de rots boven het dorp een vesting gebouwd waar als snel de hele bevolking een veilig heenkomen zocht.

Dal van de Dordogne en Bave

Een triest verhaal natuurlijk maar Loubressac ligt nu wel erg mooi en heb je vanuit het dorp een prachtig uitzicht op het dal van de Dordogne vlakbij de plek waar de Bave uitmondt. Het landschap rondom de rivier is niet zo ruw als verder stroomafwaarts, het is veel evenwichtiger en rustiger. Saai is het allerminst want bij mooi weer zie je aan de ene kant de torens de kastelen van Castelnau en Montal liggen en aan de andere kant die van het stadje Saint-Céré met daarachter de uitlopers van het Central Massif.

De vesting in Loubressac zelf is nog altijd te herkennen en staat fier op de punt van een rots dat over het dal uitkijkt. Niet meer als militair bolwerk want, het kreeg in de zeventiende eeuw een flinke opknapbeurt, maar als prachtig landhuis dat helaas niet voor het publiek toegankelijk is. Dat mag de pret natuurlijk niet drukken want het dorp barst van de mooie huizen en straatjes. Deze zijn toegankelijk via een grote poort waarachter de intimiteit van een vestingstadje voelbaar is.

Natuursteen

De huizen en gebouwen van Loubressac zijn gebouwd van licht natuursteen waardoor het karakter van het dorp licht en open is. Wij bezochten Loubressac eind april en dan is het dorp nog niet helemaal wakker uit zijn winterslaap. De straatjes waren uitgestorven, lang niet alle winkels waren open en de bewoners keken ons met een verbaasde blik aan. Op een pleintje kwamen we een groepje Amerikanen tegen die ons voor Fransen hielden en bovendien verantwoordelijk voor het feit dat ze geen restaurant konden vinden om hun honger te stillen. Ze bleken die nacht in Frankrijk te zijn aangekomen en voor het laatst in het vliegtuig te hebben gegeten. Gelukkig bleek op het pleintje een klein café net open te gaan waarna de Amerikanen met zich op de lunchkaart stortten.

Het kerkje van Loubressac in de moeite waard om te bekijken. Het is gebouwd in de veertiende eeuw en twee eeuwen later nog eens vergroot. Het is opgetrokken in de Romaanse stijl zoals zoveel kerken in de Quercy. Binnen is met name het koor indrukwekkend met zijn blauwe plafond.

Eten en drinken

Straatje en poort in Loubressac aan de Dordogne

Eén van de schilderachtige straatjes in Loubressac.

De streek rond de Dordogne is bekend om zijn fijne keuken en hoewel wij in Loubressac niet hebben gegeten, denk ik dat je hier heerlijk kan eten. Saffraan en truffels zijn hier de plaatselijke delicatesse, en dat is natuurlijk geen straf.

Het dorp ligt perfect als uitvalsbasis om de interessante omgeving te verkennen. Bij de VVV (alleen open in de zomer) zijn meerdere wandeltochten te krijgen, onder andere naar het mooie rustige Autoire, dat hier om de hoek ligt. Maar ook Carrenac en Curemonte liggen niet ver en kunnen met de auto makkelijk worden bezocht. Naast deze ‘Plus beaux villages’ ligt in het zuiden het mooie en interessante Rocamadour en in het westen de prachtige grotten van Padirac. Genoeg te doen dus en het dorp heeft meerdere hotels, verschillende gîtes en twee campings. Omdat het dorp maar een tiental kilometer van de snelweg A20 ligt, is het ook ideaal als overnachting als je op doorreis bent.

Ansouis: dorp met een labyrint van straatjes en steegjes ***

Kasteel in het dorpje Ansouis in de Luberon, Frankrijk

Het kasteel van Ansouis is in de tiende eeuw gebouwd en meerdere keren aangepast.

Kunst

Ook in Ansouis struikel je over de galeries die worden gevuld met de maaksels van de leden van de plaatselijke kunstenaarsgilde. Het blijft moeilijk om de kwaliteit hiervan in te schatten. Het aanbod überkitsch is altijd goed vertegenwoordigd waardoor je de aardige werkjes snel verwart met echt topwerk. Ik kom er maar niet achter of het echt goed is. Het zal te maken hebben met het contrast met het enorme aanbod prutswerk gecombineerd met de vakantiesfeer die zich meester van je maakt. Aan de andere kant heeft Picasso zijn beste werk hier in de Luberon gemaakt.

Kunstgallery in Ansouis in de Luberon, Frankrijk

In Ansouis vind je natuurlijk ook een boel kunstenaars.

Bijzonder is in ieder geval is het Musée Extraordinaire van kunstenaar Georges Mazoyer. Naast kunst maken hield deze man van duiken en deze twee passies komen samen in dit museum waar hij in de kelders een voorstelling heeft gemaakt van het leven onder water. Het is een leuke en mooie tentoonstelling en voor een klein bedrag kan je er een kijkje nemen. Op sommige warme dagen is de koelte van de kelders het al waard.

Kasteel van Ansouis

Bij het kasteel kwamen we er achter dat die gesloten was, die waren ook aan het lunchen. De burcht heeft een lange geschiedenis en is in de tiende eeuw gebouwd om de belangrijke weg tussen Aix en Provence en Apt te controleren. De vesting bestond uit een toren met wat versterkte gebouwen er omhen. De boel ging in de twaalfde en dertiende eeuw flink onder de schop waaruit we kunnen afleiden dat Ansouis in die tijd belangrijk was. Na het einde van de godsdienstoorlogen verloor het kasteel zijn militaire functie. Kennelijk beviel het de heren om in het dorp te wonen want in de zeventiende eeuw werd de vesting omgetoverd tot lusthof met terrastuinen. In de achttiende eeuw worden de gebouwen nog eens flink verbouwd en krijgen ze elegante gevels in de stijl zoals die in Aix en Provence wordt gebruikt.

Kasteel met zijn tuinen in Ansouis, Provence

De prachtige tuinen van het kasteel zijn prachtig en geven lekker schaduw tijdens de zomer.

Ondanks dat het pronkstuk van het dorp privébezit is, kan je het bezoeken en moet de moeite waard zijn. De rondleidingen vinden plaats na de lunch vanaf april tot november, in de winter is het dicht. In verband met de aankomsttijd bij de gîte was dit voor ons niet te doen, gelukkig was de kerk geopend. Het gebedshuis bevindt zich in het kasteel waardoor de buitenkant nogal sober is.

De ingang bevindt zich in de muur van de oude vesting met een mooie ronde trap. Het rechthoekige pleintje voor de ingang is aan drie kanten bebouwd. Tegenover de kerk staat een groot herenhuis met een kunstgalerie. Bij ons bezoek klonk er klassieke muziek uit de open ramen van de hoge vertrekken. De noordelijke kant van het plein is niet bebouwd en geeft een prachtig uitzicht over het landschap.

Kerkje in de vesting

Eenmaal door de deur van de kerk en je bevind je in een totaal andere wereld. Het interieur is zeer rijk ingericht met een goudkleurige altaar, prachtige schilderijen, mooie houten banken en kleurrijk geschilderde muren en plafonds. Dat verwacht je niet zo snel in een kerk, maar dat is een typische hedendaagse verwachting.

Het interieur van het kerkje in Ansouis, Frankrijk

Het interieur van de kerk is kleurrijk en vol met decoraties.

In de Middeleeuwen waren bijna alle kerken zo kleurrijk ingericht. De blanken beelden en het sombere interieur zoals wij die nu kennen uit kerken en zoals wij nu denken zoals het hoort, is van na 1500 of later. Ons komt zo’n ingekleurde kerk over als een kermisattractie maar voor een Middeleeuwer, die een tamelijk kleurloos leven had, was het afspiegeling van de hemel.

Eten en drinken

In de Luberon is het goed leven en eten en drinken is daar een belangrijk onderdeel van. In Ansouis hoeft de inwendige mens zich dan ook niet te vervelen. Het brood van de bakker smaakte prima en die kan ik je dus aanbevelen. Ook het ijs van de Ambachtelijke Glacier was prima en mensen op het terras van het café vlakbij de parkeerplaats zagen er gelukkig uit.

Dorst hoef je in Ansoius ook niet te hebben want in de directe omgeving worden druiven verbouwd waarvan heerlijke wijn wordt gemaakt. Net buiten het dorp vind je het Musée des Arts et des métiers du vin, daar kan je alles leren over wijn en natuurlijk het nodige proeven.

In de omgeving van Ansouis

De Luberon is zeker een weekje vakantie waard. In het prachtige landschap liggen heerlijke gehuchten en mooie dorpen waaronder Gordes, Roussillon, Ménerbes en Lourmarin. Tot slot is er de historische stad Aix en Provence waar je je prima kan vermaken.

Séguret: dorp boven de wijnranken ***

Het dorp is alleen voor bewoners met de auto toegankelijk en dus parkeer je op een grote parkeerplaats vlak voor het dorp. Het pad vanaf de parkeerplaats is redelijk steil, waardoor ik op mijn slippers goed moest oppassen. Gelukkig even maar, want het pad is niet lang.

Het dorp Séguret in de Vaucluse, Provence Frankrijk

Het dorp gezien vanaf de wijngaarden.

Een poort geeft toegang tot het dorp, waarna de weg zich vervolgt langs mooie pandjes met daarin de gebruikelijke ateliers waar plaatselijke kunstenaars hun waar uitventen. Aan de rechterkant heb je een prachtig uitzicht op het Rhônedal.

Kerststal

Fontaine des Mascarons in het dorp Séguret, Provence Frankrijk

De Fontaine des Mascarons is een monument en beroemd. Ik zag het verschil niet met andere fonteinen.

Naast wijn is het dorp bekend om zijn kerstviering en met name zijn kerststal. Al sinds mensenheugenis is het traditie dat er in december een levende kerststal wordt tentoongesteld. Dat is tegenwoordig geen reden meer om naar de Provence af te reizen, want tegenwoordig heeft elk zichzelf respecterend tuincentrum een levende kerststal staan, inclusief bijverdienende tieners met smartphone geluidjes.

En net als bij ons, is het in Séguret ook mogelijk om zo’n kerststal in het klein aan te schaffen. Ze hebben er daar in het dorp echt iets van gemaakt, want in tal van winkeltjes kan je schaalmodellen van het gelukkige gezin krijgen. Daarbij moet wel gezegd worden dat de beeldjes prachtig zijn vervaardigd. Als je er van houdt kan je hier je hart ophalen, ook in de zomer.

Fontaine des Mascarons

Naast de keerstuitstalling is het dorp tevens bekend om zijn fontein. Deze Fontaine des Mascarons staat in het begin van het dorp en stamt uit de zestiende eeuw. Het is een fraai werkje met drie maskers die dienen als waterspuwers.

Het kerkje staat hoger op de berg en die bereik je via prachtige straatjes, die in juli vol staan met planten en bloemen. De sfeervolle straatjes en steegjes zijn hier en daar best steil en zijn bestraat met kasseien. Bovenaan de berg vind je de kerk, die bij ons bezoek helaas was gesloten. Naast de kerk vind je hier de resten van een kasteel, een oriëntatietafel en natuurlijk een prachtig uitzicht.

In de buurt van Séguret

De Vaucluse is een prachtig stukje Frankrijk waar veel te zien is. In het westen ligt Orange, een Romeinse stad met een fraai theater en een Nederlandse connectie. Ten oosten van het dorp ligt de Mont Ventoux en in het zuiden Avignon met zijn prachtige binnenstad.

Eus: dorp met steile straatjes en prachtig uitzicht ***

Wij bezochten Eus begin augustus en dat is toch hoogseizoen en dus hou je rekening met een van toeristen uitpuilend dorpje. Maar niets van dit alles. Het was er buitengewoon rustig. Dit was voor ons natuurlijk een aangename verrassing maar gezien het forse parkeerterrein had de gemeente toch meer volk verwacht. Nu was het warm en zo rond het middaguur, maar meer dan drie auto’s met toeristen hebben we niet gezien. Later in de middag bezochten we Villefranche de Conflent en daar was het wel druk.

Uitzicht uit het dorp Eus in de Pyreneeën

Uitzicht op de Pyreneeën door één van de steegjes.

Eus zelf bleek niet helemaal uitgestorven en we vonden in het lagere gedeelte van het dorp een terrasje waar we een kop koffie dronken. Terwijl wij van onze versnaperingen en het uitzicht genoten vulde het terras zich langzaam met dagjesmensen en fietsers, waardoor zowaar de schaduwplekjes onder de dikke boom allemaal bezet waren.

De Fransen besloten massaal lunch te bestellen, waardoor al snel grote borden met heerlijke salades en visschotels uit het kleine pandje van het restaurantje werden gedragen. Na enige twijfel besloten we toch maar de kleine straatjes te verkennen en niet mee te doen aan de smulpartij. Ik vraag mij nog steeds af of dit wel een juist besluit was.

Kunstenaars

Combineer een mooi dorpje met het zuiden van Frankrijk en als een soort chemisch proces ontstaan er vanzelf kunstenaars. Dat is ook gebeurd in Eus en ik geef die kunstenaars geen ongelijk. Ik ben geen kunstenaar maar zelfs ik kreeg inspiratie toen ik door de kleine steegjes liep. Een lichte aandrang tot het maken van een gedicht, een sonnet of iets dergelijks maakte zich van mij meester. Gelukkig wist de geharde toerist in mij de overhand te krijgen, waarna we in de hete middagzon het dorp verder onderzochten. Zeg je kunstenaars in een Frans dorp, dan zijn de Nederlanders niet ver weg. En ook dit klopt, want in Eus woont en werkt een Nederlandse kunstenares: Nelly van Ledden Hulsebosch. Ze maakt zeker geen onaardig werk.

Kerkje

Doordat het dorp geheel autovrij is, is het lekker wandelen door het dorp, al zijn de straatjes en steegjes soms behoorlijk steil. Met name op de route naar de kerk is het klimmen geblazen. Het kerkje toornt fier boven het dorp uit en was natuurlijk dicht toen wij voor de deur stonden. Ook het kerkelijke personeel was kennelijk druk met de lunch. Dat mocht de pret niet drukken want het is de moeite waard om wat verder te klauteren en om de kerk te lopen.

doorkijkje eus dorp frankrijk les plus beaux villages de france

Eén van de poortjes die Eus karakter geeft.

Aan de zij- en achterkant van de kerk is duidelijk de militaire oorsprong van het gehucht te zien. Het wemelt er van nauwe spleten en spelonken en samen met de schaduw vormt het een prima plek voor een gezonde picknick met een prettig uitzicht. Voor kinderen is er genoeg te klauteren en te klimmen zodat je als ouders zeker nog rustig kan uitbuiken.

Neem op de terugweg de route aan de linkerkant van de kerk want die leidt je door een tunneltje, waardoor je je onmiddellijk in de middeleeuwen waant. Je kan er de geschiedenis bijna ruiken. En dat is niet overdreven, want in afgelopen de twintig eeuwen is hier af en toe flink gevochten. Het hele gebied is twee eeuwen in Spaanse handen geweest en de Fransen hebben meerdere oorlogen gevoerd om het in handen te krijgen.

In de omgeving van Eus

Eus ligt in een streek waar voldoende te doen is. Erg leuk is een ritje in de Train Jaune (gele trein). Deze kleine trein rijdt over een spoor van ruim 60 kilometer en bereikt in Bolquère bijna een hoogte van 1600 meter. Dat is het hoogst gelegen treinstation in Frankrijk. In de zomer rijdt deze trein, speciaal voor toeristen, zonder dak en dan heb je mooi uitzicht. Helaas begon het op de dag dat wij de streek bezochten enorm te regenen, niet echt een goed idee om je in een cabriolettrein te verplaatsen.

Het parcours eindigt in Mont-Louis, een vestingstadje waar Vauban de muren heeft getekend. Nu herbergt het stadje nog altijd een opleidingscentrum voor para’s. Naast deze historische militaire monumenten is een enorme zonneoven te bezoeken die in 1949 werd gebouwd. Daarmee is het de oudste van de wereld en een voorbeeld van alle andere installaties die later zijn gebouwd.

Tot slot zijn er in de directe omgeving van Eus maar liefst drie ‘Beaux Villages’ te vinden: Villefranche de Conflent, Evol en Mosset.